Bijlage 2 Regeling uitvoeringsverslag en financieel verslag Wlz-uitvoerder: beschrijving resultaatgerichte prestatie-indicatoren Wlz
Regeling uitvoeringsverslag en financieel verslag Wlz-uitvoerder
In deze bijlage staan de resultaatgerichte prestatie-indicatoren beschreven waarvoor de Wlz-uitvoerder gegevens moet leveren op basis van artikel 4 van deze Regeling. De prestatie-indicator Contractering zorgaanbieders wordt gerekend tot doel B. Binnen de contracteerruimte is de benodigde doelmatige en kwalitatief goede zorg ingekocht; in het bijzonder B.2. De Wlz-uitvoerder koopt voldoende kwalitatief goede zorg in, in aansluiting op te verwachten aantallen cliënten, indicaties, geografische spreiding, cliëntvoorkeuren, en andere voor de zorginkoop relevante factoren Het aantal gecontracteerde zorgaanbieders per zorgkantoorregio, onderverdeeld naar sector (VV, GZ, GGZ), wijze van zorgverlening (intramuraal, extramuraal of beiden) en soort aanbieder (bestaand of nieuw). De zorgaanbieders worden meegenomen indien hier een overeenkomst mee is gesloten voor jaar t+1. Bij de categorisering moet worden uitgegaan van de zorg die zorgaanbieder in de betreffende zorgkantoorregio levert. De meting vindt jaarlijks plaats voor jaar t+1. Als peildatum geldt de datum waarvoor het budgetformulier (formulier waarin de productieafspraken tussen zorgaanbieder en Wlz-uitvoerder zijn vastgelegd) moet worden ingediend bij de NZa (of de eerste maandag daarna indien deze datum in het weekend valt). Deze datum wordt beschreven in de beleidsregel Budgettair kader Wlz. Onderverdeling gecontracteerde zorgaanbieders Bestaande zorgaanbieders Bestaande zorgaanbieders met uitgebreide zorgovereenkomst Nieuwe zorgaanbieders Zorgkantoorregio: VV GZ GGZ Totaal Intramurale zorgaanbieder Intramurale zorgaanbieder met extramurale functies Extramurale zorgaanbieder Totaal Het zorgkantoor dient de zorginkoop op een zodanige wijze uit te voeren, dat er zorg beschikbaar is in aansluiting op de voorkeuren en behoeften van de cliënten. Indien de beschikbare zorg onvoldoende aansluit op de voorkeuren en behoeften van cliënten is de taak van het zorgkantoor om de zorginkoop hierop aan te passen. Deze prestatie
- • Intramurale zorgaanbieder: Een zorgaanbieder die zorg inclusief verblijf levert.
- • Intramurale zorgaanbieder met extramurale functies: Een zorgaanbieder die zowel zorg inclusief als exclusief verblijf aanbiedt.
- • Extramurale zorgaanbieder: Een zorgaanbieder die zorg exclusief verblijf levert. De zorg wordt bij de cliënt thuis of op afspraak bij de zorgverlener verleend op VPT en/of MPT basis.
- • Bestaande zorgaanbieder: Zorgaanbieder die in het jaar t reeds over een overeenkomst en productieafspraak met het zorgkantoor beschikte ten aanzien van het leveren van Wlz-zorg in de betreffende zorgkantoorregio.
- • Bestaande zorgaanbieder met uitgebreide zorgovereenkomst: Zorgaanbieder die in het jaar t reeds over een overeenkomst en productieafspraak met het zorgkantoor beschikte ten aanzien van het leveren van Wlz-zorg in de betreffende zorgkantoorregio, maar waarbij voor jaar t+1 het zorgaanbod is uitgebreid.
- • Nieuwe zorgaanbieder: Zorgaanbieder waar voor het jaar t+1 voor het eerst een overeenkomst mee is aangegaan ten aanzien van het leveren van Wlz-zorg in de betreffende zorgkantoorregio. Zorgaanbieders met één of meerdere locaties in het zorggebied van het zorgkantoor, die voorheen gefinancierd werden door een ander zorgkantoor, die voor het jaar t+1 voor het eerst gecontracteerd worden door het zorgkantoor, vallen ook onder deze categorie. Deze groep wordt niet gecontracteerd op basis van een frictie tussen aanbod en vraag in de regio, maar door een verandering in landelijk beleid. Per zorgaanbieder kunnen meerdere locaties overgeheveld worden. Deze worden allemaal apart geteld.
- • Nieuw zorgaanbod: Het aantal keer dat er nieuw zorgaanbod in de regio is gecontracteerd. Dit kan door het contracteren van nieuwe zorgaanbieders, of door het uitbreiden van het zorgaanbod bij bestaande zorgaanbieders.
- • Zorglevering is innovatief en/of doelmatig: Het contracteren van een zorgaanbieder die de prijs/kwaliteitverhouding van de zorglevering verbetert door bijvoorbeeld een nieuwe manier van zorgverlening, een efficiëntere organisatie van de zorg, verbeteringen in de kwaliteit van de zorg voor de cliënt, inzet van ICT en e-health of een vernieuwende bekostigingswijze.
- • Specifieke doelgroepen: Het contracteren van een zorgaanbieder die zorg levert aan een doelgroep waar weinig aanbod voor is, en/of een specialistische vraag heeft.
- • Contracteren PGB-aanbieder: Het contracteren van een zorgaanbieder die voorheen zorg in PGB leverde. Het zorgkantoor beschrijft het zorgaanbod dat opgenomen is in deze categorie nader in het uitvoeringsverslag.
- • Uitbreiding capaciteit: Het contracteren van een zorgaanbieder om meer capaciteit in de regio te creëren. Dit kan zowel een uitbreiding van intra- als extramurale capaciteit betreffen.
- • Uitbreiding keuzemogelijkheden tussen zorgaanbieders: Het contracteren van een zorgaanbieder om meer keuze in zorgaanbieders in de zorgkantoorregio aan te bieden.
- • Uitbreiding keuzemogelijkheden tussen zorgvormen: Het contracteren van een zorgaanbieder om meer keuze in zorgvormen (intramuraal/vpt/mpt) in de zorgkantoorregio aan te bieden.
- • Inkopen op fysieke locatie: Het uitbreiden van het zorgaanbod bij een aanbieder met één of meerdere locaties in het zorggebied van het zorgkantoor, die voorheen gefinancierd werden door een ander zorgkantoor. Deze categorie wordt niet gecontracteerd op basis van een frictie tussen aanbod en vraag in de regio, maar door een verandering in landelijk beleid. Per zorgaanbieder kunnen meerdere locaties overgeheveld worden. Deze worden allemaal apart geteld.
- • Overig: Het zorgkantoor beschrijft het zorgaanbod dat opgenomen is in deze categorie nader in het uitvoeringsverslag.
- • Het zorginstituut stelt de tabellen van deze prestatie-indicator op aan de hand van de maandelijkse gegevensaanlevering (AW317-wachtlijstbestanden) van de zorgkantoren aan het zorginstituut. De NZa ontvangt de tabellen van het zorginstituut en deelt deze met de zorgkantoren.
- • Het zorgkantoor neemt in het uitvoeringsverslag die tabellen op waarnaar in de tekst verwezen wordt; tabellen waar geen gebruik van wordt gemaakt en waar niet naar wordt verwezen in de tekst van het uitvoeringsverslag worden niet in het uitvoeringsverslag opgenomen.
- • Voor elke sector (V&V, GZ en GGZ) wordt een aparte tabel per zorgkantoor opgesteld, waarbij de wachtlijstgegevens worden uitgesplitst per zorgkantoorregio.
- • Wachtenden: cliënten met een Wlz-indicatie die wachten op een plaats in een Wlz-zorginstelling. Deze cliënten hebben één van de volgende wachtstatussen: (1) urgent plaatsen, (2) actief plaatsen, (3) wacht op voorkeur of (4) actief wachtend;
- • Cliënten in zorg: cliënten met een Wlz-indicatie die in jaar t zijn gestart met zorg in een Wlz-zorginstelling. Deze cliënten hebben de volgende wachtstatus: in zorg.
- • Datum van de pgb-aanvraag:
- ○ de datum van binnenkomst van de indicatie met gewenste leveringsvorm pgb bij het zorgkantoor via het IO31 bericht; of
- ○ de datum waarop het zorgkantoor de leveringsvorm op verzoek van de cliënt omzet in pgb.
- • Datum toekenningsbeschikking: datum waarop het zorgkantoor de beschikking over de toekenning van het pgb aan de cliënt heeft verzonden.
- • Nieuwe pgb-houder: cliënt die voor de eerste maal een aanvraag indient voor een pgb ten laste van de Wlz. Het kan hier zowel gaan om cliënten die bij de (her)indicatie-aanvraag bij het CIZ voor de eerste maal een voorkeur aangeven voor de leveringsvorm pgb als om cliënten die bij het zorgkantoor voor de eerste maal een omzetting vragen van de leveringsvorm naar pgb voor tenminste één functie.
- • In de berekening van de aantallen per categorie doorlooptijd worden van de pgb-aanvragen alleen die afgehandelde aanvragen meegenomen die in jaar t daadwerkelijk resulteerden in een toekenningsbeschikking voor pgb ten laste van de Wlz. Afwijzingen tellen niet mee.
- • De budgettoekenning moet IN jaar t zijn voltooid; dat wil zeggen de beschikking over het toekennen van pgb moet IN jaar t zijn afgegeven. Bereken van dat moment de doorlooptijden terug.
- • Teller van de indicator: de cliënten die op het moment van algehele stopzetting zorgverlening door de aanbieder na beëindiging van de contractuele relatie tussen zorgkantoor en zorgaanbieder een geldige MAZ hebben voor passende zorg en niet op een wachtlijst.
- • Noemer van de indicator: alle cliënten die op het moment van algehele stopzetting zorgverlening door de aanbieder zorg ontvingen van de zorgaanbieder.
- • Meetmoment: over een periode van een maand na algehele stopzetting zorgverlening als gevolg van de beëindiging van de contractuele relatie wordt in iWLZ vastgesteld of passende zorg voor de cliënten continu is doorgelopen en of de cliënt wel of niet op een wachtlijst terecht is gekomen. Deze indicator wordt op 3 tijdstippen gemeten na algehele stopzetting van zorgverlening als gevolg van afloop van de contractuele relatie:
- 1. terstond: op de datum van de algehele stopzetting van zorg;
- 2. binnen 15 dagen na de datum van de algehele stopzetting van zorg (exclusief cliënten uit 1);
- 3. binnen één maand na de datum van de algehele stopzetting van zorg (exclusief cliënten uit 1 en 2)
- • Algehele stopzetting: cliënten die na het beëindigen van de contractuele relatie met de zorgaanbieder ex artikel 4.2.2. lid 5 van de Wlz gebruik blijven maken van de zorg van de betreffende aanbieder vallen buiten dit begrip en tellen niet mee voor de berekening van de indicator.
- • Werkgebied van de Wlz-uitvoerder: alle zorgkantoorregio’s gezamenlijk waar de Wlz-uitvoerder als zorgkantoor is aangewezen.
- • Passende zorg: de cliënt ontvangt:
- ○ zorg conform zijn indicatie en gewenste leveringsvorm, dan wel
- ○ in afwijking van de indicatie: na instemming van cliënt en zorgkantoor zorg volgens de omzettingstabel van het inkoopbeleid van ZN, dan wel
- ○ in afwijking van de gewenste leveringsvorm: na instemming van cliënt en zorgkantoor een alternatieve leveringsvorm.
- • Instelling: instelling op AGB-code-niveau.
- • De meting vindt plaats bij de cliënten van alle zorgaanbieders in het werkgebied van de Wlz-uitvoerder die als zorgkantoor is aangewezen, die in jaar t waarvan het contract in jaar t is beëindigd.
- • De meting vindt plaats in het werkgebied van de Wlz-uitvoerder die als zorgkantoor is aangewezen, per zorgaanbieder waarvan het contract in jaar t is beëindigd.
- • De datum van beëindiging van de contractuele relatie is maatgevend voor het jaar waarin deze indicator meetelt.
- • Als in het werkgebied de contractuele relatie met méér dan een zorgaanbieder wordt beëindigd, worden de uitkomsten samengenomen.
- • Bij het niet volledig realiseren van de tijdsnormen (uitkomst <100%) moeten de Wlz-uitvoerders die als zorgkantoor zijn aangewezen extra informatie opnemen in de rapportage (uitvoeringsverslag) om aan te tonen waar problemen liggen en/of wat de redenen zijn waarom de norm niet behaald is;
- • De leveringsvorm ‘verkeerde bed’ wordt niet meegenomen in de berekening voor deze indicator.
- • CA317: heenbericht van de Wlz-uitvoerder aan het CAK voor het melden van de aanvang van zorglevering in verband met de vaststelling en inning van de eigen bijdrage;
- • CA319: heenbericht van de Wlz-uitvoerder aan het CAK voor het melden van wijzigingen in de zorglevering in verband met de vaststelling en inning van de eigen bijdrage;
- • Aanvangsdatum zorg: datum vanaf wanneer een zorgeenheid wordt geleverd zoals aangeleverd in de AW35;
- • AW35: heenbericht van de zorgaanbieder aan de Wlz-uitvoerder voor het melden van de aanvang van zorglevering aan de cliënt;
- • Mutatiedatum zorg: datum waarop een mutatie in de Wlz-zorg bij cliënt heeft plaatsgevonden zoals aangeleverd in de AW39. De mutaties hebben alleen betrekking op ontslag (mutatiecode 19 en 20). De mutatie ‘overlijden’ blijft in deze buiten beschouwing, omdat het CAK deze informatie zelf uit het GBA ontvangt;
- • AW39: heenbericht van de zorgaanbieder aan de Wlz-uitvoerder voor het melden van mutaties in de zorglevering;
- • Maand t: maand waarover verantwoording wordt afgelegd.
- 1. Tijdige indiening meldingen aanvang zorg bij zorg in natura
- a. Bepaal hoeveel (zorg)regels met leveringsvorm zorg in natura (MPT, VPT, (deeltijd) verblijf) in maand t middels een CA317 zijn aangeleverd aan het CAK;
- b. Bepaal hoeveel (zorg)regels met leveringsvorm zorg in natura (MPT, VPT, (deeltijd) verblijf) in maand t binnen 1 maand na aanvangsdatum zorg middels een CA317 zijn aangeleverd aan het CAK;
- c. (b/a)*100.
- 2. Tijdige indiening meldingen mutatie zorg bij zorg in natura
- a. Bepaal hoeveel (zorg)regels met leveringsvorm zorg in natura (MPT, VPT, (deeltijd) verblijf) in maand t middels een CA319 zijn aangeleverd aan het CAK;
- b. Bepaal hoeveel (zorg)regels met leveringsvorm zorg in natura (MPT, VPT, (deeltijd) verblijf) in maand t binnen 1 maand na mutatiedatum zorg middels een CA319 zijn aangeleverd aan het CAK;
- c. (b/a)*100.
- 3. Tijdige indiening meldingen aanvang zorg bij pgb
- a. Bepaal hoeveel (zorg)regels met leveringsvorm pgb in maand t middels een CA317 zijn aangeleverd aan het CAK;
- b. Bepaal hoeveel (zorg)regels met leveringsvorm pgb in maand t binnen 4 maanden na aanvangsdatum zorg middels een CA317 zijn aangeleverd aan het CAK;
- c. (b/a)*100.
- 4. Tijdige indiening meldingen mutatie zorg bij pgb
- a. Bepaal hoeveel (zorg)regels met leveringsvorm pgb in maand t middels een CA319 zijn aangeleverd aan het CAK;
- b. Bepaal hoeveel (zorg)regels met leveringsvorm pgb in maand t binnen 4 maanden na mutatiedatum zorg middels een CA319 zijn aangeleverd aan het CAK;
- c. (b/a)*100.
- • Bij het niet volledig realiseren van de tijdsnormen (uitkomst <100%) moeten de Wlz-uitvoerders die als zorgkantoor zijn aangewezen extra informatie opnemen in de rapportage (uitvoeringsverslag) om aan te tonen waar problemen liggen en/of wat de redenen zijn waarom de norm niet behaald is;
- • In de berekening van deze indicator worden alleen afkeurberichten meegenomen die zijn opgevolgd met een correctiebericht. Uit de uitvoeringspraktijk blijkt namelijk dat niet alle afkeurberichten worden opgevolgd door een correctiebericht. Bijvoorbeeld omdat de herstelactie via een andere weg dat via het correctiebericht plaatsvindt;
- • In de berekening van deze indicator wordt het aantal kalenderdagen tussen de ontvangst van het retourbericht van het CAK en het versturen van het correctiebericht door het zorgkantoor bepaald. De ontvangstdatum van het retourbericht dient hierbij niet te worden meegeteld, terwijl de verzenddatum van het correctiebericht wel wordt meegeteld.
- • Afkeurbericht: retourbericht van het CAK (CA318/CA320) aan de Wlz-uitvoerder met uitnodiging tot correctie van een heenbericht (CA317/CA319) omdat persoonsgegevens van de cliënt onjuist of onvolledig zijn aangeleverd door de Wlz-uitvoerder;
- • Correctiebericht: heenbericht met de gecorrigeerde persoonsgegevens van de cliënt door de Wlz-uitvoerder (CA317/CA319) aan het CAK;
- • CA317: heenbericht van de Wlz-uitvoerder aan het CAK voor het melden van de aanvang van zorglevering in verband met de vaststelling en inning van de eigen bijdrage;
- • CA318: retourbericht van het CAK aan de Wlz-uitvoerder met de foutmelding(en) op het CA317 bericht;
- • CA319: heenbericht van de Wlz-uitvoerder aan het CAK voor het melden van wijzigingen in de zorglevering in verband met de vaststelling en inning van de eigen bijdrage;
- • CA320: retourbericht van het CAK aan de Wlz-uitvoerder met de foutmelding(en) op het CA319 bericht;
- • Maand t: maand waarover verantwoording wordt afgelegd.
- 1. Tijdige indiening correctieberichten meldingen aanvang zorg
- a. Bepaal op cliëntniveau het totaal aantal afkeurberichten (CA318) van het CAK dat door een correctiebericht (CA317) is opgevolgd in maand t;
- b. Bepaal op cliëntniveau het totaal aantal correctieberichten (CA317) dat binnen 10 werkdagen na ontvangst van het afkeurbericht (uit stap 1) is verstuurd aan het CAK;
- c. (b/a)*100.
- 2. Tijdige indiening correctieberichten meldingen mutatie zorg
- a. Bepaal op cliëntniveau het totaal aantal afkeurberichten (CA320) van het CAK dat door een correctiebericht (CA319) is opgevolgd in maand t;
- b. Bepaal op cliëntniveau het totaal aantal correctieberichten (CA319) dat binnen 10 werkdagen na ontvangst van het afkeurbericht (uit stap 1) is verstuurd aan het CAK;
- c. (b/a)*100.
- • Bestandsvergelijking: vergelijking van de administraties van de Wlz-uitvoerder en het CAK houdende de persoonsgegevens van de verzekerden;
- • Jaar t: uitvoeringsjaar waarover verantwoording wordt afgelegd.
- a. Bepaal het aantal tweemaandelijks uitgevoerde bestandsvergelijkingen in jaar t;
- b. (a/6)*100.
- • Bij het niet volledig realiseren van de tijdsnormen (uitkomst <100%) moeten de Wlz-uitvoerders die als zorgkantoor zijn aangewezen extra informatie opnemen in de rapportage (uitvoeringsverslag) om aan te tonen waar problemen liggen en/of wat de redenen zijn waarom de norm niet behaald is;
- • Volgens de bepalingen in artikel 7.14 tweede lid van de Rlz dienen Wlz-uitvoerders onjuistheden in de vastlegging van persoonsgegevens binnen één maand na bestandsvergelijking in hun administratie te corrigeren. Uit de uitvoeringspraktijk blijkt echter dat het CAK en Wlz-uitvoerder na de bestandsvergelijking (door onvolkomenheden in iWlz) handmatig moeten uitzoeken of de statuscodes juist zijn en welke correcties wel/niet door wie moeten worden uitgevoerd. Hiervoor hebben zij tijd nodig, waar in de vaststelling van betreffende artikel geen rekening mee is gehouden. Voor de bepaling van deze indicator kiest de NZa ervoor aan te sluiten bij de uitvoeringspraktijk, zolang deze handmatige actie nodig is. Dit houdt in dat voor de bepaling van deze indicator niet wordt uitgegaan van de datum van de uitgevoerde bestandsanalyse, maar van de datum waarop de handmatige actie van het CAK en de Wlz-uitvoerders is afgerond en duidelijk is welke correcties moeten worden uitgevoerd. De datum waarop is vastgesteld dat correctie nodig is dient daarbij te worden vastgelegd.
- • Bestandsvergelijking: vergelijking van de administraties van de Wlz-uitvoerder en het CAK houdende de persoonsgegevens van de verzekerden;
- • Rekendatum: datum waarop de handmatige controle van de uitkomsten van de bestandsvergelijking door het CAK en Wlz-uitvoerder is afgerond en duidelijk is dat correctie nodig is en door wie;
- • Statuscodes:
- ○ Status 0: gegevens CAK en Wlz-uitvoerder komen geheel overeen;
- ○ Status 1: gegevens komen wel voor bij de Wlz-uitvoerder maar niet bij het CAK;
- ○ Status 2: gegevens komen wel voor bij het CAK maar niet bij de Wlz-uitvoerder;
- ○ Status 3: Er is een verschil geconstateerd in de gevonden regel.
- 1. Gecorrigeerde regels
- a. Bepaal het aantal regels met status 0 in het bestand van de bestandsvergelijking;
- b. Bepaal het aantal regels uit (a) die in het bestand van de voorgaande bestandsvergelijking een status 1, status 2 of status 3 hadden;
- c. Bepaal het aantal regels uit (b) dat binnen de termijn van één maand na de rekendatum is gecorrigeerd;
- d. 100-((c/b)*100);
- 2. Niet gecorrigeerde regels
- a. Bepaal het aantal regels met status 1, status 2 of status 3 in het bestand van de bestandsvergelijking;
- b. Bepaal het aantal regels uit (a) die in het bestand van de voorgaande bestandsvergelijking een status 1, status 2 of status 3 hadden;
- c. (b/a)*100;
- 3. 100-1d-2c.
- 1. Pgb-kosten afgezet tegen totale kosten in de regio Teller: totaal door het zorgkantoor toegekende pgb-budgetten aan cliënten op jaarbasis in jaar t. Noemer: de totale Wlz-kosten (Zorg in natura en pgb) in de regio in jaar t.
- 2. Zin intramuraal laag ZZP afgezet tegen totale kosten in de regio Teller: totaal aan goedgekeurde AW319-declaraties voor de prestatiecodes ‘zzp-laag’ met zorgleveringsdatum in jaar t van instellingen die voor regio X zijn gecontracteerd. Noemer: totale Wlz-kosten (Zorg in natura en pgb) in de regio in jaar t.
- 3. Zin intramuraal hoog ZZP afgezet tegen totale kosten in de regio Teller: totaal aan goedgekeurde AW319-declaraties voor de prestatiecodes ‘zzp-hoog’ met zorgleveringsdatum in jaar t van instellingen die voor regio X zijn gecontracteerd. Noemer: totale Wlz-kosten (Zorg in natura en pgb) in de regio in jaar t.
- 4. Zin Vpt/Mpt laag ZZP afgezet tegen totale kosten in de regio Teller: totaal aan goedgekeurde AW319-declaraties voor de prestatiecodes ‘vpt/mpt-laag’ met zorgleveringsdatum in jaar t van instellingen die voor regio X zijn gecontracteerd. Noemer: totale Wlz kosten (Zorg in natura en pgb) in de regio in jaar t.
- 5. Zin Vpt/mpt hoog ZZP afgezet tegen totale kosten in de regio Teller: totaal aan goedgekeurde AW319-declaraties voor de prestatiecodes ‘vpt/mpt-hoog’ met zorgleveringsdatum in jaar t van instellingen die voor regio X zijn gecontracteerd. Noemer: totale Wlz kosten (Zorg in natura en pgb) in de regio in jaar t.
- 1. De kosten van uitvoering van de Wlz in de regio(’s) in jaar t waarbinnen de Wlz-uitvoerder werkzaamheden verricht voor zorg in natura en pgb, gedeeld door het aantal inwoners per 1 januari jaar t in diezelfde regio(‘s).
- 2. De kosten van uitvoering van de Wlz in de regio(’s) in jaar t waarbinnen de Wlz-uitvoerder werkzaamheden verricht voor zorg in natura en pgb, gedeeld door het aantal Wlz-geïndiceerden per 1 januari jaar t in diezelfde regio(‘s).
- • De kosten van uitvoering: de uitvoeringskosten van de Wlz-uitvoerder in jaar t, zoals opgenomen in de jaarrekening van de Wlz-uitvoerder.
- • Aantal inwoners: het aantal inwoners per 1 januari jaar t met een adres volgens de Basisregistratie Personen dat gerekend moet worden tot de regio(‘s) waarvoor de Wlz-uitvoerder werkzaam is, welk inwonertal door het Zorginstituut Nederland wordt gehanteerd bij de vaststelling van het beheerskostenbudget Wlz-uitvoerder voor de functie van Zorgkantoor zoals beschreven in artikel 4.4. van het Besluit Wfsv.
- • Aantal Wlz-geïndiceerden: het aantal inwoners per 1 januari jaar t met een adres volgens de Basisregistratie Personen dat gerekend moet worden tot de regio(‘s) waarvoor de Wlz-uitvoerder werkzaam is en die een indicatie-beschikking van het CIZ hebben ontvangen. Het gaat hierbij zowel om Wlz-geïndiceerden die in zorg zijn als Wlz-geïndiceerden zonder zorg.
- • Klacht: elke uiting van onvrede door een verzekerde;
- • Startdatum voor klachtbehandeling: de ontvangstdatum van de klacht. Deze wordt door het zorgkantoor voor elke klacht vastgelegd;
- • Einddatum voor klachtafhandeling: de afhandelingsdatum van de klacht. Deze wordt door het zorgkantoor voor elke klacht vastgelegd;
- • Schriftelijk ingediende klachten: klachten die per brief, email of webformulier worden ingediend.
- • Bezwaarschrift: Het vragen van een voorziening tegen een besluit bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen;
- • Startdatum voor de behandeling van het bezwaarschrift: de ontvangstdatum van het bezwaarschrift. Deze wordt door het zorgkantoor voor elk bezwaarschrift vastgelegd;
- • Verzenddatum van ontvangstbevestiging bezwaren: de datum waarop het zorgkantoor de ontvangstbevestiging van het bezwaar heeft verstuurd. Deze wordt door het zorgkantoor voor elk bezwaar vastgelegd;
- • Schriftelijk ingediende bezwaarschriften: Bezwaarschriften die per brief, email of webformulier worden ingediend;
- • Ontvangstbevestiging: De schriftelijke reactie van het zorgkantoor na het ontvangen van het bezwaarschrift dat het bezwaarschrift door het zorgkantoor is ontvangen en in behandeling is genomen. De ontvangstbevestiging moet binnen drie weken plaatsvinden.
- • binnen 6 weken, dan wel 12 weken bij verdaging, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken (= de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is 6 weken, welke aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt);
- • binnen 12 weken indien een adviescommissie is ingesteld, dan wel verdaging binnen 18 weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken (= de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift 6 weken, welke aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt).
- • Bezwaarschrift: Het vragen van een voorziening tegen een besluit bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen;
- • Startdatum voor de behandeling van het bezwaarschrift: de ontvangstdatum van het bezwaarschrift. Deze wordt door het zorgkantoor voor elk bezwaarschrift vastgelegd;
- • Einddatum voor bezwaren: de afhandelingsdatum van het bezwaar. Deze wordt door het zorgkantoor voor elk bezwaar vastgelegd;
- • Schriftelijk ingediende bezwaarschriften: Bezwaarschriften die per brief, email of webformulier worden ingediend.
- • Klacht: elke schriftelijke uiting van onvrede door een verzekerde.
- • Startdatum voor klachtbehandeling: de ontvangstdatum van de klacht. Deze wordt door het zorgkantoor voor elke klacht vastgelegd;
- • Einddatum voor klachtafhandeling: de afhandelingsdatum van de klacht. Deze wordt door het zorgkantoor voor elke klacht vastgelegd;
- • Schriftelijk ingediende klachten: klachten die per brief, email of webformulier worden ingediend.
- • binnen 6 weken, dan wel 12 weken bij verdaging, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken (= de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is 6 weken, welke aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt);
- • binnen 12 weken indien een adviescommissie is ingesteld, dan wel verdaging binnen 18 weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken (= de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift 6 weken, welke aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt).
- • Bezwaarschrift: Het vragen van een voorziening tegen een besluit bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.
- • Startdatum voor de behandeling van het bezwaarschrift: de ontvangstdatum van het bezwaarschrift. Deze wordt door het zorgkantoor voor elk bezwaarschrift vastgelegd.
- • Einddatum voor afhandeling van het bezwaarschrift: de afhandelingsdatum van het bezwaarschrift. Deze wordt door het zorgkantoor voor elk bezwaarschrift vastgelegd;
- • Schriftelijk ingediende bezwaarschriften: bezwaarschriften die per brief, per email of per webformulier worden ingediend.
- • Doorlooptijd goedkeuring: aantal werkdagen van ontvangst tot en met verwerking van de goedgekeurde declaratie.
- • Doorlooptijd afkeuring: aantal werkdagen van ontvangst tot en met retourzending van afgekeurde declaratie (AW320).
- • Tijdige verwerking van goedgekeurde declaraties op cliëntniveau: leidt tot de aanmaak van een retourbestand binnen 15 werkdagen nadat de declaratie door VECOZO is ontvangen en technisch correct bevonden.
- 1. Selecteer alle in de betreffende maand-jaar combinatie aangeleverde declaratieberichten (via AW319 en MZ301). Bijvoorbeeld er zijn in februari jaar t in totaal 100 berichten aangeleverd.
- 2. Bepaal voor elk geselecteerde bericht hoeveel van deze berichten tijdig zijn afgehandeld. Berekening: aanmaakdatum retourbestand (via AW320 en MZ302) minus- aanleverdatum declaratiebericht (via AW319 en MZ301). Datum retourbestand mag maximaal 15 werkdagen na de aanleverdatum liggen om tijdig te zijn. Bijvoorbeeld: van de in februari jaar t aangeleverde berichten zijn 99 berichten binnen 15 werkdagen afgehandeld
- 3. Deel het aantal tijdig afgehandelde berichten door het totaal aantal geselecteerde berichten dat in de betreffende per maand-jaar combinatie is aangeleverd. Op basis van het voorbeeld in punt 1 en 2 is de uitkomst 99 / 100 waarmee voor februari jaar t wordt voldaan aan de norm.
- • Ontvangstdatum factuur: de datum waarop de factuur gestempeld of ingelezen is door het zorgkantoor.
- • Betaaldatum factuur: de werkelijke datum waarop het zorgkantoor het geld heeft overgemaakt of de datum betaalbaarstelling CAK.
- • Doorlooptijd: het aantal dagen tussen de ontvangstdatum van de goedgekeurde factuur en de betaaldatum.