Art. 7 Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES, Geldend maken van het recht op de tegemoetkoming
Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES
1. De Minister stelt op aanvraag vast of er recht op de tegemoetkoming bestaat.
2. De Minister besluit binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag.
3. De beslistermijn kan éénmaal met maximaal acht weken worden verlengd.
4. Onverminderd het eerste lid kan de Minister ambtshalve recht op een tegemoetkoming in het tweede tijdvak vaststellen, als voor die ingezetene al recht op een tegemoetkoming in het eerste tijdvak is vastgesteld.
5. Uiterlijk twee weken voorafgaand aan de ambtshalve vaststelling van het recht op een tegemoetkoming, maar niet later dan vrijdag 29 september, maakt de Minister het voornemen tot het ambtshalve verstrekken van de tegemoetkoming bekend.
6. De beschikking vermeldt in ieder geval:
a. de dagtekening van de beslissing;
b. de gronden waarop deze berust;
c. de naam van de rechthebbende;
d. de naam en geboortedatum van het betrokken kind;
e. de adviseur en de uitkomst van het advies;
f. de hoogte van de tegemoetkoming.