Art. 3 Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen decentraal spoor, Specifieke uitkering

Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen decentraal spoor

De Minister verstrekt jaarlijks een specifieke uitkering aan de ontvangers voor:

1. het beheer van de infrastructuur van de tramdienst Utrecht-Nieuwegein-IJsselstein; en

2. voor de exploitatie van de decentrale spoordiensten:

a. op het traject Zwolle-Emmen;

b. stoptreindienst Roermond-Maastricht Randwijck;

c. stoptreindienst Sittard-Heerlen;

d. sneltreindienst Heerlen-Aken;

e. op het traject Zwolle-Enschede.