Art. 5 Beleidsregel tandheelkundige zorg, Onderdelen ter vaststelling van de tariefopbouw

Beleidsregel tandheelkundige zorg

1. Bij de tariefvaststelling wordt gebruik gemaakt van twee puntwaarden: een puntwaarde implantologie (voor het hoofdstuk J) en een puntwaarde tandheelkundige zorg (voor de overige hoofdstukken).

2. De arbeidskostencomponent voor beide puntwaarden bedraagt € 163.846 (definitief niveau 2023).

3. Het inkomensbestanddeel in de puntwaarde tandheelkundige zorg bedraagt € 161.256 (definitief niveau 2023). Het inkomensbestanddeel in de puntwaarde implantologie bedraagt € 160.235 (definitief niveau 2023).

4. Het praktijkkostenbestanddeel in de puntwaarde tandheelkundige zorg bedraagt € 374.161 (definitief niveau 2023). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de elementen ‘personeelskosten’ en ‘overige kosten’: Het praktijkkostenbestanddeel in de puntwaarde implantologie bedraagt € 637.918 (definitief niveau 2023). Het praktijkkostenbestanddeel is opgebouwd uit de elementen ‘personeelskosten’ en ‘overige kosten’:

– personeelskosten € 184.897

– overige kosten € 189.264

– personeelskosten € 366.202

– overige kosten € 271.716

5. De rekennorm ten behoeve van de berekening van de puntwaarde tandheelkundige zorg bedraagt 79.156. De rekennorm ten behoeve van de berekening van de puntwaarde implantologie bedraagt 138.395.

6. Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) van zowel het inkomens- als het praktijkkostenbestanddeel plaats. De wijze van indexeren is geregeld in de Beleidsregel indexering.

7. De structurele puntwaarde bedraagt Voor tandheelkundige zorg: Voor implantologie:

– € 6,76406719 (definitief niveau 2023);

– € 7,04011016 (voorcalculatorisch niveau 2024).

– € 5,767194447 (definitief niveau 2023);

– € 6,004384976 (voorcalculatorisch niveau 2024).