Art. 13 Regeling kansrijke wijk, Verstrekking en voorschot

Regeling kansrijke wijk

1. De minister neemt binnen twaalf weken na het einde van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 10 een besluit over de verlening van de uitkering.

2. Voor zover de uitkering wordt verstrekt, bevat de verleningsbeschikking in ieder geval:

a. een omschrijving van de onderdelen waarvoor de uitkering wordt verleend;

b. het bedrag van de uitkering dat wordt verleend;

c. de verantwoordingsindicatoren ten behoeve van de verantwoording, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet; en

d. de periode waarvoor de uitkering wordt verleend.

3. Voor zover de aanvraag wordt afgewezen, bevat de beschikking in ieder geval:

a. een omschrijving van de onderdelen waarvoor de aanvraag wordt afgewezen;

b. het bedrag van de aangevraagde uitkering dat niet wordt toegekend;

c. de reden van afwijzing.

4. De minister verleent een voorschot van 100 procent en betaalt dat uit in jaarlijkse termijnen, die zijn genoemd in de bijlage.