Art. 10 Wdo, Regels ten aanzien van gebruik
1. De gebruiker van een toegelaten identificatiemiddel neemt alle nodige maatregelen om misbruik, diefstal, verlies of verspreiding van zijn identificatiemiddel te voorkomen.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het gebruik van publieke identificatiemiddelen en de voorzieningen, bedoeld in artikel 5, eerste lid.