Bijlage I Beleidsregel toetsingskader verzoeken artikel 10a Wet Avv 2023: bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Beleidsregel toetsingskader verzoeken artikel 10a Wet Avv 2023
Beleidsregel toetsingskader verzoeken artikel 10a Wet Avv 2023
Werknemers, die in het kader van transnationale dienstverrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU) tijdelijk in Nederland arbeid verrichten, en wier arbeidsovereenkomst wordt beheerst door een ander recht dan het Nederlandse recht, hebben ten minste recht op de zogeheten ‘harde kern’ van de Nederlandse arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Deze ‘harde kern’ betreft ook de algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen die betrekking hebben op de onderwerpen, genoemd in artikel 2a, eerste en vierde lid, van de Wet op het verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (Wet Avv). Het toezicht op de naleving van deze bepalingen berust bij sociale partners en paritaire handhavers. Zij kunnen zich onder bepaalde voorwaarden voor de benodigde informatie tot de Nederlandse Arbeidsinspectie wenden, op grond van artikel 10a, eerste tot en met vierde lid, Wet Avv. Artikel 10a Wet Avv regelt dat de Nederlandse Arbeidsinspectie op verzoek van organisaties van werkgevers en werknemers of paritaire handhavers (zoals de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU)) gegevens kan verstrekken, mits die gegevens noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van cao-bepalingen ten aanzien van gedetacheerde werknemers. Het gaat om gegevens die de Arbeidsinspectie uit verschillende bronnen kan hebben verkregen: Artikel 10a Wet Avv draagt zo bij aan de publiek-private samenwerking ten behoeve van het toezicht op de naleving van cao’s met betrekking tot gedetacheerde werknemers. Welke concrete gegevens kunnen worden verstrekt door de Arbeidsinspectie is nader bepaald in artikel 4, tweede lid, van het Besluit arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (BagwEU). Hierin staan limitatief de gegevens opgesomd, waaronder begrepen persoonsgegevens, die door de Arbeidsinspectie kunnen worden verstrekt. In artikel 4, eerste lid, BagwE
- – gegevens op grond van artikel 8 WagwEU. Dit betreft gegevens die de Arbeidsinspectie heeft verkregen in verband met de melding die dienstverrichters en bepaalde categorieën van zelfstandigen moeten doen, voorafgaande aan een transnationale dienst in Nederland;
- – gegevens op grond van artikel 4, eerste lid, WagwEU. Dit betreft gegevens die verkregen zijn van andere lidstaten in verband met de administratieve samenwerking en bijstand;
- – gegevens op grond van de artikelen 4, tweede lid, en 5 WagwEU. Dit betreft gegevens die de Arbeidsinspectie verwerkt ten behoeve van het toezicht op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Arbeidsomstandighedenwet, de Arbeidstijdenwet, de Wet Avv en de WagwEU.
- • Alleen de gegevens worden verwerkt die toereikend zijn voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt (dataminimalisatie) – verstrek dus niet meer informatie dan nodig is voor de handhaving van de relevante cao-bepalingen door sociale partners of paritaire handhavers, en verstrek ook alleen informatie met betrekking tot de periode die voor deze handhaving noodzakelijk is (periodes waarin cao-bepalingen niet algemeen verbindend zijn verklaard kunnen bijvoorbeeld buiten beschouwing blijven, omdat dienstverrichters alleen gebonden zijn aan cao-bepalingen die betrekking hebben op de (uitgebreide) harde kern van arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die avv’d zijn);
- • De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer moet evenredig zijn met het nagestreefde doel – aangezien handhaving ook consequenties kan hebben voor de gedetacheerde werknemers, kan het aangewezen zijn om hun gegevens te pseudonimiseren voor zover dat de handhaving niet onevenredig bemoeilijkt;
- • Deel in principe geen bijzondere categorieën van persoonsgegevens, tenzij dit noodzakelijk is voor een van de doeleinden, genoemd in de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming;
- • Verstrek alleen persoonsgegevens aan ontvangers die voldoende technische of organisatorische maatregelen hebben getroffen om een passende beveiliging ervan te waarborgen, zodat de persoonsgegevens beschermd zijn tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging.
- a. bevoegd is tot de indiening van het verzoek (dit kan met name blijken uit een daartoe verstrekte machtiging);
- b. duidelijk maakt van welke onderneming de verzoeker het vermoeden heeft dat deze de verbindend verklaarde cao-bepaling of -bepalingen niet naleeft (dit kan blijken uit het verstrekken van een uittreksel van de inschrijving in het register van de Kamer van Koophandel van de onderneming waarvan de verzoeker een vermoeden heeft dat deze de cao niet naleeft. Indien dit niet mogelijk is, kan de verzoeker op een andere wijze de identiteit van de onderneming zo nauwkeurig mogelijk kenbaar maken. Het kan voorkomen dat de verzoeker zijn melding alleen kan baseren op mondeling verkregen informatie van werknemers. Hierdoor is het mogelijk dat de verzoeker per abuis niet de werkelijke onderneming aanwijst waarop de gegevens betrekking moeten hebben. De Arbeidsinspectie stelt de verzoeker hiervan in kennis en biedt de gelegenheid een hernieuwd verzoek in te dienen waarin de naam van de bedoelde onderneming wordt vermeld);
- c. aangeeft op grond waarvan het vermoeden leeft dat die onderneming een of meerdere verbindend verklaarde cao-bepalingen niet naleeft (de verzoeker motiveert het vermoeden zoveel mogelijk met objectieve gegevens, zoals een brief aan de desbetreffende onderneming waarin deze wordt verzocht om de cao-bepalingen na te leven, concrete meldingen of een bewijs dat de ondernemer is aangeschreven om inzage te geven in de stukken);
- d. aangeeft op welke periode het vermoeden van niet-naleving betrekking heeft (deze periode dient te vallen binnen het tijdvak waarover de cao-bepalingen algemeen verbindend zijn verklaard);
- e. specificeert welke gegevens de natuurlijke persoon of rechtspersoon wenst te ontvangen, die noodzakelijk zijn om na te gaan of verbindend verklaarde bepalingen van cao’s die van toepassing zijn op gedetacheerde werknemers, in de zin van artikel 2a, eerste en vierde lid, Wet Avv worden nageleefd.