Art. 5 Beleidsregel orthodontische zorg, Onderdelen ter vaststelling van de tariefopbouw

Beleidsregel orthodontische zorg

1. Bij de tariefvaststelling wordt gebruik gemaakt van twee puntwaarden: een puntwaarde voor de tarieven in de A-categorie en een puntwaarde voor de tarieven in de B- en C-categorie.

2. De arbeidskostencomponent orthodontische zorg bedraagt € 195.327 (definitief niveau 2021).

3. Het inkomensbestanddeel in de puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt € 194.497 (definitief niveau 2021).

4. Het praktijkkostenbestanddeel in de puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt € 794.847 (definitief niveau 2021). Het praktijk-kostenbestanddeel is opgebouwd uit de elementen ‘personeelskosten’ en ‘overige kosten’:

○ personeelskosten € 338.633

○ overige kosten € 456.214

5. De rekennorm in de puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt 2.327.991.

6. Jaarlijks vindt een aanpassing (indexering) van zowel het inkomens- als het praktijkkostenbestanddeel plaats. De wijze van indexeren is geregeld in de Beleidsregel indexering.

7. De structurele puntwaarde van de prestaties in de A-categorie bedraagt:

– € 0,4249773 (definitief niveau 2021);

– € 0,4374261 (voorcalculatorisch niveau 2022).

8. De puntwaarde van de prestaties in de B- en C-categorie bedraagt € 0,6507276 (voorcalculatorisch niveau 2022). Deze puntwaarde muteert jaarlijks met het hierna in artikel 6.2 genoemde mutatiepercentage.