Bijlage I Subsidieregeling COVID-19-vaccinatie door ziekenhuizen
Subsidieregeling COVID-19-vaccinatie door ziekenhuizen
Bij een deel van de mensen met een ernstig gecompromitteerd immuunsysteem – bijvoorbeeld bij transplantatiepatiënten – is er onvoldoende of geen immuunrespons te zien nadat ze twee doses van een COVID-19-vaccin hebben gekregen. Een derde dosis kan de immuunrespons verhogen en daarom komt een aantal patiëntengroepen volgens de RIVM Werkgroep COVID-19 vaccinatie voor immuun gecompromitteerde patiënten met hoge prioriteit in aanmerking voor zo’n additionele dosis. Een meer gedetailleerde uitwerking van het proces omtrent dit advies is terug te vinden in de toelichting voor uitvoerders. De Gezondheidsraad gaat mee in dit advies. Op basis van dit advies zijn de onderstaande patiëntgroepen geselecteerd als onderdeel van de definitie van immuun gecompromitteerde patiënten. Algemeen uitgangspunt bij de selectie van immuun gecompromitteerde patiënten voor een oproep is dat de te selecteren patiënten geboren zijn voor 01-09-2009, dus een leeftijd hebben boven de 12 jaar.
- 1. Personen die een orgaantransplantatie ondergaan hebben;
- 2. Personen die een autologe of allogene beenmerg- of stamceltransplantatie ondergaan hebben;1Indien de betreffende persoon hiervoor onder behandeling of in de afgelopen 2 jaar hiervoor onder behandeling geweest.
- 3. Patiënten die behandeling voor een kwaadaardige hematologische aandoening ondergaan of recent hebben ondergaan, waaronder CAR-T celtherapie; 2Indien de betreffende persoon hiervoor onder behandeling of in de afgelopen 2 jaar hiervoor onder behandeling geweest.
- 4. Alle hematologie patiënten met een indolente kwaadaardige ziekte waarvan bekend is dat deze geassocieerd is met ernstige immuundeficiëntie (bijvoorbeeld CLL, multiple myeloom of de ziekte van Waldenström); 3Indien de betreffende persoon hiervoor onder behandeling of in de afgelopen 2 jaar hiervoor onder behandeling geweest.
- 5. Alle patiënten met een solide tumor die minder dan 3 maanden voor hun COVID-19 vaccinaties chemotherapie of immune checkpoint inhibitors toegediend kregen (indien die data ontbreekt, hanteer dan behandeling vanaf 1 januari 2021);
- 6. Alle nierpatiënten, die door een specialist gecontroleerd worden, met eGFR <30ml/min*1.73m2 met immuunsuppressiva of nierdialyse met immuunsuppressiva;
- 7. Alle dialysepatiënten;
- 8. Personen met een primaire immuundeficiëntie waarbij hun specialist geïndiceerd vindt dat er een derde dosis van een vaccin tegen COVID-19 wordt toegediend (volgens gedefinieerde lijst met indicaties door de Nederlandse Internisten Vereniging);
- 9. Patiënten die behandeld worden met de volgende immuunsuppressiva:
- a. B-cel depleterende medicatie: anti-CD20 therapie, zoals Rituximab, Ocrelizumab;
- b. Sterk lymfopenie-inducerende medicatie: Fingolimod (of soortgelijke S1P agonisten), Cyclofosfamide (zowel pulsen als hoog oraal);
- c. Mycofenolaat mofetil in combinatie met (langdurig gebruik van) 1 of meerdere andere immunosuppressiva.