Art. 1.6 Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij, Afwijzingsgronden

Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij

De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, indien:

a. de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels;

b. de subsidie bestemd is voor:

1°. een rechtspersoon of natuurlijke persoon tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel e, van de groepsvrijstellingsverordening visserij; of

2°. een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 3, onderdeel 5, van de groepsvrijstellingsverordening visserij, die al in moeilijkheden verkeerde vóór 1 januari 2021;

c. de ingediende aanvraag niet ontvankelijk is voor steun ingevolge artikel 11 van de EMFAF-verordening;

d. de minister het onaannemelijk acht dat de subsidieaanvrager zal voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.8; of

e. de subsidie bestemd is voor de activiteiten als bedoeld in artikel 13, onderdelen a tot en met d, en f tot en met m, van de EMFAF-verordening.