Bijlage II Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026: behorend bij artikel 1.1
Hoofdlijnen Sportakkoord II ‘Sport versterkt.’ Samenwerken om de kracht van sport beter te benutten. Want, sport versterkt. In het Hoofdlijnen Sportakkoord II breiden wij – het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie (NOC*NSF) en het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) – onze strategische alliantie uit. We bouwen voort op de ervaringen die we hebben opgedaan met Sportakkoord I. De ambities in het Hoofdlijnen Sportakkoord zijn groot. De sport en sportcultuur staan voor nieuwe uitdagingen en tegelijkertijd kansen. Uitdagingen en kansen die passen bij de huidige maatschappelijke tijdsgeest. De sector moet hierin mee, een nieuwe aanpak is gevraagd en het Sportakkoord speelt hierop in. Om deze te realiseren moeten we vaste patronen doorbreken. De uitdagingen waar de sport en de sportcultuur voor staan, zijn: We kunnen deze uitdagingen alleen aanpakken als we anders denken, anders werken en intensiever samenwerken. Een kentering is noodzakelijk. De komende vier jaren zetten we daarom in op een groei van de sportparticipatie bij duizenden sportclubs, sportparken en andere sportplekken. We gaan aanvullend daaraan voor topprestaties met grote maatschappelijke waarde, die mensen verbinden en inspireren. Met aansprekende topsportevenementen zoals de European Paralympic Championships in 2023, sterke teamtopsportcompetities en ontwikkelmogelijkheden voor talenten als wenkend perspectief. Onze ambities gaan we bereiken door ieders achterban – gemeenten, sportbonden, brancheorganisaties, sportclubs, verenigingen, ondernemers in de sport, fitnesscentra en sportbedrijven – te mobiliseren zodat zij de ambities uit dit Sportakkoord werkelijkheid gaan maken. De deelnemende 340 gemeenten gaan hun lokale sportakkoorden aanpassen aan de ambities die wij in dit hoofdlijnen akkoord met elkaar hebben afgesproken. Zij stellen elk ee
- • Het sportaanbod bij sportaanbieders sluit (te vaak) onvoldoende aan op de veranderende behoefte van de sporter op zowel kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid.
- • De uitstroom bij sportclubs in bepaalde groepen zoals 12- tot 18-jarigen is te hoog.
- • Als volwassenen eenmaal zijn gestopt met sporten, komen zij moeilijk weer in beweging en terug bij de sportaanbieders.
- • De ondersteuning van en dienstverlening aan de sportaanbieders is erg versnipperd.
- • De maatschappelijke waarde van (top)sport is nog te beperkt zichtbaar.
- • Sport en sportief bewegen zit te weinig in gedrag en routine van alle inwoners van Nederland.
- • Als we als samenleving doorgaan op de huidige voet, is in 2040 één op de drie Nederlanders chronisch ziek.
- • Inclusie en diversiteit (voorheen: Inclusief sporten en bewegen)
- • Sociaal veilige sport (voorheen: Positieve sportcultuur)
- • Vitale sportaanbieders (voorheen: Vitale sport- en beweegaanbieders)
- • Vaardig in bewegen
- • Ruimte voor sport en bewegen (voorheen: Duurzame sportinfrastructuur)
- • Maatschappelijke waarde van topsport (voorheen: Topsport die inspireert)
- 1. We gaan meer inwoners en sportaanbieders bij het Sportakkoord betrekken. Daarom verwelkomen we het POS naast VWS, NOC*NSF en VSG/VNG als strategische partner.
- 2. Een lokaal kernteam én een ‘coördinator sport en preventie’ zijn verplichte voorwaarden om een lokaal uitvoeringsbudget aan te vragen. Evenals het herijken van de lokale akkoorden. Dat biedt de basis voor een effectievere uitvoering. En zorgt voor samenhang met de onderdelen uit onder andere het Gezond en Actief Leven Akkoord.
- 3. De sportsector wordt lokaal sterker als samenwerkingspartner ingezet. In elke gemeente zorgt de adviseur lokale sport voor een goede samenwerking tussen de lokale sportsector en de coördinator sport en preventie van de gemeente. We zetten in op één loket voor clubondersteuning.
- 4. De Brede Regeling Combinatiefuncties wordt zo effectief mogelijk benut. Daarom spreken we af dat er een focus komt op zes profielen die gerelateerd zijn aan de ambities van het Sportakkoord en er extra aandacht komt voor de kwaliteit van de professionals die deze profielen invullen.
- 5. Een sociaal veilige sport moet vanzelfsprekend zijn. Daarom werken we toe naar een aantoonbaar sociaal veilige sport, zodat iedereen een inclusieve, positieve en veilige sportcultuur ervaart. In het bijzonder minderjarigen en kwetsbare groepen. Dat doen we door sportaanbieders te stimuleren met de basiseisen (o.a. regeling gratis VOG, Gedragscode Sport, Vertrouwenscontactpersoon en cursus of e-learning voor trainer-coaches) sociale veiligheid te werken en door het aanstellen van integriteitsmanagers bij en versterken van sportbonden voor een integere en veilige (top)sport.
- 6. De kwaliteit in de sportsector moet omhoog. Dit doen we door een norm voor pedagogische en didactische kwaliteit te ontwikkelen en zoveel mogelijk sportaanbieders te stimuleren aan die norm te voldoen.
- 7. We spreken af om de samenhang tussen breedtesport en topsport te vergroten. Het gaat hierbij om het totaalbeeld van de sporters voor ogen te houden: van beginnend in de jeugd, tot uiteindelijk de topsporter en alles wat daartussen zit. Zo komt bij het versterken van de teamtopsportcompetities, talentontwikkeling en doorontwikkeling van de Paralympische Sport breedte- en topsport bij elkaar.
- 8. We etaleren ‘hotspots’: 30 gemeenten en 100 plekken waar de ambities van Sportakkoord II worden waargemaakt. We zetten deze lokaal sterke sportclubs, ondernemers, Cruyff courts, bootcampgroepjes in de openbare ruimte op het podium om anderen te inspireren.
- 9. Lokaal en landelijk benutten we data voor beleid en uitvoering. We volgen de voortgang op de afspraken van het Sportakkoord II op de voet. Ook volgen we in welke mate de beoogde veranderingen van het Sportakkoord in de buurt of wijk plaatsvinden. De lokale, regionale en landelijke partners doen actief aan kennisdeling en benutten daar de beschikbare kennisinfrastructuur voor. In de governance wordt meer sturing aan de hand van monitoring op de uitvoering vastgelegd.
- 10. We werken met elkaar naar een toekomstbestendige sportinfrastructuur. De partners van het Sportakkoord spreken af de geoormerkte middelen zoveel mogelijk in te zetten ten behoeve van de ambities en afspraken uit het Sportakkoord.
- • Een beschrijving van de gezamenlijke ambities die in dit Sportakkoord inhoudelijk leidend zijn, staat in hoofdstuk 2
- • De veranderstrategie van het akkoord voor de periode 2023–2026 komt terug in hoofdstuk 3
- • De werkwijze van het akkoord en de manier om de landelijke ambities te vertalen naar de lokale uitvoering is beschreven in hoofdstuk 4
- • De afspraken over samenwerking en aansturing van afspraken staan in hoofdstuk 5
- • De manier waarop gedurende uitvoering van het Sportakkoord wordt geleerd van de praktijk en verantwoording wordt afgelegd, is beschreven in hoofdstuk 6
- • Beweegalliantie (dagelijks bewegen)
- • Human Capital Agenda
- • Rijksprogramma School & Omgeving
- • Akkoorden: Gezond en Actief Leven Akkoord, Nationaal Preventie-akkoord en Integraal Zorgakkoord
- 1. Het fundament op orde
- 2. Een groter bereik
- 3. Meer (zichtbare) betekenis
- • Inhoudelijke samenhang
- • Effectieve lokale uitvoering
- • Successen zichtbaar maken
- • Een kennisgedreven aanpak
- • Bekostiging
- • De coördinator sport en preventie, deelnemer aan het lokale kernteam, krijgt naast herijking van het lokaal Sportakkoord de expliciete opdracht om het lokale netwerk van sport aan te sluiten op de bredere ambities op het gebied van sport, bewegen, gezondheid, preventie en sociale basis. Want ook vanuit het GALA, NPA, IZA, de Maatschappelijke Diensttijd en School & Omgeving worden gemeenten geacht hun beleid vorm te geven. De coördinator sport en preventie heeft een haal- en brengfunctie voor sport naar het overkoepelend gesprek. Ook in de invulling van het lokale kernteam wordt de verbinding gezocht; hierin moeten op zijn minst de gemeente, sportsector en maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd zijn.
- • In elke VSG-regio wordt namens VSG/VNG, POS, NOC*NSF en sportbonden een adviseur lokale sport geïnstalleerd. Deze adviseur beschikt over brede kennis van lokaal sportbeleid, met daarin de kracht van sportaanbieders. De adviseur lokale sport is een gespreks- en sparringpartner van gemeenten – bijvoorbeeld de lokale wethouder of beleidsmedewerker sport – in een VSG-regio, jaagt de totstandkoming van één lokale infrastructuur voor clubondersteuning aan, en stimuleert de samenwerking tussen sportaanbieders via lokale sportplatforms.
- • Versterking uitvoeringskracht: een van de opgaven in dit Sportakkoord is het versterken van de uitvoeringskracht bij landelijke partijen, zoals sportbonden en brancheorganisaties, maar ook bij sportaanbieders. Sportbonden zetten extra mensen in om programma’s die zij hebben ontwikkeld uit te voeren bij lokale sportaanbieders. Ook de POS versterkt de organisatie, waardoor zij brancheorganisaties en lokale ondernemers kan helpen om met de ambities van het Sportakkoord aan de slag te gaan. De Brede regeling Combinatiefuncties speelt een belangrijke rol bij de lokale uitvoeringskracht. Aan de hand van zes profielen gaan professionals gericht uitvoering geven aan de ambities van het Sportakkoord, bijvoorbeeld door de capaciteit bij sportaanbieders te vergroten (clubkadercoach, verenigingsmanager, sportparkmanager), als spin in het web in de wijk (buurtsportcoach), door mensen die weinig sporten te begeleiden (beweegcoach) en door uitvoering te geven aan de verbinding tussen sport en het onderwijs (combinatiefunctionaris onderwijs).
- • Bestuurscoaching en coaching in maatschappelijk ondernemen
- • Clubkadercoaching
- • Procesbegeleiding bij invoering basiseisen sociale veiligheid
- • Versterken van het vrijwilligersbeleid
- • Toekenning van microbudgetten
- • Ondersteuning bij topteamcompetities en talentonwikkeling
- • Beschikbaarheid van data over sociale wijkprofielen
- • Ondersteuning bij ontwikkelen passend aanbod en vermarkten van aanbod
- 1. Bestuurlijk overleg Sportakkoord: in dit overleg zijn de bestuurders van VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS vertegenwoordigd, evenals de Minister voor Langdurige Zorg en Sport. In dit orgaan wordt overkoepelend toezicht gehouden, gevoed door voortgangsrapportages.
- 2. Stuurgroepen: hierin is hoger management van VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS vertegenwoordigd.32POS maakt nog geen onderdeel uit van het topsportgedeelte van de governance. In de komende jaren wordt bekeken op welke wijze vertegenwoordiging van de POS van toegevoegde waarde kan zijn, met name voor de door POS te organiseren vertegenwoordiging van de topsportevents. De twee stuurgroepen toetsen de voortgang van het Sportakkoord in zijn totaliteit en kunnen waar nodig fungeren als escalatiepunt door de coördinatieteams. Ook hebben beide stuurgroepen extra aandacht voor de samenhang tussen Sportakkoord en andere trajecten, zoals het GALA. De stuurgroepen ontvangen updates over de voortgang van het Sportakkoord en eventuele adviezen voor bijsturing van de coördinatieteams.
- 3. Coördinatieteams: deze bestaan uit medewerkers van VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS, die ook nauw betrokken waren bij de totstandkoming van het Sportakkoord en de bedoeling van het werkingsmechanisme achter het akkoord kennen. De twee coördinatieteams sturen gezamenlijk de uitvoering van het hele Sportakkoord aan. Ze houden overzicht, ook op trajecten die de inhoudelijke thema’s doorsnijden. Beide coördinatieteams komen meerdere keren per jaar bijeen voor overleg en rapporteren aan de stuurgroepen. De coördinatieteams stellen werkgroepen in, rondom de geformuleerde ambities, thema’s en/of ondersteunende processen. De indeling van werkgroepen kan gedurende de looptijd van het Sportakkoord worden herzien als dat nodig blijkt om bijvoorbeeld de samenhang te bevorderen.
- 4. Werkgroepen: in de werkgroepen komen inhoudelijke deskundigen namens de partners bij elkaar, aangevuld met bijvoorbeeld vertegenwoordigers van de kennispartners en andere partijen. De werkgroepen zijn verantwoordelijk voor de inhoudelijke doorontwikkeling van het Sportakkoord, gebaseerd op principes van data- en kennisgericht werken. De werkgroepen komen geregeld bijeen. Zij voorzien vooral de coördinatieteams van informatie en doen waar nodig voorstellen om bij te sturen.
- • VWS: regisseert het landelijk Sportakkoord, (co-)financiert, verbindt met andere landelijke programma’s en ministeries/beleidsterreinen, stimuleert kennis en innovatie en verkent wetgeving, maakt afspraken over financiering met partijen gericht op ambities
- • NOC*NSF / POS: ondersteunen landelijke sportorganisaties bij realiseren van ambities en doelstellingen, sportsector landelijk verbinden, samenwerking met andere maatschappelijke organisaties, bewaken kwaliteit, toegankelijkheid en veiligheid
- • VSG/VNG: ondersteund gemeenten en lokale functionarissen sport bij realiseren van ambities en doelstellingen, toetsing herijking Sportakkoorden, toetsing integraal plan van aanpak Brede SPUK, organiseren (met o.a. VNG) regionale intervisiebijeenkomsten voor gemeenten en lokale functionarissen sport, bevorderen en ondersteunen gemeenten bij integraal werken (onder andere. Brede SPUK)
- • VWS / NOC*NSF / POS / VSG/VNG gezamenlijk: inspireren en richting geven aan lokale (generieke) uitvoering binnen kaders Sportakkoord, samenwerken met landelijke maatschappelijke organisaties in andere sectoren en verbinding versterken met onder meer GALA, IZA, School & omgeving en Beweegalliantie. Samenwerken met de sportsector om tot concrete uitwerking van dit Hoofdlijnen Sportakkoord II te komen.
- • Sportaanbieders (alle rechtsvormen waarin samen wordt gesport): organiseren passend en kwalitatief sterk sportaanbod in een inclusieve en sociaal veilige sport, lokaal onderling samenwerken en met andere sectoren
- • Gemeenten: bewaken herijking en voortgang lokale Sportakkoorden, aanstellen coördinator sport en preventie, deelnemen aan kennisuitwisseling en onderzoek, stimuleren lokale samenwerking en netwerkvorming, stimuleren effectieve clubondersteuning (één-loket gedachte), bijdragen aan generieke clubondersteuning, realiseren duurzame ruimte voor sport en bewegen, bevorderen regionale samenwerking, participeren in programma topteamcompetities
- • Landelijke organisaties (sportbonden, brancheverenigingen, maatschappelijke organisaties): promoten eigen tak van sport, inspireren van eigen achterban lokaal, vertaalslag naar specifieke ondersteuning eigen achterban (bevorderen specifieke deskundigheid, door ontwikkelen sportaanbod, wedstrijden/competities, topsport, bewaken kwaliteit en veiligheid), landelijk samenwerken
- • Maatschappelijke organisaties / lokale functionarissen: toeleiding van doelgroepen naar lokaal beschikbaar sportaanbod
- • Het beschikken over een kernteam dat de regie voert over de herijking en uitvoering van het lokaal Sportakkoord. Dit kernteam bestaat ten minste uit vertegenwoordigers van de gemeente, de lokale sportsector en maatschappelijke organisaties (welzijn, gezondheidszorg, onderwijs).
- • Het inzetten van een coördinator sport en preventie. Deze functionaris coördineert de herijking en uitvoering van het lokaal Sportakkoord. Gemeenten kunnen via de Brede Regeling Combinatiefuncties middelen aanvragen voor het aanstellen van deze functionaris.
- • Het herijken van het lokaal Sportakkoord op basis van de inhoud van dit Sportakkoord, aan de hand van het ‘Raamwerk afspraken Sportakkoord’ (zie hierna). Het herijkte lokaal Sportakkoord wordt uiterlijk 30 juni 2023 ingediend bij VSG
- • Het meewerken aan activiteiten rondom monitoring en evaluatie die in het kader van het Sportakkoord en de Brede SPUK plaatsvinden in de periode 2023–2026.
- • Herijking van het lokaal Sportakkoord vindt plaats onder verantwoordelijkheid van een lokaal kernteam. De coördinator sport en preventie coördineert en begeleidt deze herijking.
- • Herijking van het lokaal Sportakkoord vindt plaats langs de drie ambities van het Sportakkoord:
- ○ Hoe wordt het fundament (vitale sportaanbieders, duurzaam beleid) van de lokale sportsector versterkt?
- ○ Hoe wordt het bereik (draagvlak partners, deelname partners) van het lokale Sportakkoord vergroot?
- ○ Hoe wordt de betekenis van sport op lokaal niveau zichtbaar gemaakt en benut (verbinding met GALA, IZA, School & Omgeving)?
- • Bij de herijking van het lokaal Sportakkoord wordt aantoonbaar gestreefd naar het betrekken van het merendeel van sportclubs, ondernemers in de sport en maatschappelijke instellingen. Herijking is zichtbaar een proces dat de hele lokale gemeenschap aangaat.
- • In de periode 2023–2026 gaat de gemeente (in samenspraak met het kernteam) werken aan een plan van aanpak om sociale veiligheid en integriteit op lokaal niveau bij alle sportaanbieders waarmee de gemeente een relatie heeft te stimuleren en ondersteunen.
- • In de periode 2023–2026 gaan de gemeente, lokale clubondersteuners en adviseur lokale sport (samen met het kernteam) in gesprek om de toegang, coördinatie en kwaliteit van clubondersteuning op lokaal of regionaal niveau te verbeteren. De mogelijkheid om één loket voor clubondersteuning in te richten wordt hierbij onderzocht.
- • In de periode 2023–2026 onderzoekt de gemeente (in samenspraak met het kernteam en de adviseur lokale sport) de mogelijkheid om een lokaal sportplatform in te richten. Zo’n sportplatform brengt de lokale sportaanbieders samen met het oog op samenwerking, één aanspreekpunt voor en met de gemeente, en belangenbehartiging.
- • Het herijkte Sportakkoord maakt duidelijk hoe lokale functionarissen die gefinancierd worden vanuit de BRC worden ingezet binnen de zes thema’s van het Sportakkoord.
- • Voor de G5 gelden dezelfde voorwaarden bij het aanvragen van uitvoeringsbudget. Het uitvoeringsbudget kan worden ingezet voor de uitvoering van het lokaal Sportakkoord, een living lab of beide.
- • Bij de keuze voor inzet op een living lab gelden de volgende afspraken:
- ○ In de living labs vindt onderzoek en innovatie plaats in wijken en gemeenschappen, waarbij de inwoner centraal staat. Daarbij werken de overheid, de sport, het bedrijfsleven, de inwoner en de kennisinstelling samen. Er zijn meerdere living labs in een stad mogelijk.
- ○ De gemeente werkt samen met de programma’s ‘MOOI’ en ‘Sportinnovator’ bij de opzet en uitvoering van het living lab.
- ○ De gemeente zet zich in om de leerervaringen en vernieuwende concepten actief, in samenwerking met de kennisinstellingen, te delen met de partners van het Sportakkoord. NOC*NSF, POS en VSG/VNG spreken af de voortgang en resultaten te delen met de sportsector en gemeenten.
- ○ De monitoring van de living labs is gericht op de beoogde gedragsverandering van de intermediairs in de betrokken partners bij de living labs. Daarnaast is de monitoring gericht op het in kaart brengen van kansen en aandachtspunten voor opschaling en vertaling van resultaten naar beleid. VWS zet, in samenspraak met de G5, een gezamenlijk programma voor monitoring van de living labs op.
- • De lokale of regionale akkoorden worden beschikbaar gesteld aan VSG.
- • Op de website www.sportengemeenten.nl worden de profielen van de coördinator sport en preventie, de (andere) functionarissen uit de BRC en de adviseur lokale sport gedeeld.
- • De verschillende functionarissen nemen deel aan bijeenkomsten die worden georganiseerd door NOC*NSF, POS en VSG/VNG en dragen op deze wijze actief bij aan kennisdeling.
- • Ondertekenende partijen van het lokale of regionale Sportakkoord komen minstens twee keer per jaar bijeen om de voortgang te bespreken.
- • De financiële voorwaarden voor het uitvoeringsbudget Sportakkoord worden vastgesteld in de Brede SPUK ten behoeve van bevorderen van de gezondheid, sport- en beweegstimulering, cultuurparticipatie en versterken van de sociale basis.
- • Meer kinderen, jongeren en volwassenen die sporten, bewegen en meedoen aan cultuur. Het gaat hierbij ook om kwetsbare groepen en mensen die achterblijven in sport-, beweeg- en cultuurdeelname;
- • Sterke aanbieders in sport, bewegen en cultuur waarbij kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid geregeld is;
- • Een sterke verbinding tussen sport, bewegen en cultuur met andere domeinen en programma’s (onderwijs, gezondheid, zorg, welzijn en sociale zaken/armoede & schulden) die bijdragen aan de bovenste twee ambities.
- 1. Algemeen
- a. de ambities en doelen uit het Hoofdlijnen Sportakkoord II, het programma School en omgeving en de meerjarenbrief ‘De kracht van creativiteit’ (2023–2025) worden als leidraad genomen bij de inzet van de functionarissen;
- b. Er is ruimte voor zes profielen in de Brede Regeling Combinatiefuncties: Buurtsportcoach, Cultuurcoach33Onder andere gaat het hier ook om cultuurmakelaar, cultuuraanjager, cultuuradviseur, intendant, etc., Combinatiefunctionaris Onderwijs, Clubkadercoach (incl. Verenigingsmanager en Sportparkmanager), Beweegcoach en Coördinator Sport en Preventie;
- c. De domeinen waarbinnen de functionarissen werkzaam zijn, zijn: Sport, Bewegen, Cultuur, Onderwijs, Preventie, Gezondheid, Zorg en Welzijn c.q. het sociaal domein (zoals sociale zaken inclusief aanpak armoede & schulden). Er is hierbij altijd sprake van een combinatie van minimaal twee domeinen, waarbij sport en/of cultuur leidend zijn; De inzet van de functionarissen in de Brede Regeling Combinatiefuncties hangt samen met de doelen die zijn afgesproken in programma’s zoals het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). De functionaris die hiermee de verbinding legt is de Coördinator Sport en Preventie. Andere programma’s waarop de inzet van de functionarissen is gebaseerd zijn bijvoorbeeld Cultuureducatie met kwaliteit, het programma Cultuurparticipatie en de Human Capital Agenda Sportsector;
- d. De bekostiging van de bevoegde vak- of groepsleerkracht bewegingsonderwijs wordt vanuit het onderwijs gefinancierd. De inzet van functionarissen voor extra aanbod bovenop de onderwijstijd voor bewegingsonderwijs kan vanuit de Brede Regeling Combinatiefuncties worden bekostigd. Voor de looptijd van de huidige Brede Regeling Combinatiefuncties ontwikkelen we een afbouwmodel en heeft het onderwijs tot en met 31 december 2026 de tijd om de inzet van combinatiefunctionarissen in onderwijstijd af te bouwen met als doel uiteindelijk de combinatiefunctionarissen alleen voor extra aanbod, buiten onderwijstijd, in te zetten. Gedurende de looptijd worden de ontwikkelingen gemonitord en is het van belang jaarlijks deze afbouw te gaan zien.
- 2. Arbeidsvoorwaardelijk
- a. Gemeenten maken met opdrachtnemers afspraken die in lijn zijn met de Wet arbeidsmarkt. Het staat gemeenten echter vrij om lokaal de best passende arbeidsconstructie te kiezen;
- b. Gemeenten en werkgevers volgen het principe van eerlijke beloning, zoals de Fair Practice Code voor cultuur. Dit houdt in dat er wordt gestreefd naar een gelijkwaardige beloning voor functionarissen bij gelijkwaardige inzet, conform cao-afspraken en andere bestaande richtlijnen;
- c. Overeenkomstig het beleid van een leven lang ontwikkelen en het stimuleren van toekomstbestendige inzetbaarheid van werkenden, is het wenselijk dat gemeenten met werkgevers afspraken maken over de scholing en de arbeidsvoorwaarden van de medewerkers. Hierbij dient 2% van de lokale middelen beschikbaar te zijn voor opleidingen en het versterken van de kwaliteit van functionarissen. Voor buurtsportcoaches specifiek is hier het carrièrepad voor ontwikkeld;
- d. Gemeenten en werkgevers streven naar een inclusieve samenleving en gelijke kansen, zoals de code Diversiteit & Inclusie voor cultuur of de afspraken in Sportakkoord II onder het thema Sociaal veilige sport.
- 3. Technisch
- a. Met het oog op vraagsturing, lokaal maatwerk en een breed draagvlak baseren gemeenten de inzet van de functionarissen op lokale beleidsplannen zoals een lokaal Sport- en/ of Preventieakkoord of cultuurnota’s. Dit betekent dat in gezamenlijkheid met gemeentelijke partners (zoals binnen het kernteam Sportakkoord of in samenspraak met een lokaal cultuurplatform) wordt besloten waarop de inzet van de functionarissen is gericht. Ook rekening houdend met de risicogroepen bij de aanpak volksziekten;
- b. De inzet van de functionarissen wordt ook omschreven in het plan van aanpak dat gemeenten indienen om aanspraak te maken op de middelen uit de Brede Specifieke Uitkering ten behoeve van het bevorderen van de gezondheid, sport- en beweegstimulering, cultuurparticipatie en het versterken van de sociale basis.
- 4. Financieel
- a. De financiële voorwaarden voor het uitvoeringsbudget Sportakkoord worden vastgesteld in de Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026;
- b. De Rijksbijdrage (Ministeries VWS en OCW) voor de functionarissen is gesteld op € 89.500.000 voor de jaren 2023 tot en met 2025. Voor 2026 is dit bedrag vastgesteld op € 86.500.000,-. Deze bedragen zijn inclusief € 5 miljoen die sinds 2014 structureel beschikbaar zijn vanuit het armoede- en schuldenbeleid34De totale bedragen zijn zonder aftrekking van de uitvoeringskosten. Deze bedragen per jaar maximaal € 500.000,- voor de gehele brede SPUK.;
- c. Er wordt binnen de regeling niet meer uitgegaan van een vastgesteld normbedrag. Deze middelen worden verdeeld op basis van de voorwaarden in de brede Specifieke uitkering zoals onder 4a gesteld. De verdeelsleutels zijn het aantal inwoners en het aantal inwoners met gezondheidsachterstanden (lage inkomens, laag opgeleid). Er wordt een overzicht van de beschikbare bedragen per gemeenten als bijlage van de brede Specifieke uitkering toegevoegd;
- d. Gemeenten en Rijk hebben afgesproken dat de Rijksbijdrage 40% van het totaalbudget is van de investering voor functionarissen in het sport-, beweeg- en cultuurdomein. Gemeenten organiseren de overige 60% van dit bedrag binnen de financiële mogelijkheden die zij hebben. Dit geldt in het bijzonder voor de periode vanaf 2026, wanneer een nieuwe financieringssystematiek moet worden ingevoerd;
- e. De btw-vrijstelling voor diensten op het gebied van sport is verruimd. Dit kan ook van toepassing zijn op de inzet van buurtsportcoaches, waardoor gemeenten btw die aan hen in rekening wordt gebracht in relatie tot deze activiteiten niet langer in aftrek zouden kunnen brengen. Hiervoor geldt geen compensatiemogelijkheid vanuit het btw-compensatiefonds. Wel wordt gemeenten compensatie geboden via de Specifieke uitkering Sport.