Bijlage B Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021–2027: behorende bij artikel 4, onderdeel a
Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021–2027
Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel a: het versterken en ontwikkelen van alle aspecten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van de externe dimensie ervan om bij te dragen aan het bewerkstelligen van een toekomstbestendige migratieketen De subsidie wordt aangevraagd door: Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 19 augustus 2024, 09.00 uur, tot en met 13 september 2024, 17.00 uur. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel B2, € 7.514.710,64. In afwijking van artikel 11 bedraagt de subsidie maximaal 90% van de subsidiabele kosten voor maatregelen die zijn gericht op kwetsbare personen en verzoekers om internationale bescherming met bijzondere behoeften inzake opvang of procedures, waaronder maatregelen die de doeltreffende bescherming van minderjarigen waarborgen, met name niet-begeleide minderjarigen, onder meer door middel van alternatieve, niet-geïnstitutionaliseerde zorgsystemen.
- • onderwijs- en onderzoeksinstellingen;
- • opleidingsorganisaties;
- • sociale partners;
- • internationale gouvernementele- en niet-gouvernementele organisaties;
- • niet-gouvernementele organisaties;
- • privaatrechtelijke ondernemingen;
- • publiekrechtelijke ondernemingen.
- 1. Een project heeft tot doel het versterken en doorontwikkelen van de kwaliteit van het opvang- en asielstelsel voor onderdanen van een derde land.
- 2. De projecten richten zich op de volgende doelgroep:
- a. asielzoekers die nog geen definitieve beslissing hebben gekregen op hun asielaanvraag, en
- b. vreemdelingen met een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel a of b, van de Vreemdelingenwet 2000.
- 1. Projecten zijn uitsluitend gericht op een of meer van de volgende activiteiten:
- a. het uitwisselen van informatie, beste praktijken en strategieën, onderling leren, studies en onderzoek, het ontwikkelen en uitvoeren van gezamenlijke acties en gezamenlijk optreden en het oprichten van transnationale netwerken voor samenwerking;
- b. bijstand en ondersteunende diensten die op genderbewuste wijze en in overeenstemming met de status en de behoeften van de betrokken persoon worden verstrekt, met name waar het gaat om kwetsbare personen;
- c. het identificeren van verzoekers die speciale behoeften hebben op het gebied van procedures of opvang, met inbegrip van de vroegtijdige identificatie van slachtoffers van mensenhandel, met het oog op hun doorverwijzing naar gespecialiseerde diensten zoals psychosociale diensten en rehabilitatiediensten;
- d. het verstrekken van gespecialiseerde diensten, zoals gekwalificeerde psychosociale diensten en rehabilitatiediensten, aan verzoekers die speciale behoeften hebben op het gebied van procedures of opvang;
- 2. Projecten mogen niet strijdig zijn met het nationaal asiel- en opvangbeleid.
- 1. Projecten gericht op het opvangstelsel respectievelijk het asielstelsel, worden altijd uitgevoerd in samenwerking met of na afstemming met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers respectievelijk de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Een bewijs hiervan wordt bijgevoegd bij de aanvraag.
- 2. Projecten in de opvang richten zich bij voorkeur op alleenstaande minderjarige vreemdelingen, vreemdelingen met medische problematiek, alleenstaande vrouwen en kinderen.
- 3. Projecten dragen bij voorkeur bij aan het draagvlak voor asielopvang.
- 1. Een project komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:
- a. het project past binnen het doel, omschreven in artikel B4;
- b. het project een duur van ten hoogste 36 maanden heeft, gerekend vanaf de datum van ontvangst van de volledige aanvraag tot maximaal een maand na de datum van de beschikking tot subsidieverlening, tenzij de minister met een langere projectduur instemt.
- 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan door de minister in de beschikking tot subsidieverlening een andere startdatum van het project worden vermeld.