Bijlage 2 Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027: behorend bij de artikelen 1 en 6, derde en vierde lid, van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027

Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027

Toelichting: Instellingen dienen een integrale kwaliteitsagenda te maken over alle doelstellingen uit de werkagenda mbo. Per doelstelling uit de werkagenda mbo formuleert de instelling een ambitie in de vorm van concrete beoogde eindresultaten voor eind 2027. De ambities moeten worden onderbouwd met een analyse. Hiervoor dienen in ieder geval de analyseonderdelen en indicatoren uit deze bijlage worden gebruikt1Indien een indicator nog niet beschikbaar is tijdens het opstellen van de kwaliteitsagenda, dan hoeft deze niet in de kwaliteitsagenda te worden opgenomen en door de adviescommissie te worden betrokken, maar wordt deze wel opgenomen in het bestuursverslag en XBRL vanaf het moment dat hij wel beschikbaar is. Dit is bij 3 indicatoren het geval: de indicator over het aandeel studenten dat zich veilig voelt bij het leerbedrijf (doelstelling 1.2), het aantal meldingen over stagediscriminatie op de instelling (doelstelling 2.2) en het oordeel over de lessen burgerschap (doelstelling 3.2).Indien een instelling niet is aangesloten bij een monitoringsbron uit de vierde kolom van de tabel in deze bijlage, bijvoorbeeld bij de JOB monitor, is het aan de instelling om een vergelijkbare indicator op te nemen. Indien de instelling niet over een vergelijkbare indicator beschikt, dient de instelling aan te geven op welke manier de indicator in de komende jaren ontwikkeld en gemonitord zal worden, zodat de instelling alsnog aan de hand van de betreffende indicator kan verantwoorden in het bestuursverslag en XBRL vanaf 2024., maar de instelling mag er ook zelf analyseonderdelen en indicatoren aan toevoegen. Uit de analyse kan blijken dat ambitievorming op een doelstelling nu niet passend of wenselijk is. In dat geval hoeft de instelling geen ambitie te formuleren op deze doelstelling. Bij de doelstellingen over LOB (2.1), beroepspraktijkvorming (2.2), carrièreperspectief (3.3) en practoraten (3.4), zijn instellingen echter wel verplicht om een ambitie te formuleren, omdat voor d