Bijlage A Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021–2027: behorende bij artikel 4, onderdeel a
Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021–2027
Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel a: het versterken en ontwikkelen van alle aspecten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, met inbegrip van de externe dimensie ervan om bij te dragen aan het bewerkstelligen van een toekomstbestendige migratieketen De subsidie wordt aangevraagd door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Dienst Terugkeer en Vertrek, het directoraat-generaal Migratie van het Ministerie van Asiel en Migratie, Het College voor de Rechten van de Mens, de Inspectie Justitie en Veiligheid, NIDOS of het directoraat-generaal Politieke Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 16 mei 2022, 09.00 uur, tot en met 31 december 2028, 17.00 uur. Projecten zijn uitsluitend gericht op een of meer van de volgende activiteiten:
- 1. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers in het kader van artikel A5, met uitzondering van onderdeel m, bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel A2, € 43.863.057.
- 2. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst in het kader van artikel A5, met uitzondering van onderdeel m, bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel A2, € 34.682.782.
- 3. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie aan het directoraat-generaal Politieke Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in het kader van artikel A5, met uitzondering van onderdeel m, bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel A2, € 450.000.
- 4. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie in het kader van artikel A5, onderdeel m, bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel A2, € 71.108.758.
- 1. Een project heeft tot doel het versterken en door ontwikkelen van de kwaliteit van het opvang- en asielstelsel voor onderdanen van een derde land.
- 2. De projecten richten zich op de volgende doelgroep:
- a. asielzoekers die nog geen definitieve beslissing hebben gekregen op hun asielaanvraag, en
- b. vreemdelingen met een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel a of b, van de Vreemdelingenwet 2000.
- a. het opzetten van administratieve structuren, instrumenten en systemen, waaronder ICT-systemen, en het opleiden van personeel, waaronder het personeel van lokale autoriteiten en van andere relevante belanghebbenden, waar passend in samenwerking met de relevante organen en instanties van de Unie;
- b. het ontwikkelen, monitoren en evalueren van beleid en procedures, onder meer op het gebied van de verzameling, uitwisseling en analyse van informatie en gegevens; het verspreiden van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens en statistieken over migratie en internationale bescherming; alsmede het ontwikkelen en toepassen van gemeenschappelijke statistische instrumenten, methodes en indicatoren voor het meten van vooruitgang en het beoordelen van beleidsontwikkelingen;
- c. het uitwisselen van informatie, beste praktijken en strategieën; onderling leren, studies en onderzoek; het ontwikkelen en uitvoeren van gezamenlijke acties en gezamenlijk optreden; en het oprichten van transnationale netwerken voor samenwerking;
- d. bijstand en ondersteunende diensten die op genderbewuste wijze en in overeenstemming met de status en de behoeften van de betrokken persoon worden verstrekt, met name waar het gaat om kwetsbare personen;
- e. acties gericht op de doeltreffende bescherming van migrerende kinderen, met inbegrip van de uitvoering van beoordelingen van het belang van het kind, de verbetering van voogdijstelsels en de ontwikkeling, monitoring en evaluatie van beleid en procedures ter bescherming van kinderen;
- f. het uitvoeren van asielprocedures in overeenstemming met het asielacquis, waaronder het verstrekken van ondersteunende diensten zoals vertaling en vertolking, rechtsbijstand, opsporing van familieleden en andere diensten die stroken met de status van de betrokken persoon;
- g. het identificeren van verzoekers die speciale behoeften hebben op het gebied van procedures of opvang, met inbegrip van de vroegtijdige identificatie van slachtoffers van mensenhandel, met het oog op hun doorverwijzing naar gespecialiseerde diensten zoals psychosociale diensten en rehabilitatiediensten;
- h. het verstrekken van gespecialiseerde diensten, zoals gekwalificeerde psychosociale diensten en rehabilitatiediensten, aan verzoekers die speciale behoeften hebben op het gebied van procedures of opvang;
- i. het realiseren of verbeteren van infrastructuur inzake opvangaccommodatie, zoals kleinschalige opvangfaciliteiten om tegemoet te komen aan de behoeften van gezinnen met minderjarigen, met inbegrip van faciliteiten die door lokale en regionale autoriteiten worden aangeboden en het eventuele gebruik van de betreffende faciliteiten door meer dan één lidstaat;
- j. het verbeteren van de capaciteit van de lidstaten om informatie over het land van herkomst te verzamelen, te analyseren en met hun bevoegde autoriteiten te delen;
- k. het versterken van de capaciteit van derde landen om de bescherming van personen die bescherming behoeven te verbeteren, onder meer door de ontwikkeling van stelsels voor de bescherming van migrerende kinderen te ondersteunen;
- l. het vaststellen, ontwikkelen en verbeteren van doeltreffende alternatieven voor detentie, met name met betrekking tot niet-begeleide minderjarigen en gezinnen, met inbegrip van, waar passend, niet-geïnstitutionaliseerde zorg die in de nationale kinderbeschermingsstelsels is geïntegreerd;
- m. de implementatie van het Europese Asiel- en Migratiepact.
- 1. Een project komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:
- a. het project past binnen het doel, omschreven in artikel A4;
- b. het project een duur van ten hoogste 48 maanden heeft, gerekend vanaf de datum van ontvangst van de volledige aanvraag tot maximaal een maand na de datum van de beschikking tot subsidieverlening, tenzij de minister met een langere projectduur instemt.
- 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan door de minister in de beschikking tot subsidieverlening een andere startdatum van het project worden vermeld.
- 1. In afwijking van artikel 11 bedraagt de subsidie maximaal 90% van de subsidiabele kosten voor projecten die in het kader van de specifieke maatregelen worden uitgevoerd en voor maatregelen die zijn gericht op kwetsbare personen en verzoekers om internationale bescherming met bijzondere behoeften inzake opvang of procedures, waaronder maatregelen die de doeltreffende bescherming van minderjarigen waarborgen, met name niet-begeleide minderjarigen, onder meer door middel van alternatieve, niet-geïnstitutionaliseerde zorgsystemen.
- 2. In afwijking van artikel 11 bedraagt de subsidie maximaal 100% van de subsidiabele kosten voor operationele steun als bedoeld in artikel 21 van de Verordening AMIF.
- 3. Projecten gericht op activiteiten omgeschreven in het tweede lid worden altijd met de beheerautoriteit afgestemd.