Bijlage 1 Regeling beoordelingsnormen Staatsexamen Nt2: algemene aanwijzingen voor de beoordelaar betreffende de beoordeling van het onderdeel Schrijven van het Staatsexamen Nt2, als bedoeld in artikel 3, eerste lid
Regeling beoordelingsnormen Staatsexamen Nt2
De examenonderdelen Schrijven I en II bestaan uit verschillende schrijfopdrachten. De opgaven bevatten meestal een beschrijving van een situatie en een schrijftaak. Soms is ook een tekening van de situatie toegevoegd; soms wordt een context beschreven en soms wordt een aan te vullen tekst gepresenteerd. De gegeven situaties en taken passen qua inhoud (werk, opleiding en dagelijks leven) en qua moeilijkheidsgraad bij het beoogde doel van Programma I of Programma II. Zie ook het examenprogramma. De examenduur is 100 minuten, tenzij anders aangegeven bij het examen. De examens worden afgenomen met een computer en een qwertytoetsenbord met als toetsenbordinstelling VS Internationaal en met taalinstelling ‘Nederlands’. Kandidaten kunnen geen computergestuurde spellingscontrole hanteren. Kandidaten mogen één woordenboek gebruiken: het Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal. Opgavenset per examen Schrijven I Schrijven II 1. Het schrijven van een zin of enkele zinnen (8 examenopgaven) 1. Het schrijven van een zin of enkele zinnen (7 à 8 examenopgaven) 2. Het schrijven van een kort bericht, aanvullen van een tekst of invullen van een formulier (2 examenopgaven) 2. Het schrijven van een korte tekst (1 à 2 examenopgaven) 3. Het schrijven van een korte tekst (2 examenopgaven) 3. Het schrijven van een middellange tekst (1 à 2 examenopgaven) De zinnen en geschreven teksten worden op meerdere aspecten beoordeeld: adequaatheid/begrijpelijkheid, samenhang, woordgebruik, grammaticale correctheid, spelling en tekstverzorging (de laatste alleen bij Schrijven II). Niet alle opgaven worden op alle aspecten beoordeeld. Het schrijven van een zin of enkele zinnen wordt beoordeeld op twee aspecten: ‘adequaatheid/begrijpelijkheid’ en ‘grammaticale correctheid’. Zowel adequaatheid/begrijpelijkheid van de tekst als grammaticale correctheid worden gewaardeerd op basis van een 2-puntsschaal: de beoordelaar kan een score 0 of 1 toekennen voor adequaatheid/begrijpelijkheid en 0 of 1
- – Bij de beoordeling moeten de verschillende schalen onafhankelijk van elkaar gehanteerd worden. Een onzekere toekenning van een score op één van de schalen mag niet gecompenseerd worden met een score op één van de andere schalen.
- – Als er een tekst geproduceerd is met een volledig en adequaat gedeelte dat op zich voldoende zou zijn geweest voor de hoogste score, maar waar een en ander ten overvloede aan toegevoegd is dat allerlei fouten vertoont, dan wordt deze overbodige toevoeging ook meegewogen in de beoordeling. Wanneer overbodige informatie geen fouten vertoont, dan heeft dit geen invloed op de toe te kennen score.
- – Als een kandidaat volledige zinnen uit de opdracht letterlijk heeft overgeschreven, krijgt hij voor deze zinnen geen punten. De volledig overgeschreven zinnen worden dus niet in de beoordeling betrokken. Zinsdelen mogen wel letterlijk overgeschreven worden. Overgeschreven zinsdelen worden wel in de beoordeling betrokken.
- – Bij het vaststellen van adequaatheid/begrijpelijkheid wordt tolerant beoordeeld; het waarheidsgehalte of juistheidsgehalte van de inhoud van de boodschap in de ogen van de beoordelaar moet niet in de beoordeling worden betrokken.
- – Bij de beoordeling van adequaatheid/begrijpelijkheid spelen de volgende aspecten een rol:
- • de tekst heeft een duidelijke relatie met de opdracht;
- • de intentie van de schrijver wordt uit deze tekst zonder meer duidelijk en de tekst is goed te begrijpen.
- – Als lexicale keuzes de begrijpelijkheid van een tekst ernstig aantasten, komt dat tot uiting in de waardering voor het aspect adequaatheid/begrijpelijkheid. Een afzonderlijke beoordeling van het woordgebruik wordt alleen bij die opdrachten toegepast waar specifiek woordgebruik relevant kan zijn.
- – Als spelfouten de begrijpelijkheid van een tekst ernstig aantasten, komt dat tot uiting in de waardering voor het aspect adequaatheid/begrijpelijkheid. Een afzonderlijke beoordeling van spelling wordt alleen bij die opdrachten toegepast waar spelling relevant kan zijn.
- – Bij het aspect grammaticale correctheid moet beoordeeld worden op fouten zoals bijvoorbeeld woord- en zinsvormingsfouten, fouten tegen de ‘er’-constructie, congruentiefouten, voorzetselfouten enzovoorts.
- – Fouten tegen het woordgeslacht en fouten die daaruit voortvloeien, mogen voorkomen.
- – Het vergeten van een lidwoord is een grammaticale fout die wel in de beoordeling wordt betrokken.
- – In het beoordelingsmodel is bij de taken ‘zinnen aanvullen/zinnen tussenvoegen’ een expliciete opmerking gemaakt wanneer er sprake moet zijn van bijvoorbeeld bijzinvolgorde of inversie. Dat betekent echter niet dat alleen in die gevallen de woordvolgorde correct moet zijn, met andere woorden: de woordvolgorde moet correct zijn.
- – Wanneer iemand bij de taken ‘zinnen aanvullen/tussenvoegen’ door het geschrevene zelf het gebruik van een bepaalde werkwoordtijd afdwingt, dan moet deze ook gerealiseerd worden om 1 punt te kunnen behalen voor grammaticale correctheid.
- – De samenhang van een tekst heeft betrekking op de inhoudelijke relatie van tekstonderdelen: is het inhoudelijke verband tussen de zinnen goed en wordt het bijvoorbeeld aangegeven door het gebruik van signaal- en/of verbindingswoorden.
- – De opbouw heeft betrekking op het geheel van een tekst: is de tekst logisch opgebouwd door een duidelijke indeling, bijvoorbeeld een inleiding, een kern en een slot.
- – Bij het aspect tekstverzorging wordt beoordeeld of de tekst een passende opmaak heeft en of de interpunctie goed is toegepast.
- – Bij opmaak wordt gekeken naar het inzetten van witregels, tussenkopjes, en het gebruik van opmaakelementen (vet, cursief, onderstreept).
- – Bij interpunctie wordt het gebruik van hoofdletters, punten, komma’s en vraagtekens beoordeeld.
- – Bij de korte taak kan maximaal 1 punt worden toegekend, bij de middellange taak kunnen maximaal 2 punten voor dit aspect worden toegekend.
- – Bij ‘zinnen tussenvoegen’ is het toevoegen van een voegwoord toegestaan voor zover de grammaticaliteit van de constructie daardoor niet gestoord wordt. Fouten tegen interpunctie die daardoor ontstaan, zijn in dit geval toegestaan. Als door de toevoeging de begrijpelijkheid wordt aangetast, komt dat tot uiting in de beoordeling van het aspect adequaatheid/begrijpelijkheid.
- – Als er bij ‘een zin aanvullen’ en ‘een zin tussenvoegen’ bij het aspect grammaticale correctheid specifieke opmerkingen genoemd staan, dan moet het schrijfproduct in ieder geval aan die eisen voldoen om 1 punt te kunnen behalen. Realisering van de bij de specifieke opmerkingen vermelde constructie levert overigens niet zonder meer 1 punt op. Het is mogelijk dat er 0 punten worden toegekend op basis van andere fouten tegen formele kenmerken, bijvoorbeeld door fouten tegen de woordvolgorde of door congruentiefouten.
- – Het is bij ‘een zin aanvullen’ en ‘een zin tussenvoegen’ mogelijk dat de creativiteit van de schrijver zo groot is dat hij/zij een product schrijft dat weliswaar niet voldoet aan de specifieke eisen genoemd bij het aspect adequaatheid/begrijpelijkheid, maar dat desondanks adequaat genoemd kan worden. In een dergelijk geval moet 1 punt worden toegekend voor adequaatheid/begrijpelijkheid.
- – Als er bij een korte of een middellange schrijftaak een tekst is geproduceerd waaruit blijkt dat de stimulus anders is geïnterpreteerd dan bedoeld, dan kan dat product voor het aspect adequaatheid/begrijpelijkheid nooit de maximaal te behalen score krijgen (3 punten bij een korte schrijftaak en 5 punten bij een middellange schrijftaak). De overige schaalpunten kunnen wel gebruikt worden om de kwaliteit van het product te waarderen.