Bijlage III Beleidsregel ontheffingverlening voertuigen met geautomatiseerde functies 2022: als bedoeld in artikel 13, tweede lid
Beleidsregel ontheffingverlening voertuigen met geautomatiseerde functies 2022
De voertuigen mogen gedurende de looptijd van de ontheffing niet zonder goedkeuring van de RDW worden aangepast. Aanpassing van de voertuigen zonder goedkeuring van de RDW leidt tot onmiddellijke intrekking van de ontheffing. De ontheffing is niet overdraagbaar. De ontheffing mag niet worden gebruikt in combinatie met enig andere ontheffing. Een ontheffing mag niet gebruikt worden voor vervoer van gevaarlijke stoffen als bedoeld in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.
- 1. Het voertuig mag uitsluitend worden bestuurd door personen van wie de naam in deze ontheffing is vermeld
- 2. De bestuurder is uitsluitend bezig met zijn bestuurderstaak en onthoudt zich van gedragingen als bedoeld in artikel 5 en 5a van de Wegenverkeerswet 1994.
- 3. De bestuurder moet bekend zijn met de meest actuele geldende operationele protocol
- 4. Het operationele protocol is inzichtelijk voor de bestuurder en bevindt zich in de voertuigen.
- 5. De bestuurders moeten bekend zijn met de geautomatiseerde functies, de noodprocedure en welke handmatige taken door de systemen worden overgenomen.
- 6. De bestuurder moet in het bezit zijn van een geldig rijbewijs
- 1. De houder van de ontheffing is er verantwoordelijk voor dat de voertuigen aantoonbaar verzekerd zijn.
- 2. De houder van de ontheffing is verantwoordelijk en aansprakelijk voor de gebreken aan de voertuigen en de eventuele gevolgen daarvan. Hieronder vallen ook de technische/ digitale aspecten die worden gebruikt in het kader van deze ontheffing.
- 3. De houder van de ontheffing vrijwaart de RDW van aansprakelijkheid.
- 1. Van de ontheffing mag geen gebruik worden gemaakt bij gladheid van het wegdek.
- 2. Van de ontheffing mag geen gebruik worden gemaakt bij weersomstandigheden die het zicht beperken tot minder dan 200 m. waarbij deze afstand is vastgesteld is zonder het gebruik van verlichting.
- 3. Indien zich dergelijke omstandigheden voordoen moet zo spoedig mogelijk het gebruik van de ontheffing worden beëindigd.
- 1. Bij een aanrijding met (lichte) materiële schade of (licht) persoonlijk letsel, in of buiten het voertuig wordt het rijden met de ontheffing met directe ingang opgeschort
- 2. Er dient direct contact worden opgenomen met de RDW en de wegbeheerder zoals in de ontheffing vermeld.
- 3. Het gebruik van de ontheffing mag uitsluitend hervat worden na toestemming van de RDW en de wegbeheerder.
- 4. In het voertuig opgeslagen data moet op verzoek ter beschikking te worden gesteld aan de ontheffingsverlener of de handhaver.