Art. 1.1 Mandaatbesluit BZK 2022, Begripsbepalingen

Mandaatbesluit BZK 2022

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. ministerie: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

b. Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

c. Staatssecretaris: de Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering;

d. bewindspersoon: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening of Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering, afhankelijk van wie het aangaat;

e. diensthoofd: een directeur-generaal en de plaatsvervangend directeur-generaal AIVD;

f. algemeen directeur: de algemeen directeur Logius, de algemeen directeur Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) en de algemeen directeur Dienst Nationaal Coördinator Groningen (NCG);

g. directeur: de leidinggevende werkzaam binnen een in het Organisatiebesluit BZK 2020 genoemd dienstonderdeel die rechtstreeks ressorteert onder de secretaris-generaal of een (programma)directeur-generaal;

h. mandaat: de bevoegdheid om namens een bewindspersoon besluiten te nemen en stukken af te doen en te ondertekenen;

i. werkterrein: de taken van de betreffende functionaris en zijn dienstonderdeel overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK 2020 en de daarop berustende bepalingen;

j. Cluster Mensen en Middelen: de directies P&O, Financieel-economische Zaken en CIO & Informatiemanagement;

k. Cluster Bestuursondersteuning: de directies Communicatie, Bestuursadvisering en Kennis, Internationaal, Europa, Macro-economie;

l. BZK Kerndepartement: de directoraten-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen, Koninkrijksrelaties en Overheidsorganisatie, het programma directoraat-generaal Omgevingswet de clusters Mensen en Middelen en Bestuursondersteuning en de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving.