Bijlage 5 Regeling Tijdelijke wet Groningen: vlekkentabellen, behorende bij artikel 10.4
Regeling Tijdelijke wet Groningen
Deze bijlage ziet op de beoordeling of wordt voldaan aan de veiligheidsnorm voor een aan een typologie toegedeeld gebouw aan de hand van de typologie, de ontwerpdatum, locatie en afmetingen van het gebouw, de toegepaste ontwerpnorm – indien bekend – en de NPR 9998, bedoeld in artikel 10f, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit. Deze bijlage bevat daartoe vlekkentabellen (onderdeel 5b van deze bijlage) en een toelichting daarop in de vorm van een aantal te doorlopen stappen (onderdeel 5a van deze bijlage). Concreet moet deze bijlage worden toegepast bij gebouwen die vallen onder de typologie Staal-A, opgenomen in bijlage 4, onderdeel A, bij deze regeling. Dit betreft gebouwen met een draagconstructie van staal, één bouwlaag en een rechthoekige plattegrond. Stel vast of het te beoordelen gebouw zich bevindt in een bebouwde of in een onbebouwde omgeving. Er is sprake van een bebouwde omgeving als in een straal van 500 meter rondom het gebouw 10% of meer van de oppervlakte bebouwd is met gebouwen met een hoogte van 7 meter of meer. Wanneer dit niet het geval is, dan spreekt men van een onbebouwde omgeving. Als er sprake is van een bebouwde omgeving, ga verder met stap 1A. Als er sprake is van een onbebouwde omgeving, ga verder met stap 2. Kijk of er constructieve ontwerpberekeningen beschikbaar zijn voor het gebouw. Als uit de constructieve ontwerpberekeningen blijkt dat er in de ontwerpberekeningen rekening is gehouden met een onbebouwde omgeving, dan wordt van onbebouwde omgeving uitgegaan. Mochten er geen constructieve ontwerpberekeningen beschikbaar zijn, dan wordt de uitkomst bebouwde omgeving uit stap 1, niet bijgesteld. Ga verder met stap 2. Stel eerst de maximale breedte van het gebouw vast om te bepalen welke vlekkentabel gehanteerd moet worden. Bepaal vervolgens de maximale lengte en maximale hoogte van het gebouw. Om te bepalen welke vlekkentabel van toepassing is, wordt gekeken of het gebouw in een bebouwde (stap 3A) of in een onbebouwde omgeving (stap 3B)
- – tabel 5.1 ziet op een gebouw met een breedte van 10 meter;
- – tabel 5.2 ziet op een gebouw met een breedte van 20 meter;
- – tabel 5.3 ziet op een gebouw met een breedte van 30 meter;
- – tabel 5.4 ziet op een gebouw met een breedte van 40 meter.
- – tabel 5.5 ziet op een gebouw met een breedte van 10 meter;
- – tabel 5.6 ziet op een gebouw met een breedte van 20 meter;
- – tabel 5.7 ziet op een gebouw met een breedte van 30 meter;
- – tabel 5.8 ziet op een gebouw met een breedte van 40 meter.
- – Is het getal in de cel vet en cursief weergegeven, dan moet worden bekeken of het gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet. Dit wordt gedaan door bekijken of het betreffende getal (de waarde van de seismische weerstand van het gebouw) gelijk is aan of hoger is dan de berekende aardbevingsbelasting op het gebouw; zo ja, dan voldoet het gebouw aan de veiligheidsnorm.
- – is het in vet en cursief weergegeven getal lager dan (de waarde van de seismische weerstand van het gebouw) lager dan de berekende aardbevingsbelasting op dat gebouw, dan voldoet het gebouw niet aan de veiligheidsnorm. Dan moeten alle soorten maatregelen in ogenschouw worden genomen om het gebouw alsnog te laten voldoen aan de veiligheidsnorm.