Bijlage I Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022: uitvoeringsregels
Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022
De Wet arbeid vreemdelingen (Wav) bepaalt op welke wijze het toelatingsbeleid van vreemdelingen tot de Nederlandse arbeidsmarkt zal plaatsvinden. Op grond van de Wav kan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (de minister) de bevoegdheid tot het afgeven en intrekken van tewerkstellingsvergunningen onder door hem te stellen nadere regels geheel of gedeeltelijk overdragen aan een instantie. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) heeft tot taak om door middel van registratie en bemiddeling aansluiting te zoeken tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en beschikt ook over instrumenten waarmee binnen de Europese Unie/Europese Economische Ruimte kan worden bemiddeld. Het UWV is daarom bij uitstek in de positie om aan de hand van de arbeidsmarktsituatie te kunnen beoordelen of een aanvrager al dan niet voor vergunningverlening in aanmerking komt. Gelet hierop zijn op basis van artikel 1 van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 (RuWav 2022) alle bevoegdheden rond het afgeven en intrekken van tewerkstellingsvergunningen en het geven van advies aan de Minister van Justitie en Veiligheid inzake het verlenen, verlengen of intrekken van een gecombineerde vergunning overgedragen aan het UWV. Hierdoor blijft de eenheid in het uitvoeringsbeleid behouden. Aan de uitvoering van de Wav ligt het beginsel ten grondslag dat alle toepasselijke weigeringsgronden waarin de Wav voorziet, zullen worden tegengeworpen. De Wav kent een breed werkgeversbegrip en richt zich op alle arbeid ongeacht de rechtsvorm waarin deze is gegoten. In deze bijlage is zoveel mogelijk de volgorde en systematiek van de wet gevolgd, zodat de eventuele toepasselijkheid van de nadere regels gemakkelijk is terug te vinden. Op grond van artikel 4 RuWav is de houder van de tewerkstellingsvergunning verplicht onverwijld schriftelijk mededeling te doen als van de tewerkstellingsvergunning langer dan vier weken geen gebruik wordt gemaakt1Met betrekking tot de gecombineerde vergun
- a. arbeid verrichten om een stoffelijk werk tot stand te brengen;
- b. tegen een te betalen prijs in geld;
- c. waarbij er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
- 2a. In artikel 2a van de Wav is een meldingsverplichting opgenomen. Deze meldingsverplichting geldt ten aanzien van vreemdelingen voor wie geen tewerkstellingsvergunning benodigd is, omdat of het verbod (om zonder tewerkstellingsvergunning arbeid te laten verrichten) van artikel 2 Wav niet geldt, of de vreemdeling valt door internationale afspraken of – besluiten onder een uitgezonderde categorie. In de Regeling melding Wet arbeid vreemdelingen zijn nadere regels opgenomen met betrekking tot de meldingsplicht.
- a. er is sprake van een gemeenschapsonderdaan op wie het vrij verkeer van werknemers tijdelijk nog niet van toepassing is; en
- b. er is sprake van dienstverlening die bestaat uit het tegen vergoeding ter beschikking stellen van een werknemer aan de dienstontvanger om onder toezicht en leiding van de dienstontvanger arbeid te verrichten in Nederland.
- 1. Het zeeschip, bedoeld in artikel 4.5a, eerste lid, onder a, van het BuWav 2022, betreft:
- – MS Galaxy;
- – MS Ocean Majesty; en
- – MS Silja Europa.
- 2. Van de vreemdeling, bedoeld in artikel 4.5a, eerste lid, van het BuWav 2022, is de naam, beloning, en functie opgenomen in een administratie, aanwezig aan boord van het schip.
- 3. Artikel 4.5a, van het BuWav 2022, is van toepassing op ten hoogste 150 vreemdelingen, bedoeld in onderdeel b, van dat artikel, die gelijktijdig werkzaamheden verrichten op het zeeschip, bedoeld in het eerste lid.
- 1. Gelet op artikel II, tweede lid, van het Besluit van 29 maart 2022 tot wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 in verband met een tijdelijke vrijstelling van de tewerkstellingsvergunningsplicht, gelet op het Uitvoeringsbesluit van de Raad tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (Stb. 2022, 130), worden de volgende personen, voor de werking van de artikelen 3.2, 6.5, en 7.8, van het BuWav 2022, beschouwd als vreemdeling als bedoeld in die artikelen:
- a. staatlozen en onderdanen van andere derde landen dan Oekraïne die kunnen aantonen dat zij op 23 februari 2022 in Oekraïne internationale bescherming genoten;
- b. staatlozen en onderdanen van andere derde landen dan Oekraïne die kunnen aantonen dat zij op 23 februari 2022 in het bezit waren van een geldige verblijfsvergunning die overeenkomstig Oekraïens recht is afgegeven.
- 2. De overgangsperiode, bedoeld in artikel II, vierde lid, van het in het eerste lid genoemde besluit van 29 maart 2022, wordt verlengd tot en met 31 oktober 2022.
- 4.1. Artikel 4 van de Wav regelt aan welke vreemdelingen een aantekening wordt afgegeven waaruit blijkt dat het is toegestaan arbeid te verrichten.
- − naam en plaats van vestiging van de werkgever en indien beschikbaar Kvk-nummer of overeenkomende registratie van de werkgever;
- − loon van de vreemdeling. In beginsel zal het gaan om het bruto maandloon. In bepaalde situaties kan echter worden gekozen voor een andere omschrijving van het loon, zoals uurloon, stagevergoeding of in sommige gevallen blijft dit achterwege;
- − persoonsgegevens van de vreemdeling, te weten naam, geboortedatum en nationaliteit en indien bekend zijn BSN;
- − advies over de duur van de gecombineerde vergunning;
- − omschrijving van de aard (functie) en de plaats van de door de vreemdeling te verrichten arbeid. In bepaalde uitzonderlijke situaties kan voor de aard en plaats van de arbeid worden volstaan met het vermelden van het adres van de werkgever. Dit kan het geval zijn als de werkzaamheden naar hun aard niet op een plaats plaatsvinden. Te denken valt aan werk als circusmedewerker of werk bij het aanleggen van leidingen. Daarnaast kan met het adres van de werkgever worden volstaan indien er sprake is van werkzaamheden waarbij er plaats onafhankelijk wordt gewerkt;
- − de beleidscategorie, dat is de (bijzondere) regeling op grond waarvan het positieve advies is afgegeven. Naast de reguliere arbeidsplaats zijn dat de regelingen in de RuWav waar op grond van artikel 8, derde lid van de Wav uitzonderingen zijn opgenomen van de toets op de dwingende weigeringsgronden.
- − naam en plaats van vestiging van de werkgever en andere identificerende gegevens van de werkgever;
- − loon van de vreemdeling. In beginsel zal het gaan om het bruto maandloon. In bepaalde situaties kan echter worden gekozen worden voor een andere omschrijving van het loon, zoals een uurloon bij studenten of asielzoekers of een stagevergoeding;
- − persoonsgegevens van de vreemdeling, te weten naam, geboortedatum, geslacht en nationaliteit en indien bekend zijn BSN;
- − geldigheidsduur van de tewerkstellingsvergunning en
- − omschrijving van de aard en plaats van de door de vreemdeling te verrichten arbeid. In bepaalde uitzonderlijke situaties kan voor de aard en plaats van de arbeid worden volstaan met het vermelden van het adres van de werkgever. Dit kan het geval zijn als de werkzaamheden niet op een plaats plaatsvinden. Te denken valt aan een circusmedewerker dan wel t.a.v. het aanleggen van leidingen. Daarnaast kan met het adres van de werkgever worden volstaan indien er sprake is van werkzaamheden waarbij er plaats onafhankelijk wordt gewerkt;
- − de beleidscategorie, dat is de (bijzondere) regeling op grond waarvan de tewerkstellingsvergunning is afgegeven. Naast de reguliere arbeidsplaats zijn dat de regelingen in de RuWav waar op grond van artikel 8, derde lid van de Wav uitzonderingen zijn opgenomen van de toets op de dwingende weigeringsgronden.
- a. aanvragen voor een vergunning voor deeltijdarbeid komen slechts voor inwilliging in aanmerking als de totale beloning ten minste het wettelijk minimummaandloon bedraagt voor een voltijds baan;
- b. aanvragen voor een vergunning voor kortere perioden dan een maand, ongeacht het aantal uren dat arbeid wordt verricht, komen uitsluitend voor inwilliging in aanmerking als de totale beloning ten minste het wettelijk minimumloon bedraagt naar rato van het aantal gewerkte dagen. Uitzonderingen op de regel dat het minimumloon moet worden uitbetaald zijn uitsluitend mogelijk als dit op grond van artikel 8, tweede lid en derde lid, onderdelen b en c, van de Wav is toegestaan;
- c. in afwijking van onderdeel a komen aanvragen voor deeltijdarbeid voor inwilliging in aanmerking als de beloning ten minste het wettelijk minimumloon bedraagt naar rato van het aantal gewerkte uren, en:
- 1°. de vreemdeling beschikt over een verblijfsvergunning, verleend onder de beperking verband houdende met verblijf als familie- of gezinslid, waarbij als voorwaarde geldt dat de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan;
- 2°. de vreemdeling beschikt over een andere verblijfsvergunning op grond waarvan reeds is vastgesteld dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde dat hij zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan; of
- 3°. de vreemdeling is woonachtig in een andere lidstaat van de EU, de EER, of Zwitsersland, en is in het bezit van een verblijfsvergunning in het land waar hij feitelijk woonachtig is, tenzij een tewerkstellingsvergunning wordt aangevraagd op grond van paragraaf 8.3.b.9.
- a. aan de vreemdeling wordt met toepassing van de RvA 2005 opvang geboden;
- b. de asielaanvraag is ten minste zes maanden in behandeling;
- c. de vreemdeling verblijft op grond van artikel 8, onderdelen f of h, van de Vw 2000 rechtmatig in Nederland.
- a. de werkzaamheden die de vreemdeling ten behoeve van de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie verricht, zijn noodzakelijk om de doelstelling van de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie te verwezenlijken en komen direct voort uit het zijn van kloosterling of zendeling;
- b. er is geen sprake van een dienstbetrekking met die religieuze of levensbeschouwelijke organisatie;
- c. in de statuten van de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie is het afleggen van de gelofte van armoede voorgeschreven, en
- d. de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie toont schriftelijk aan dat de betrokken geestelijk bedienaar de gelofte van armoede ook daadwerkelijk heeft afgelegd.
- a. de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie waartoe de geestelijk bedienaar behoort schriftelijk aantoont dat de geestelijk bedienaar geen beroep zal doen op de algemene middelen, omdat hij gedurende zijn verblijf in Nederland maandelijks over middelen beschikt die ten minste gelijk zijn aan het volledige minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de WML, dan wel
- b. de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie waartoe de geestelijk bedienaar behoort aantoont dat de geestelijk bedienaar geen beroep zal doen op de algemene middelen, omdat de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie zorg zal dragen voor de kosten van levensonderhoud, inwoning en alle noodzakelijke verzekeringen van de geestelijk bedienaar en dat die kosten per maand ten minste gelijk zijn aan het volledige minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de WML. De duur van de gecombineerde vergunning voor deze groep is maximaal drie jaar.
- a. de werkzaamheden die de vreemdeling ten behoeve van de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie verricht, zijn noodzakelijk om de doelstelling van de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie te verwezenlijken en komen direct voort uit het zijn van kloosterling of zendeling;
- b. er is geen sprake van een dienstbetrekking met die religieuze of levensbeschouwelijke organisatie;
- c. in de statuten van de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie is het afleggen van de gelofte van armoede voorgeschreven; en
- d. de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie toont schriftelijk aan dat de betrokken geestelijk bedienaar de gelofte van armoede ook daadwerkelijk heeft afgelegd.
- a. de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie waartoe de geestelijk bedienaar behoort schriftelijk aantoont dat de geestelijk bedienaar geen beroep zal doen op de algemene middelen, omdat hij gedurende zijn verblijf in Nederland maandelijks over middelen beschikt die ten minste gelijk zijn aan het volledige minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de WML, dan wel
- b. de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie waartoe de geestelijk bedienaar behoort aantoont dat de geestelijk bedienaar geen beroep zal doen op de algemene middelen, omdat de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie zorg zal dragen voor de kosten van levensonderhoud, inwoning en alle noodzakelijke verzekeringen van de geestelijk bedienaar en dat die kosten per maand ten minste gelijk zijn aan het volledige minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de WML.
- − laten monteren of repareren van door zijn, buiten Nederland gevestigde, werkgever geleverde werktuigen, machines of apparatuur; dan wel
- − het installeren en aanpassen van zijn, buiten Nederland gevestigde, werkgever geleverde software; of
- − uit het instrueren in het gebruik van zijn, buiten Nederland gevestigde, werkgever geleverde software.
- a. de afnemer van die goederen de desbetreffende goederen voorafgaand aan de feitelijke levering laat controleren, certificeren, inspecteren dan wel anderszins laat onderzoeken door personen afkomstig uit het land van de afnemer of in dienst van de afnemer; of
- b. specifieke kennis of ervaring aan personen in dienst van de afnemer wordt doorgegeven, die voor de afnemer nodig is om met de geleverde goederen te kunnen werken.
- a. Voor vreemdelingen die door hun internationale werkgever tijdelijk naar Nederland worden overgeplaatst dient gebruik te worden gemaakt van de vergunning voor verblijf en arbeid voor overplaatsing binnen een onderneming, die voortvloeit uit de Richtlijn betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming (PbEU 2014, L 157), voor zover de vreemdeling onder de reikwijdte van de deze richtlijn valt. In artikel 2.6. van het BuWav 2022 is geregeld dat de verbodsbepaling van artikel 2 van de Wav niet van toepassing is indien een vreemdeling in Nederland werkt op grond van deze vergunning. In de intra-corporate transfer richtlijn (ICT-richtlijn) is toegelicht welke overgeplaatste vreemdelingen (intra-corporate transferees) onder de reikwijdte van de richtlijn vallen. Dit zijn intra-corporate tranferees die: Het criterium dat de arbeidsovereenkomst gesloten is met een onderneming van buiten de EU geeft het onderscheid met grensoverschrijdende dienstverlening in de zin van de detacheringsrichtlijn (96/71/EG) weer. Wanneer de vreemdeling onder de reikwijdte van de ICT-richtlijn valt, maar niet aan de voorwaarden van de richtlijn voldoet, is deze vreemdeling uitgesloten van de toepassing van zowel deze paragraaf als van andere regelingen omtrent overplaatsing, met uitzondering van de regelingen op grond van vrijhandelsverdragen. Wanneer de vreemdeling echter buiten de reikwijdte van de ICT-richtlijn valt, maar er wel sprake is van overplaatsing binnen een onderneming, kan door de werkgever een keuze gemaakt worden voor zowel de regeling uit deze paragraaf als andere regelingen omtrent overplaatsing, zoals de regeling voor internationale handel, diensten en samenwerking uit artikel 5.2. van het BuWav 2022. Het gaat daarbij om de volgende situaties:
- − niet de nationaliteit van een van de EU-lidstaten hebben; en
- − een arbeidsovereenkomst hebben met een buiten de EU gevestigde onderneming; en
- − op het tijdstip van aanvraag hun hoofdverblijf buiten de EU hebben; en
- − tijdelijk vanuit een ander land van buiten de EU overgeplaatst worden naar een of meerdere vestigingen van deze onderneming binnen een of meerdere lidstaten van de EU als leidinggevende, specialist of stagiair-werknemer.
- − Intra-corporate transferees die korter dan drie maanden in Nederland komen werken;
- − Intra-corporate transferees die op het tijdstip van de aanvraag in een andere EU lidstaat hun hoofdverblijf hebben;
- − Intra-corporate transferees die na drie jaar verblijf, wanneer de maximale verblijfstermijn in verstreken, in Nederland willen blijven werken op basis van de arbeidsovereenkomst met de werkgever buiten de EU;
- − Intra-corporate transferees die worden overgeplaatst op grond van een vrijhandelsverdrag (zie onderdeel B van deze uitvoeringsregels); of
- − Personen die als intra-corporate transferee een beroep kunnen doen op een standstill-bepaling.
- a. Leidinggevende of specialistische functie Vreemdelingen die naar Nederland worden overgeplaatst in een leidinggevende of specialistische functie op ten minste HBO-niveau met een brutomaandsalaris dat ten minste gelijk is aan dat van de kennismigrant van dertig jaar of ouder, genoemd in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het BuWav 2022. De duur van de tewerkstelling bedraagt maximaal drie jaar. Voor vreemdelingen die als directeur-grootaandeelhouder een leidinggevende positie binnen een Nederlandse vestiging willen gaan innemen, wordt in acht genomen wat in paragraaf 3.4 ter zake is vermeld.
- b. Trainee Voor vreemdelingen die als trainee worden tewerkgesteld, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- a. de trainee beschikt over een diploma op HBO- of universitair niveau;
- b. er wordt een trainee-programma overgelegd waaruit de noodzaak van tewerkstelling in Nederland blijkt;
- c. in dit trainee-programma zijn de leerdoelen geformuleerd;
- d. de beloning bedraagt een brutomaandsalaris dat ten minste gelijk is aan dat van de kennismigrant van jonger dan dertig jaar, genoemd in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het BuWav 2022, en
- e. de periode van tewerkstelling bedraagt maximaal drie jaar.
- c. Trainer/specialist Vreemdelingen die naar Nederland worden overgeplaatst in verband met de overdracht van specifieke kennis en technieken, voor zover de tewerkstelling van deze vreemdelingen in Nederland de duur van drie jaar niet overschrijdt en de vreemdelingen beschikken over een diploma op ten minste HBO- of universitair niveau. De beloning bedraagt een brutomaandsalaris dat ten minste gelijk is aan dat van de kennismigrant van dertig jaar of ouder, genoemd in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het BuWav 2022. Handels- en associatieakkoorden bevatten vaak specifieke bepalingen voor de toelating van deze drie categorieën werknemers waaraan andere voorwaarden verbonden zijn dan aan deze bovenstaande nationale uitvoeringsvoorschriften. Zie hiervoor onderdeel B van deze uitvoeringsregels.
- a. op grond van hun nationaliteit:
- 1. geen visum nodig hebben;
- 2. een visum voor kort verblijf nodig hebben; of
- 3. een visum voor lang verblijf (D-visum) hebben dat is afgegeven door een ander Schengenland;
- b. van wie het overeengekomen vaste, naar tijdruimte en in geld vastgestelde loon als vergoeding voor zijn arbeid dat hij van de werkgever ontvangt ten minste overeenkomt met het inkomenscriterium genoemd in artikel 2.1., eerste lid, onderdeel a, onder 1, van het BuWav 2022 en dat marktconform is, en
- c. die een functie zal bekleden waarvan aangenomen kan worden dat het om een kenniswerker gaat, zoals een specialistische functie, een sleutelfunctie, een wetenschappelijke functie of een leidinggevende functie.
- a. de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning in het land waar hij feitelijk woonachtig is;
- b. de vreemdeling verblijft op het moment van de twv-aanvraag reeds feitelijk in het andere land, of hij heeft daar een feitelijk woonadres;
- c. de werkgever is toegelaten tot de kennismigrantenprocedure;
- d. de duur van de te verrichten arbeid is drie maanden of langer;
- e. het salaris dat de vreemdeling verdient, voldoet aan het inkomenscriterium genoemd in artikel 2.1., eerste lid, onderdeel a, onder 1, van het BuWav 2022 en is marktconform.
- − Paragraaf 8.3.b.11, eerste lid, onderdeel a, de laatste zin: ‘en is tot stand gekomen na een openbare aanbestedingsprocedure of een publieke bekendmaking om die overeenkomst te sluiten, als dat voortvloeit uit het Nederlands recht of dat van de Europese Unie’;
- − Paragraaf 8.3.b.12, eerste lid, in de eerste zin: ‘niet zijnde een organisatie zonder winstoogmerk’;
- − Paragraaf 8.3.b.12, eerste lid, onderdeel b, eerste zin: ‘(niet zijnde meerderheidsaandeelhouder)’.
- 1. Bedrijven kunnen in het kader van internationale dienstverlening hun eigen personeel ter uitvoering van de dienst in Nederland laten werken indien aan de navolgende voorwaarden wordt voldaan. De personen die op tijdelijke basis diensten verlenen, zijn in dienst van een rechtspersoon, die geen commerciële vestiging in een van de Lidstaten van de EER of Zwitserland heeft en;
- a. de dienstverleningsovereenkomst overschrijdt niet de duur van vierentwintig maanden, en is tot stand gekomen na een openbare aanbestedingsprocedure of een publieke bekendmaking om die overeenkomst te sluiten, als dat voortvloeit uit het Nederlands recht of dat van de Europese Unie;
- b. de hiervoor bedoelde personen behoren tot het vaste personeel van de desbetreffende buitenlandse werkgever en hebben al meer dan een jaar in dienst van die werkgever de werkzaamheden verricht, waarop de dienstverleningsovereenkomst betrekking heeft;
- c. de verblijfsduur is beperkt tot de duur van de dienstverleningsovereenkomst, met een maximum van twaalf maanden in een periode van vierentwintig maanden;
- d. de hiervoor bedoelde personen verrichten uitsluitend de werkzaamheden waarvoor de tewerkstellingsvergunning is verleend;
- e. het aantal personeelsleden dat voor de rechtspersoon de contractueel overeengekomen werkzaamheden verricht, bedraagt ten hoogste het aantal personen dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst;
- f. de desbetreffende personeelsleden beschikken over drie jaar beroepservaring en:
- 1°. een voltooide HBO- of universitaire opleiding;
- 2°. een kwalificatie waaruit kennis van een gelijkwaardig niveau aan een voltooide HBO- of universitaire opleiding blijkt, indien het een onderdaan van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreft; of
- 3°. een vereiste (of equivalente) opleiding, indien het onderdanen van landen van het Cariforum betreft als zij als fotomodel, chef-kok of in de cultuursector (anders dan radio en tv) werken en er geen universitaire opleiding kan worden gevraagd; en
- g. de desbetreffende personeelsleden:
- 1°. voldoen aan de voor het uitoefenen van dat beroep in Nederland bestaande beroepseisen; en
- 2°. vervullen een functie op HBO- of universitair niveau, tenzij het een situatie betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3°.
- 2. Voor de dienstverlener die onderdaan is van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en werkzaam is bij een rechtspersoon, niet zijnde een agentschap voor arbeidsbemiddeling en personeelsvoorziening, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, geldt:
- a. in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, dat de dienstverleningsovereenkomst de duur van twaalf maanden niet overschrijdt;
- b. in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, dat de verblijfsduur beperkt is tot de duur van de dienstverleningsovereenkomst, met een maximum van twaalf maanden.
- 3. Het verbod uit artikel 2 van de Wav is, op grond van artikel 7.10, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022, niet van toepassing op de beoefenaar van een vrij beroep, die onderdaan is van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en gevestigd is in het Verenigd Koninkrijk en op tijdelijke basis diensten verleent, indien deze:
- a. geen commerciële vestiging in een van de Lidstaten van de EER of Zwitserland heeft;
- b. de dienst verricht op basis van een dienstverleningsovereenkomst, anders dan via een agentschap voor arbeidsbemiddeling en personeelsvoorziening, die de duur van twaalf maanden niet overschrijdt;
- c. beschikt over een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.16a, eerste lid, onderdeel b, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000, waarvan de verblijfsduur is beperkt tot de duur van de dienstverleningsovereenkomst, met een maximum van twaalf maanden;
- d. beschikt over:
- 1°. een voltooide HBO- of universitaire opleiding of een kwalificatie waaruit kennis van een gelijkwaardig niveau blijkt; en
- 2°. zes jaar beroepservaring op het desbetreffende terrein; en
- e. een functie op HBO- of universitair niveau vervult en voldoet aan de voor het uitoefenen van de betreffende activiteit in Nederland bestaande beroepseisen.
- 4. Het tweede en derde lid gelden met betrekking tot de in Bijlage IV genoemde sectoren of subsectoren, onder de daar genoemde voorbehouden.
- 5. Het UWV adviseert de Minister van Justitie en Veiligheid over afgifte van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.16a, eerste lid, onderdeel b, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000, aan de hand van de voorwaarden, bedoeld in het derde en vierde lid.
- 1. Sleutelpersoneel kan tijdelijk in Nederland verblijven als zij bij een rechtspersoon uit het verdragsland, niet zijnde een organisatie zonder winstoogmerk, werkzaam zijn en verantwoordelijk zijn voor het opzetten van dan wel voor een goed toezicht op, een goede administratie en exploitatie van een vestiging. Hieronder vallen ‘zakelijke bezoekers’ die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging en ‘binnen een onderneming overgeplaatste personen’. Een manager is iemand die deel uitmaakt van het hogere kader van een rechtspersoon, die in de eerste plaats verantwoordelijk is voor het management van de vestiging, onder het algemene toezicht of de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, waaronder de persoon die: Een specialist is iemand die bij een rechtspersoon werkt en beschikt over bijzondere kennis die van wezenlijk belang is voor de activiteiten, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management van de vestiging. Voor de beoordeling van die kennis wordt niet alleen specifiek met de vestiging verband houdende kennis in aanmerking genomen, maar ook of de persoon in hoge mate gekwalificeerd is voor een type werk of handel waarvoor specifieke technische kennis vereist is, evenals het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep.
- a. Zakelijke bezoekers Dit zijn natuurlijke personen met een staffunctie die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een bron op het grondgebied van de gastpartij. De maximale verblijfsduur voor zakelijke bezoekers is 90 dagen gedurende een periode van 12 maanden.
- b. Binnen een onderneming overgeplaatste personen (managers en specialisten) De betrokken persoon is ten minste één jaar werknemer of partner (niet zijnde meerderheidsaandeelhouder) van een rechtspersoon uit een verdragspartij en tijdelijk naar een vestiging (met inbegrip van dochterondernemingen, filialen of bijkantoren) in Nederland overgeplaatst. Hij kan voor ten hoogste drie jaar in Nederland verblijven. De betrokken persoon moet tot een van de volgende categorieën behoren: managers of specialisten.
- 1°. leiding geeft aan de vestiging of een afdeling of onderafdeling daarvan;
- 2°. toezicht houdt en controle uitoefent op de werkzaamheden van andere werknemers met een toezichthoudende, leidinggevende of specialistische functie;
- 3°. bevoegd is om op eigen initiatief werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of indienstneming, ontslag of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen.
- 2. Met betrekking tot personen op wie het Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PB 2021, L149/11) van toepassing is, is Bijlage II, onderdeel 5, van toepassing op de zakelijke bezoeker die verantwoordelijk is voor het opzetten van een vestiging.
- 1. Trainees die ten minste één jaar in dienst zijn van een rechtspersoon uit een verdragsland, die universitair afgestudeerd zijn en die voor loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfskundige technieken of methoden worden overgeplaatst naar een vestiging in Nederland, kunnen voor ten hoogste drie jaar in Nederland verblijven. Van de ontvangende vestiging kan worden verlangd dat zij vooraf ter goedkeuring een opleidingsprogramma voor de volledige duur van het verblijf voorlegt, om aan te tonen dat het verblijf bedoeld is voor opleiding op het niveau van een universitaire graad.
- 2. Voor de trainee die werkzaam is bij een rechtspersoon uit het Verenigd Koninkrijk, geldt dat deze, in afwijking van het eerste lid, ten minste een half jaar in dienst is bij deze rechtspersoon, en recht heeft op verblijf voor ten hoogste één jaar in Nederland.
- − Menukaart;
- − Beschrijving van bedrijfsactiviteiten met openingstijden en aantal tafels/stoelen in het restaurant;
- − Geanonimiseerd personeelsbestand van het keukenpersoneel waarop de functieniveaus zijn opgenomen.
- a. tewerkstellingsvergunningen of gecombineerde vergunningen die zijn verleend op grond van die paragraaf;
- b. aanvragen die zijn ontvangen voor 1 januari 2022;
- c. de afwikkeling van bezwaar- en beroepsprocedures ten aanzien van vergunningen als bedoeld in onderdeel a, of aanvragen als bedoeld in onderdeel b;
- d. aanvragen voor een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning voor dezelfde vreemdeling, voorafgaand aan het verlopen van een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning die is verleend met toepassing van die paragraaf.
- a. tewerkstellingsvergunningen of gecombineerde vergunningen die zijn verleend op grond van paragraaf 8.3.b.16. van bijlage I van de RuWav 2022;
- b. aanvragen die zijn ontvangen voorafgaand aan het vervallen van paragraaf 8.3.b.16.;
- c. de afwikkeling van bezwaar- en beroepsprocedures ten aanzien van vergunningen als bedoeld in onderdeel a, of aanvragen als bedoeld in onderdeel b.
- a. de stagiair heeft de Canadese nationaliteit;
- b. de stagiair is ten minste 18 jaar en niet ouder dan 30 jaar;
- c. de stagiair studeert of is op het moment van de aanvraag niet langer dan 12 maanden geleden afgestudeerd blijkend uit een bewijs van inschrijving aan een onderwijsinstelling voor hoger onderwijs of een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkt afschrift van een diploma.
- a. uitsluitend in de maanden juni, juli en augustus plaatsvindt, of
- b. niet meer dan 16 uur per week beslaat.
- a. als het een arbeidsplaats in een lagere dan de hoogste afdeling van de betreffende sportbond betreft;
- b. als de beloning niet marktconform is. Hierbij wordt de waarde van gebruikelijke transfersommen verdisconteerd. Van het ontbreken van een marktconforme beloning zal doorgaans sprake zijn als de beloning lager is dan de gebruikelijke beloning voor spelers die behoren tot de top 20% in de hoogste afdeling van de betreffende tak van sport, en
- c. als het een speler betreft die niet direct voorafgaande aan de tewerkstelling op geregelde basis heeft deelgenomen aan een competitie die ten minste even sterk is als de hoogste afdeling van de Nederlandse competitie of die niet op andere wijze, zoals door deelname aan wereldkampioenschappen, heeft bewezen over ten minste vergelijkbare kwaliteiten te beschikken.
- a. voor een marktconforme beloning in het betaald voetbal bedraagt de gegarandeerde beloning ten minste 150% van de gemiddelde beloning in de Eredivisie2Eredivisie kent door de jaren heen verschillende benamingen. Het begrip duidt echter steeds de hoogste betaalde klasse in de Nederlandse voetbalcompetitie. in het voorgaande seizoen inclusief de premies, die afhankelijk zijn van het in dat seizoen behaalde resultaat van de club die de tewerkstellingsvergunning aanvraagt. Voor spelers in de leeftijdsgroep van 18 tot 21 jaar is in de regel sprake van een marktconforme beloning als de gegarandeerde beloning tenminste 75% van de vorenbedoelde gemiddelde beloning in de Eredivisie bedraagt, en
- b. als het een speler betreft die niet direct voorafgaande aan de tewerkstelling op geregelde basis heeft deelgenomen aan een competitie die ten minste even sterk is als de hoogste afdeling van de Nederlandse competitie of die niet op andere wijze, zoals door deelname aan wereldkampioenschappen, heeft bewezen over tenminste vergelijkbare kwaliteiten te beschikken.
- a. partijen bij het convenant zijn in ieder geval het UWV en representatieve werkgeversorganisaties;
- b. het UWV heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in kennis gesteld van het voornemen het convenant tot stand te brengen;
- c. het convenant is erop gericht dat binnen een redelijke termijn meer prioriteitgenietend arbeidsaanbod aanwezig is door middel van onder meer extra wervings- of scholingsinspanningen, en
- d. het UWV heeft het convenant, nadat het tot stand gekomen is, in de Staatscourant gepubliceerd.
- a. de aanvrager, voor zover vereist op grond van de Handelsregisterwet 2007, niet is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet;
- b. de continuïteit en solvabiliteit van de onderneming, rechtspersoon of organisatie onvoldoende is gewaarborgd;
- c. de betrouwbaarheid van de aanvrager of van de direct of indirect bij die onderneming, rechtspersoon of organisatie betrokken natuurlijke of rechtspersonen of ondernemingen onvoldoende vast staat;
- d. de erkenning als referent van de aanvrager of van de direct of indirect bij die onderneming, rechtspersoon of organisatie betrokken rechtspersoon of organisatie betrokken rechtspersonen of ondernemingen binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaand aan de aanvraag is ingetrokken, of
- e. de aanvrager niet voldoet aan de vereisten die verband houden met het doel waarvoor de vreemdeling in Nederland verblijft of wil verblijven, waaronder in ieder geval kan worden verstaan de aansluiting bij en naleving van een gedragscode.
- a. de erkenning is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens;
- b. de erkende referent niet langer voldoet aan de voorwaarden voor erkenning;
- c. de erkende referent zich niet heeft gehouden aan zijn verplichtingen als referent, of
- d. de erkende referent daarom verzoekt.
- a. artikel 10:1 van de Arbeidstijdenwet;
- b. artikel 33 van de Arbeidsomstandighedenwet;
- c. artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
- d. artikel 18 van de Wet arbeid vreemdelingen; of
- e. artikel 16 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.
- a. artikel 7:2, derde lid, Arbeidstijdenbesluit;
- b. artikel 9.10a, derde lid, Arbeidsomstandighedenbesluit;
- c. artikel 3, derde lid, Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag;
- d. artikel 10.1, derde lid, BuWav 2022;
- e. artikel 3, derde lid, Besluit arbeidsbemiddeling.
- a. artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht (mensenhandel);
- b. artikel 11:3 van de Arbeidstijdenwet (arbeid door kinderen); of
- c. artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet (verrichten/nalaten van handelingen waardoor levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van werknemers ontstaat of te verwachten is).
- a. partijen bij het convenant zijn in ieder geval het UWV en representatieve werkgeversorganisaties;
- b. het UWV heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in kennis gesteld van het voornemen het convenant tot stand te brengen;
- c. het convenant is erop gericht dat binnen een redelijke termijn meer prioriteitgenietend arbeidsaanbod aanwezig is door middel van onder meer extra wervings- of scholingsinspanningen, en
- d. het UWV heeft het convenant, nadat het tot stand gekomen is, in de Staatscourant gepubliceerd.
- − de plaats waar de arbeid wordt verricht en de aard van de werkzaamheden;
- − de duur van de tewerkstelling;
- − het door de werkgever verschuldigde loon;
- − het aantal werkuren per week of per maand;
- − de lengte van het betaald verlof; en
- − indien mogelijk, de datum waarop het werk wordt aangevangen.
- a. de aanvrager, voor zover vereist op grond van de Handelsregisterwet 2007, niet is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet;
- b. de continuïteit en solvabiliteit van de onderneming, rechtspersoon of organisatie onvoldoende is gewaarborgd;
- c. de betrouwbaarheid van de aanvrager of van de direct of indirect bij die onderneming, rechtspersoon of organisatie betrokken natuurlijke of rechtspersonen of ondernemingen onvoldoende vast staat;
- d. de erkenning als referent van de aanvrager of van de direct of indirect bij die onderneming, rechtspersoon of organisatie betrokken rechtspersoon of organisatie betrokken rechtspersonen of ondernemingen binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaand aan de aanvraag is ingetrokken, of
- e. de aanvrager niet voldoet aan de vereisten die verband houden met het doel waarvoor de vreemdeling in Nederland verblijft of wil verblijven, waaronder in ieder geval kan worden verstaan de aansluiting bij en naleving van een gedragscode.
- a. de erkenning is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens;
- b. de erkende referent niet langer voldoet aan de voorwaarden voor erkenning;
- c. de erkende referent zich niet heeft gehouden aan zijn verplichtingen als referent, of
- d. de erkende referent daarom verzoekt.
- a. artikel 10:1 van de Arbeidstijdenwet;
- b. artikel 33 van de Arbeidsomstandighedenwet;
- c. artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
- d. artikel 18 van de Wet arbeid vreemdelingen, of
- e. artikel 16 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.
- a. artikel 7:2, derde lid, Arbeidstijdenbesluit;
- b. artikel 9.10a, derde lid, Arbeidsomstandighedenbesluit;
- c. artikel 3, derde lid, Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag;
- d. artikel 10.1, derde lid, BuWav 2022, of
- e. artikel 3, derde lid, Besluit arbeidsbemiddeling;
- a. artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht (mensenhandel);
- b. artikel 11:3 van de Arbeidstijdenwet (arbeid door kinderen), of
- c. artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet (verrichten/nalaten van handelingen waardoor levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van werknemers ontstaat of te verwachten is).