Bijlage 2 Regeling verlenging en digitalisering landelijke commerciële radio-omroep 2021: als bedoeld in artikel 4, derde lid
Regeling verlenging en digitalisering landelijke commerciële radio-omroep 2021
Plaats: ........................................................................................................ Datum: ........................................................................................................ Naam bank, naam namens bank ondertekenende persoon en handtekening: ........................................................................................................ * hetgeen in het bovenstaande cursief is gedrukt moet door de Bank worden ingevuld. ** het bedrag invullen overeenkomstig de gevraagde zekerheidstelling voor de aangevraagde vergunning, zie onder II e.
- I. De ondergetekende .............................................................................................{ (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte),* gevestigd te .............................................................................................. mede kantoorhoudende te .............................................................................................., hierna te noemen: ‘de Bank’;
- II. In aanmerking nemende:
- a. dat artikel 3.13, eerste lid, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat voor het gebruik van andere frequentieruimte dan die welke in het frequentieplan is aangewezen als frequentie-ruimte waarvan het gebruik zonder vergunning is toegestaan, dan wel die op grond van de artikelen 3.5 tot en met 3.5b van de Telecommunicatiewet is toegewezen, een vergunning is vereist van de Minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna: ‘de Minister’);
- b. dat de Minister in het Besluit verlengbaarheid vergunningen landelijke commerciële radio FM-band 2021 heeft bekendgemaakt dat de vergunningen voor landelijke commerciële radio-omroep in de FM-band verlengbaar zijn;
- c. dat .................................................................................{ (naam aanvrager), rechtspersoon naar .....................................................{ (het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte)* recht, waarvan de zetel is gevestigd te .......................................................................................{, kantoorhoudende te ........................................................................................, hierna te noemen: ‘de Aanvrager’, een aanvraag om verlenging en verlening) heeft ingediend teneinde een of meer vergunningen als opgenomen in het onder B bedoelde verlengbaarheidsbesluit te laten verlengen;
- d. dat de Minister met betrekking tot onder meer de verlenging van deze vergunningen regels heeft gesteld. Deze regels zijn vastgelegd in Regeling verlenging en digitalisering landelijke commerciële radio-omroep 2021 (hierna: de Regeling);
- e. dat indien een aanvraag wordt ingediend voor de vergunning voor kavel A1, A3, A6 of A7 met de bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep, de aanvrager een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van respectievelijk € 3.731.666,–, € 3.790.666,–, € 3.704.000,– dan wel € 2.309.666,– verstrekt op grond van artikel 4 van de Regeling. Deze zekerheid heeft een looptijd tot, in geval van afwijzing van de aanvraag, het tijdstip van die afwijzing, tot, in geval van niet in behandeling nemen van de aanvraag, het tijdstip van het besluit om de aanvraag niet te behandelen, of tot, in geval van toewijzing van de aanvraag, het tijdstip waarop het bedrag voor zekerheidstelling volledig is betaald.
- f. dat de Aanvrager op grond hiervan is gehouden een waarborgsom te storten of een bankgarantie te doen stellen ter zekerheid van al hetgeen de aanvrager ter zekerheid verschuldigd is, hierna te noemen: ‘de Vordering’, aan de Staat der Nederlanden, rechtspersoon naar Nederlands recht, waarvan de statutaire zetel is gevestigd te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: ‘de Staat’;
- g. dat de Aanvrager de Bank heeft verzocht een onherroepelijke en onafhankelijke bankgarantie te stellen ten behoeve van de Staat, welke op eerste verzoek van de Staat betaalbaar is;
- III. Verbindt zich tot het navolgende:
- 1. De Bank stelt zich bij wijze van zelfstandige verbintenis tot een bedrag van € ................................................................................ {** (zegge: ....................................................................... {euro**), onherroepelijk garant jegens de Staat voor de betaling van al hetgeen de Staat blijkens een schriftelijke verklaring van de Staat ter zake van de Vordering van de Aanvrager te vorderen heeft, aldus dat de Bank zich verbindt het gevorderde bedrag als eigen verplichting aan de Staat te voldoen.
- 2. De Bank verbindt zich om als eigen schuld op eerste verzoek en op de enkele schriftelijke mededeling van de Staat zonder overlegging van enig ander document of opgaaf van redenen te verlangen, aan de Staat te voldoen het bedrag dat de Staat verklaart ter zake van de Vordering van de Aanvrager te vorderen te hebben, met dien verstande dat de Bank nimmer gehouden is aan de Staat meer te voldoen dan het hiervoor vermelde maximumbedrag.
- 3. Deelberoepen onder deze bankgarantie zijn mogelijk. Het maximumbedrag van deze bankgarantie wordt met een bedrag gelijk met dat van elk deelberoep verlaagd.
- 4. Deze bankgarantie vervalt na ontvangst door de Bank van een per aangetekende brief gezonden schriftelijke verklaring van de Staat dat de bankgarantie vervalt en in ieder geval één jaar na datum van ondertekening van deze garantie, tenzij de Bank ten minste één maand voor de einddatum van de garantie per aangetekende brief een schriftelijke verklaring van of namens de Minister heeft ontvangen dat deze bankgarantie niet vervalt, in welk geval de garantie telkens voor een nieuwe termijn van een jaar geldig is.
- 5. Deze bankgarantie wordt beheerst door Nederlands recht. Geschillen ter zake van deze bankgarantie kunnen uitsluitend worden voorgelegd aan de bevoegde Nederlandse rechter te ’s-Gravenhage.
- 6. Na verval van deze bankgarantie kan de Staat geen enkele aanspraak meer maken jegens de Bank uit hoofde van deze bankgarantie tenzij de Bank voorafgaande aan het moment waarop deze bankgarantie zou vervallen een mededeling ontving als bedoeld onder 2 waaraan de Bank nog niet voldeed. Op verzoek van de Bank zal de Staat deze bankgarantie nadat deze is vervallen retourneren aan de Bank.