Bijlage 3 Subsidieregeling Experiment echtscheiding: toelatings- en matchingcriteria experiment echtscheiding voor advocaten
Subsidieregeling Experiment echtscheiding
- 1. Ten behoeve van uitvoering van een basisrechtshulppakket gelden voor advocaten de volgende criteria:
- a. een inschrijving in het register van de Raad voor Rechtsbijstand voor de specialisatie Personen- en familierecht;
- b. een inschrijving in het rechtsgebiedenregister met het rechtsgebied Personen-en familierecht bij de Nederlandse Orde van Advocaten als bedoeld in artikel 6g en bijlage 3 van de Inschrijvingsvoorwaarden Advocatuur 2021;
- c. minimaal 20 echtscheidingen en/of beëindigingen geregistreerd partnerschap (binnen of buiten het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand en al dan niet op toevoegingsbasis) hebben behandeld in 2019, 2020 of in 2021, waarbij het in geval van echtscheidingen die door de Raad gesubsidieerd zijn op toevoegingsbasis als bedoeld in de Wrb moet gaan om zaken met de code P010, P011, P012, P013, P020, P021, P030, P040 en P041 als bedoeld in de zaakcodelijst. De afhechting van een mediation door de advocaat telt in dit kader niet als een echtscheiding.
- 2. Ten behoeve van de uitvoering van een basisrechtshulppakket met add-ons gelden de volgende criteria in aanvulling op de criteria voor de uitvoering van de basisrechtshulppakketten zoals opgenomen onder 1:
- d. het lidmaatschap van een specifieke specialisatievereniging op het gebied van personen- en familierecht of het aantoonbaar hebben gevolgd en met positief resultaat hebben afgerond van een specialisatieopleiding voor personen- en familierecht.
- e. aantoonbaar beschikken over bovengemiddelde kennis van deelgebieden van een echtscheiding, waarvoor een ‘add-on’ kan worden toegekend door het bestuur. De advocaat kan dit aantonen door het overleggen van opleidingscertificaten, diploma’s of vergelijkbare documenten met betrekking tot deze kennisgebieden, waarmee ten minste 4 punten per kennisgebied in het kader van de verplichte bijscholing voor zijn registratie als bedoeld onder 1, zijn behaald. Ook mogen punten, behaald in het kader van de training van vaardigheden, worden opgevoerd.
- 3. Advocaten mogen in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan het indienen van het deelnameverzoek:
- a. niet onherroepelijk tuchtrechtelijk veroordeeld zijn in die zin dat een maatregel is opgelegd als bedoeld in artikel 46 juncto artikel 48 van de Advocatenwet;
- b. geen maatregel opgelegd hebben gekregen in het kader van het Maatregelbeleid van de Raad.