Bijlage II Staffelbesluit pensioenen: aanwijzing als bedoeld in ONDERDEEL 4.3.

Staffelbesluit pensioenen

De pensioenregeling is een kapitaalovereenkomst in de zin van artikel 10 PW. De regeling kent daartoe een bepaling waaruit blijkt dat het te verzekeren kapitaal de pensioentoezegging is. De pensioenpremie wordt bepaald door het verzekerde kapitaal. Op de pensioendatum koopt de pensioengerechtigde met het kapitaal pensioenuitkeringen aan. Partijen kunnen naast de opbouw van een OP ook de opbouw van een PP zijn overeengekomen. Zij kunnen in dat geval het beoogde pensioenkapitaal op de pensioeningangsdatum mede baseren op een in 40 jaar op te bouwen PP van 46,4% van het actuele loon (inclusief inbouw van de AOW). Bij de berekening van het kapitaal dat nodig is voor het PP bij overlijden van de werknemer vóór de pensioendatum mogen partijen afwijken van de hiervoor onder b opgenomen voorschriften. Zij mogen dan het te verzekeren kapitaal bij overlijden vóór de pensioendatum berekenen op basis van de markttarieven voor een direct ingaand, levenslang, vast nageïndexeerd PP. Ook hier geldt dat de vaste indexatie ten hoogste 3% mag zijn. Bij een inkomende waardeoverdracht wordt het pensioenkapitaal zoveel mogelijk behandeld overeenkomstig voorgaande voorwaarden. Artikel 18d, eerste lid, aanhef en onderdeel c, Wet LB is hierbij van overeenkomstige toepassing.