Art. 4 Uitvoeringswet EU-verordeningen grenzen en veiligheid, Centraal toegangspunt

Uitvoeringswet EU-verordeningen grenzen en veiligheid

1. De officier van justitie oefent de taken en bevoegdheden uit van:

a. de controlerende autoriteit, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Eurodac-verordening; en

b. het centraal toegangspunt, bedoeld in:

– artikel 3, tweede lid, van de VIS-verordening;

– artikel 29, derde lid, van de EES-verordening; en

– artikel 50, tweede lid, van de Etias-verordening.

2. Bij de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, treedt de officier van justitie volledig onafhankelijk op ten opzichte van de in artikel 3 aangewezen autoriteiten alsmede van de officier van justitie die het gezag over die autoriteiten uitoefent.