Art. 2 Wet vaststellingsprocedure staatloosheid
Wet vaststellingsprocedure staatloosheid
1. Een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, kan bij de rechtbank Den Haag een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was.
2. De rechtbank stelt de staatloosheid van de verzoeker vast, indien hem niet is gebleken dat de verzoeker door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 22 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:16812
- Rb. Den Haag 21 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:16748
- Rb. Den Haag 21 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:16745
- Rb. Den Haag 21 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:16742
- Rb. Den Haag 13 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:15924
- Rb. Den Haag 18 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:4230
- Rb. Den Haag 9 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16680
- Rb. Den Haag 24 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:13136