Art. 5.2 Mandaatbesluit BZK 2022, Mandaat algemeen directeuren
1. Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de algemeen directeur in ieder geval betrekking op:
a. het uitoefenen van integraal management met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied;
b. het vaststellen van de capaciteitsplannen binnen de door de secretaris-generaal vastgestelde formatie;
c. het leiding geven aan de rechtstreeks onder de algemeen directeur ressorterende functionarissen;
d. het optreden als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden in het overleg met de ondernemingsraad van het desbetreffende dienstonderdeel;
e. het vertegenwoordigen van een bewindspersoon namens de Staat in gerechtelijke procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken;
f. het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot aangelegenheden op het werkterrein van de algemeen directeur;
g. het beheer van de archiefbescheiden van het onder de algemeen directeur ressorterende dienstonderdeel op grond van de desbetreffende departementale regelgeving;
h. het afnemen van de eed of de belofte van ambtenaren bij het dienstonderdeel waarover de algemeen directeur de leiding voert;
i. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten inzake aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein met uitzondering van die besluiten die door een bewindspersoon, de secretaris-generaal, het diensthoofd of de algemeen directeur zijn genomen, voor zover in wet- en regelgeving niet anders is bepaald;
j. het behandelen van geschillen met werknemers die werkzaam zijn bij het onderdeel dat onder de algemeen directeur ressorteert.