Bijlage III Subsidieregeling COVID-19-vaccinatie door ziekenhuizen: – behorend bij artikel 1, onderdeel ‘hoog medisch risicogroepen 5 tot en met 11 jaar
Subsidieregeling COVID-19-vaccinatie door ziekenhuizen
In artikel 1 staat het begrip hoog medisch risicogroepen. In deze bijlage wordt nader omschreven welke personen hiermee onder de doelgroep vallen. Op basis van het advies ‘Covid-19-vaccinatie van jonge kinderen met verhoogd risico’ van de Gezondheidsraad zijn de onderstaande patiëntgroepen geselecteerd als onderdeel van de definitie van hoog medisch risicogroepen. Deze patiëntgroepen zijn geselecteerd door de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde in samenspraak met het RIVM. Het gaat in alle gevallen om kinderen in de leeftijd van 5 tot en met 11 jaar die onder behandeling staan van een medisch specialist. In deze bijlage zijn de groepen onderverdeeld in specialismen. Per specialisme wordt nader ingegaan op de specifieke aandoeningen of andere redenen voor mogelijke selectie.
- 1. Erfelijke en Aangeboren aandoeningen
- a. kinderen met het syndroom van Down;
- b. kinderen met het 22q11 syndroom;
- c. kinderen met zeer ernstige meervoudige beperkingen, ernstige meervoudige beperkingen, Cerebrale Parese of een neuromusculaire aandoening op basis van sputumklaringsproblematiek;
- d. kinderen met een syndromale aandoening en zuurstof thuis;
- e. kinderen met een syndromale aandoening en ernstige obesitas; of
- f. kinderen met thuisbeademing.
- 2. Cardiologie Kinderen met een Fontancirculatie (kinderen met een half hart), kinderen met hartfalen en kinderen met pulmonale hypertensie.
- 3. Hematologie
- a. kinderen met asplenie;
- b. kinderen met sikkelcelziekte;
- c. kinderen met of wachtend op een beenmergtransplantatie;
- d. kinderen met beenmergfalen;
- e. kinderen met ernstige neutropenie die academische zorg behoeft;
- f. kinderen die cyclofosfamide, MMF of rituximab gebruiken; of
- g. kinderen met vaatmalformaties behandeld met sirolimus.
- 4. Longziekten
- a. kinderen met of wachtend op een longtransplantatie;
- b. kinderen met ernstige beperkingen in het ophoesten van luchtwegsecreties op basis van ernstig onderliggend (neuro)musculair lijden
- c. kinderen die afhankelijk zijn van ademhalingsondersteuning via tracheostomie en non-invasieve CPAP en BiPAP;
- d. kinderen met ernstig obstructief of restrictief longlijden die thuis continu of nachts zuurstofbehoeftig zijn of afhankelijk van intermitterende niet-invasieve beademing; of
- e. kinderen met ernstige obstructieve of restrictieve of interstitiële longaandoeningen met een voorgeschiedenis van frequente ziekenhuisopnames door onderste luchtweginfecties.
- 5. Kindermaag-darm-leverziekten
- a. kinderen met of wachtend op een levertransplantatie; of
- b. kinderen die cylofosfamide, MMF of rituximab gebruiken.
- 6. Nefrologie
- a. kinderen met een chronische nierinsufficiëntie klasse 4 of 5;
- b. kinderen aan hemodialyse of peritoneaal dialyse;
- c. kinderen met of wachtend op een niertransplantatie; of
- d. kinderen die cylofosfamide, MMF of rituximab gebruiken.
- 7. Reumatologie
- a. kinderen die cylofosfamide gebruiken;
- b. kinderen die rituximab of belimumab gebruiken; of
- c. Kknderen die MMF en een ander immuunsuppressief of immuunmodulerend medicijn gebruiken.
- 8. Metabole ziekten
- a. kinderen bij wie er sprake is van spierzwakte (op basis van neuromusculaire betrokkenheid) waarbij er een verhoogd risico bestaat op luchtweginfecties door verminderd goed ophoesten van slijm;
- b. kinderen bij wie er sprake is van een afweerstoornis bij de metabole ziekte of bij de behandeling daarvan; of
- c. kinderen bij wie er sprake is van een onderliggend longprobleem of hartafwijkingen.
- 9. Pediatrische Infectieziekten en immunologie
- a. kinderen met of wachtend op een stamceltransplantatie of een orgaantransplantatie;
- b. kinderen met primaire afweerstoornissen (PID) die academische zorg behoeven; of
- c. kinderen die cylofosfamide, MMF of rituximab gebruiken.
- 10. Kinderoncologie
- a. kinderen die onder behandeling staan bij de afdeling (kinder)oncologie van een ziekenhuis;
- b. kinderen die in de afgelopen drie maanden behandeld zijn met chemotherapie; of
- c. kinderen met een stamceltransplantatie tot 1 jaar na behandeling.
- 11. Neurologie
- a. kinderen met immuunsuppressieve of immuunmodulerende medicatie;
- b. kinderen met koortsgevoelige encefalopathie; of
- c. kinderen met een neurologische aandoening, inclusief een neuromusculaire aandoening die thuisbeademing of zuurstof thuis hebben of die een PEG-sonde hebben.