Bijlage 2 Meerjarige regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting: behorende bij artikel 4, tweede lid, onderdeel f en artikel 9, tweede lid, van de Meerjarige regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting (beoordelingscriteria en weging)
Meerjarige regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting
De rangschikking wordt bepaald aan de hand van de eindscore van 1 tot 11,25 die wordt toebedeeld aan het project/de projecten die in de aanvraag worden beschreven. Alleen aanvragen die een eindscore behalen van 5,5 of hoger komen in aanmerking voor een uitkering. De eindscore wordt bepaald aan de hand van vier deelscores op grond van het gewogen gemiddelde van de criteria in artikel 9, eerste lid, onderdelen a, b, c en d: Het advies van de toetsingscommissie op grond van artikel 11, tweede lid, ziet toe op de tussenscores a, b, en c. De tussenscore d wordt bepaald op grond van de op voorhand door de minister vastgestelde bonuspunten voor prioritaire gebieden. De eindscore wordt bepaald op grond van het gewogen gemiddelde van de scores op alle criteria uit artikel 9, eerste lid. De doeltreffendheid gaat over de mate waarin een project bijdraagt aan het doel van het Volkshuisvestingfonds: het verbeteren van de leefbaarheid en het verhogen van de (sociale) veiligheid. In de weging van dit criterium wordt naar de volgende elementen gekeken: Binnen het criterium organisatorische gedegenheid wordt beoordeeld op de mate van zekerheid van een tijdige realisatie van het project in de aanvraag en in welke mate relevante stakeholders zijn of zullen worden meegenomen in het proces. De organisatorische gedegenheid wordt beoordeeld aan de hand van: In het criterium financiële onderbouwing wordt gekeken naar een efficiënte besteding van het Volkshuisvestingsfonds. Daartoe wordt naar de volgende elementen gekeken: Het Volkshuisvestingsfonds kent twee type prioritaire gebieden: de 20 Stedelijke Focusgebieden en de 13 grensregio’s. Aanvragen uit deze prioritaire gebieden krijgen extra punten in de beoordeling waarbij: Leeuwarden-Oost, Groningen-Noord, Arnhem-Oost, Heerlen-Noord, Breda-Noord, Eindhoven Woensel-Zuid, Tilburg-Noordwest, Schiedam Nieuwland-Oost, Rotterdam-Zuid, Den Haag-Zuidwest, Amsterdam-Zuidoost, Amsterdam Nieuw-West, Zaandam-Oost, Lelystad-Oost, Utrecht-Overvecht, Ni
- a. Doeltreffendheid;
- b. Organisatorische gedegenheid;
- c. Financiële onderbouwing; en
- d. Prioriteit.
- • De mate waarin de activiteiten als onderdeel van een integraal programma bijdragen aan de leefbaarheid en de veiligheid. Voor het aantonen van het onderdeel integraliteit volstaat voor een aanvraag die betrekking heeft op een Stedelijk Focusgebied het verwijzen naar een vastgesteld gebiedsplan.
- • De mate waarin onderbouwd is dat de beoogde herstructureringsactiviteiten het meest doeltreffend zijn.
- • De mate waarin de herstructureringsactiviteiten aansluiten op de gemeentelijke/regionale woonvisie en de woondeals.
- • De mate waarin de voorgestelde planning zekerheid biedt dat het project binnen de kaders van de regeling wordt afgerond, met daarbij oog voor potentiële risico’s en bijbehorend risicomanagement.
- • De wijze waarop de organisatie is/zal worden ingericht en samenwerking met alle betrokken partijen is/zal worden vormgegeven.
- • De mate waarin het participatieproces en betrokkenheid zijn opgenomen als onderdeel van het project, hierbij wordt gekeken naar zaken als:
- ○ Is het participatieplan samen met betrokkenen opgesteld of met hen afgestemd?
- ○ Is het participatieproces open en transparant voor bewoners?
- ○ In geval van vervangende nieuwbouw: hoe wordt omgegaan met de huidige bewoners? Is dit geborgd in een sociaal statuut?
- • De mate waarin in de gemaakte of beoogde afspraken eventuele partners bijdragen aan het project.
- • Kostenefficiëntie.
- • De baten die zijn opgenomen om de publieke onrendabele top te drukken.
- • Overeenkomst met kengetallen en/of toelichting bij afwijken van kengetallen.
- • De fasering: het aantal woningen dat per jaar en per activiteit wordt opgeleverd.
- • De wijze waarop gebruik is gemaakt van andere bestaande subsidieregelingen voor de opgevoerde activiteiten.
- • aanvragen uit de 20 Stedelijke Focus-gebieden 12,5 punten ontvangen,
- • aanvragen uit de 13 grensregio’s 10 punten ontvangen.