Bijlage II Beleidsregel toetsingskader verzoeken artikel 10a Wet Avv 2023: bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Beleidsregel toetsingskader verzoeken artikel 10a Wet Avv 2023
Beleidsregel toetsingskader verzoeken artikel 10a Wet Avv 2023
Voor het opvragen door sociale partners en paritaire handhavers van specifieke gegevens over gedetacheerde werknemers in de wegvervoersector, geldt een afwijkend kader ten opzichte van de regeling ten aanzien van gedetacheerde werknemers in het algemeen, beschreven in artikel 10a, eerste tot en met vierde lid, Wet Avv en bijlage I van deze regeling. Bijlage II betreft de beleidsmatige invulling van artikel 10a, vijfde lid, Wet Avv, dat is toegevoegd met de Implementatiewet Richtlijn 2020/1057/EU inzake detachering in de wegvervoersector. Op grond van artikel 9a WagwEU worden werknemers in de wegvervoersector, die in het kader van een transnationale dienstverlening tijdelijk in Nederland arbeid verrichten, wier arbeidsovereenkomst wordt beheerst door een ander recht dan het Nederlandse recht, en die op grond van de transportactiviteiten die zij in Nederland uitvoeren ingevolge artikel 9b als gedetacheerd moeten worden aangemerkt, geduid als ‘gedetacheerde bestuurders’. Deze gedetacheerde bestuurders hebben net als gedetacheerde werknemers ten minste recht op de ‘harde kern’ van de Nederlandse arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Deze harde kern betreft ook de algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen die betrekking hebben op de onderwerpen, genoemd in artikel 2a, eerste en vierde lid, Wet Avv. Het toezicht op de naleving van deze bepalingen berust bij sociale partners en paritaire handhavers. De Mobiliteitsrichtlijn1Richtlijn (EU) 2020/1057 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2020 tot vaststelling van specifieke regels met betrekking tot Richtlijn 96/71/EG en Richtlijn 2014/67/EU wat betreft de detachering van bestuurders in de wegvervoersector en tot wijziging van Richtlijn 2006/22/EG wat betreft de handhavingsvoorschriften en Verordening (EU) nr. 1024/2012 (PbEU 2020, L 249). bevat afwijkende administratieve verplichtingen voor dienstverrichters in de wegvervoersector, de werkgevers van deze gedetacheerde bestuurders. Deze sectorspecifieke verpl
- a. kopieën van het bewijs van het vervoer dat plaatsvindt in Nederland, zoals een elektronische vrachtbrief of een bewijs als bedoeld in artikel 8, derde lid, van Verordening 1072/2009/EG, van de tachograafgegevens, met name de landsymbolen van de lidstaten waar de bestuurder zich bevond tijdens internationaal wegvervoer of cabotage;
- b. documentatie in verband met de beloning van de bestuurder met betrekking tot de detacheringsperiode;
- c. de arbeidsovereenkomst met de bestuurder of een opgave als bedoeld in artikel 655 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
- d. bescheiden waaruit blijkt hoeveel uren de bestuurder heeft gewerkt; en
- e. een bewijs, waaruit blijkt welk loon aan de bestuurder is voldaan.
- 1. dat de informatie verband houdt met de detachering op het grondgebied van Nederland;
- 2. dat de informatie slechts wordt gebruikt met het oog op de handhaving van de detacheringsregels; en
- 3. dat iedere gegevensverwerking plaatsvindt in overeenstemming met de Algemene verordening gegevensbescherming.
- • Verstrek alleen IMI-gegevens aan partijen waarvan is geverifieerd dat het een van de in artikel 10a, vijfde lid, Wet Avv genoemde partijen zijn;
- • De gegevens mogen alleen worden gebruikt voor het doel waarmee ze oorspronkelijk zijn verkregen (doelbinding) – voor zover het niet blijkt uit het verzoek om IMI-gegevens, kan het dus raadzaam zijn om te informeren wat het doel of de doeleinden van de ontvanger(s) is of zijn;
- • Alleen de gegevens worden verwerkt die toereikend zijn voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt (dataminimalisatie) – verstrek dus niet meer informatie uit IMI dan nodig is voor de handhaving van de relevante cao-bepalingen door sociale partners of paritaire handhavers, ook al wordt om meer informatie gevraagd, en verstrek ook alleen informatie met betrekking tot de periode die voor deze handhaving noodzakelijk is (periodes waarin cao-bepalingen niet algemeen verbindend zijn verklaard kunnen bijvoorbeeld buiten beschouwing blijven, omdat dienstverrichters alleen gebonden zijn aan cao-bepalingen die betrekking hebben op de (uitgebreide) harde kern van arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die avv’d zijn);
- • De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer moet evenredig zijn met het nagestreefde doel – aangezien handhaving consequenties kan hebben voor de individuele bestuurders, kan het aangewezen zijn om diens gegevens te pseudonimiseren voor zover dat de handhaving niet onevenredig bemoeilijkt;
- • Deel in principe geen bijzondere categorieën van persoonsgegevens, tenzij dit noodzakelijk is voor een van de doeleinden, genoemd in de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming;
- • Verstrek alleen persoonsgegevens aan ontvangers die voldoende technische of organisatorische maatregelen hebben getroffen om een passende beveiliging ervan te waarborgen, zodat de persoonsgegevens beschermd zijn tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging.