Art. 2 Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2022, Taakverdeling
1. Aan de inspecteur-generaal is voorbehouden: het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling betreffende de volgende aangelegenheden:
a. aangelegenheden op het gebied van personeel, financiën, organisatie en bedrijfsvoering, voor zover niet vallend onder het werkterrein van een directeur, divisiehoofd, afdelingshoofd of teamleider;
b. aangelegenheden op het werkterrein van een directeur of divisiehoofd:
1°. ten aanzien waarvan de inspecteur-generaal in een incidenteel geval mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of
2°. die door een directeur of divisiehoofd aan de inspecteur-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de inspecteur-generaal door een andere directeur of divisiehoofd moeten worden behandeld.
2. Tot de in het eerste lid, onder a bedoelde aangelegenheden op het gebied van personeel behoren in elk geval:
a. het verlenen van langdurig verlof als bedoeld in paragraaf 4.6 van de CAO Rijk;
b. het opdragen van een andere functie;
c. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden;
d. het toekennen van een hogere salarisschaal;
e. het toekennen van beloningen, anders dan genoemd in artikel 3, eerste tot en met het vijfde lid;
f. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen;
g. het treffen van orde maatregelen als bedoeld in hoofdstuk van 15, van de CAO Rijk;
h. het toekennen van een terugkeergarantie;
i. het afnemen van de eed en belofte van directeuren.