Bijlage 1 Reglement Stimuleringsmaatregel Filmproductie in Nederland van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film: kwalificatietoets
De productie-uitgaven die in aanmerking worden genomen voor de berekening van de subsidie zijn beperkt. Deze uitgaven hebben uitsluitend betrekking op de kosten die nog gemaakt moeten worden voor de realisering van de filmproductie en hebben derhalve als doel de voltooiing van de productie. Productie-uitgaven komen enkel in aanmerking als ze realistisch, kostenefficiënt en marktconform zijn en er daarbij geen sprake is van deferments, conform de bepalingen in het Financieel & Productioneel Protocol Stimuleringsmaatregel. De kosten voor technische filmapparatuur (bijv. camera's, licht- en geluidsapparatuur) kwalificeren mits rechtstreeks gekocht, geleased of gehuurd in Nederland. Van de aanschafwaarde van duurzame productiemiddelen (waaronder begrepen – maar niet beperkt tot – computers, monitoren, harde schijven, software, camera’s, licht- en geluidsapparatuur) kan slechts een percentage als productiekosten worden opgevoerd dat afhankelijk is van de periode waarbinnen die duurzame productiemiddelen ten behoeve van de internationale coproductie worden gebruikt; bij een gebruik daarvan gedurende 30 dagen of minder, kan 5% van de aanschafwaarde (exclusief BTW) van het betreffende duurzame productiemiddel aan productiekosten worden opgevoerd; dat laatstbedoelde percentage bedraagt 10% bij een gebruik van meer dan 30 dagen. De volgende kosten komen in ieder geval niet in aanmerking voor een bijdrage op grond van dit reglement: Productiekosten die kwalificeren kunnen in aanmerking komen voor een subsidie indien deze productiekosten aantoonbaar rechtstreeks zijn besteed bij niet gelieerde binnenlandse belastingplichtigen. Niet gelieerd wil zeggen dat geen van de bij de filmproductie betrokken producenten, noch hun aandeelhouders, bestuurders, beleidsbepalende personen, noch ondernemingen waarover zij controle hebben, een belangrijke mate van zeggenschap hebben over de binnenlandse belastingplichtige of ter beoordeling van het bestuur anderszins nauw gelieerd zijn aan de bi
- • kosten samenhangend met de onderneming van de aanvrager of betrokken coproducenten zelf, waaronder salariskosten, kosten voor de inrichting en huur of hypotheeklasten van het productiekantoor, secretariële ondersteuning, post, telefonie, internet en gsm, koeriers, en andere administratieve kosten en bureaumateriaal, met uitzondering van (markconform begrote) leidinggevende of specialistische functies binnen het uitvoerende productieproces noodzakelijk voor de totstandkoming van de filmproductie;
- • taxikosten, aankoop brandstof, kilometerdeclaraties
- • quitclaimvergoedingen, tenzij opgevoerd via een factuur met specificatie van het figuratiebureau;
- • representatie, reis-en verblijfkosten met uitzondering van hotelovernachtingen en openbaar vervoer over land in het kader van duurzaamheid;
- • financierings- en accountantskosten, met uitzondering van de kosten van de tussentijdse en tegencontrole (artikel 17, zesde lid);
- • juridische en fiscale kosten;
- • onvoorziene kosten, voor zover deze meer bedragen dan 5% van de kwalificerende productiekosten. (Bij de verantwoording moet blijken dat deze kosten ook daadwerkelijk zijn besteed aan productiekosten die kwalificeren);
- • de overhead;
- • de producers’ fee, voor zover deze meer bedraagt dan 7.5% van de kwalificerende productiekosten;
- • de reeds gemaakte ontwikkelingskosten;
- • alle rechtenvergoedingen die worden voldaan voor het gebruik van niet speciaal voor de filmproductie vervaardigde rechten (zoals boek- en format rechten, bestaande muziek en beeld opnamen en -werken).