Art. 9 Beleidsregels levensgedragtoets, Ernst van antecedenten

Beleidsregels levensgedragtoets

Bij de beoordeling van de ernst van een antecedent kan de raad van bestuur in ieder geval de volgende aspecten betrekken:

1. de voor dat antecedent opgelegde, gevorderde, overeengekomen of voorgenomen sanctie;

2. de sanctie die voor soortgelijke antecedenten is opgelegd;

3. de aard van het antecedent;

4. de duur van het antecedent;

5. de omvang van het antecedent;

6. de context van het antecedent;

7. de gevolgen van het antecedent;

8. de mate van schuld en/of opzet waarmee het antecedent is begaan.