Bijlage 1 Regeling vaststelling programma’s van eisen basisonderwijs en (v)so en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverbanden PO en VO voor het jaar 2022: programma’s van eisen voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs met ingang van het jaar 2022
De scholen voor het primair onderwijs ontvangen naast de bekostiging voor het personeel een bekostiging voor de materiële instandhouding (mi-bekostiging). De mi-bekostiging is een kalenderjaarvergoeding, uitgedrukt in een lumpsumbedrag en gebaseerd op het aantal leerlingen en het daaruit afgeleide aantal groepen. De mi-bekostiging is normatief onderbouwd met programma’s van eisen (pve’s). In deze pve’s kunt u zien op welke uitgaven van een gemiddelde school de mi-bekostiging is gebaseerd. U kunt daarnaast zien voor welke doelen de bekostiging is bestemd en voor welk bedrag verondersteld wordt dat bepaalde taken kunnen worden uitgevoerd. De bedragen kunt u zien als een kengetal waaraan een school de eigen uitgaven kan spiegelen. De programma’s vormen de onderbouwing van de bekostiging voor de materiële instandhouding van de scholen in het primair onderwijs en bevatten ook de bekostiging voor materiële instandhouding van de samenwerkingsverbanden samenhangend met de inrichting van de zorgstructuur. De mi-bekostiging wordt jaarlijks aangepast om de prijsveranderingen op te vangen. Daarbij is de prijsmutatie netto-materiële consumptie volgens de Macro Economische Verkenning het uitgangspunt zoals dat is bepaald in het zesde lid van artikel 113 van de Wet op het primair onderwijs. Het bekostigingsstelsel voor het basisonderwijs is opgebouwd uit een verzameling van pve’s. Ieder pve omvat een inhoudelijke omschrijving van een van rijkswege verantwoord geachte voorziening en het bedrag dat hiervoor noodzakelijk is. De structuur van het bekostigingsstelsel met een overzicht van de pve’s vindt u hieronder. Daaruit blijkt een onderscheid naar groepsafhankelijke pve’s, leerlingafhankelijke pve’s en aanvullende pve’s. A. Groepsafhankelijke programma’s van eisen B. Leerlingafhankelijke programma’s van eisen C. Aanvullende programma’s van eisen 1. Onderhoud 1. Middelen 1. Nederlands onderwijs aan anderstaligen (NOAT) a. Gebouw a. Medezeggenschap b. Tuin b. Bijdragen voor activitei
- • de werkelijke prijsontwikkeling in 2020,
- • de geactualiseerde prijsontwikkeling in 2021,
- • de verwachte prijsontwikkeling in 2022.
- 1. Het normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen leerlingen1bedoeld in artikel 134, vierde lid, onder a, en vijfde lid, onder a, van de Wet op het primair onderwijs., wordt voor het jaar waarvoor de bekostiging voor de materiële voorzieningen voor de instandhouding strekt, berekend door het aantal leerlingen van de desbetreffende school op 1 oktober van het voorafgaande jaar te delen door de factor N = 14, waarbij de uitkomst naar boven op een geheel getal wordt afgerond en bedraagt minimaal twee groepen.
- 2. Indien de school bestaat uit een hoofdvestiging en een of meer nevenvestigingen wordt onderdeel 1 voor de hoofdvestiging en elke nevenvestiging afzonderlijk toegepast.
- • een hoofdvestiging ontvangt de volledige mi-bekostiging. Ze ontvangt de volledige bekostiging voor zowel het groepsafhankelijke gedeelte als het leerlingafhankelijke gedeelte van de materiële bekostiging en ook, wanneer de school daar recht op heeft, de aanvullende bekostiging(en);
- • een nevenvestiging ontvangt de volledige bekostiging voor het groepsafhankelijke gedeelte van de materiële bekostiging (de berekening van het groepsafhankelijke gedeelte van de materiële bekostiging vindt afzonderlijk plaats voor de hoofdvestiging en de nevenvestiging). Verder ontvangt de nevenvestiging een bedrag per leerling voor de leerlingafhankelijke programma’s van eisen;
- • een dislocatie ontvangt geen aparte bekostiging. Leerlingen die in een dislocatie les krijgen, worden toegerekend aan de hoofdvestiging. Ze tellen mee met het leerlingafhankelijke gedeelte van de mi-bekostiging van de hoofdvestiging.
- a. onderhoud
- b. energie- en waterverbruik
- c. publiekrechtelijke heffingen (met uitzondering van de onroerende zaakbelasting)
- d. middelen,
- e. administratie, beheer en bestuur,
- • de verlichting tijdens de schooluren en schoonmaakwerkzaamheden, het avondgebruik en voor een beperkte beveiligingsverlichting;
- • de pompen ten behoeve van de cv en eventueel voor boiler- en tapwatercircuits;
- • de normatief in het schoolgebouw aanwezig geachte stroomverbruikende apparatuur, inclusief schoonmaakapparatuur;
- • de mechanische ventilatoren.
- • de binnentemperatuur van het gebouw tijdens en buiten de schooluren (tijdens de schooluren geldt een gemiddelde binnentemperatuur van 20 graden en buiten de schooluren een gemiddelde binnentemperatuur van 10 graden);
- • de ketel- en regelinstallatie en optimaliseringapparatuur;
- • de isolatiekwaliteit (dak-, vloer-, spouwmuur- en leidingisolatie);
- • het verloop van de buitentemperatuur.
- • het schoolbestuur, het onderwijzend- en onderwijsondersteunend personeel, de leden van de oudervereniging;
- • de medezeggenschapsraad als zodanig;
- • de ouders van de leerlingen voor zover zij werkzaamheden verrichten op of ten behoeve van de school.
- • het binnen de school halen van poppenspel, toneel, film en muziek;
- • het bezoeken van musea, bibliotheek, schoolconcerten, films en toneel.
- • gemiddeld 20 jaar voor een leerlingenset;
- • gemiddeld 10 jaar voor een docentenset;
- • gemiddeld 30 jaar voor de inrichting van een speellokaal;
- • gemiddeld 15 jaar voor het buitenspeelmateriaal;
- • gemiddeld 40 jaar voor de inrichting van de nevenruimten, zoals directeurskamer, teamruimte, handvaardigheidruimte, kopieerruimte en overige inrichting.