Bijlage 2 Besluit vaststelling Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs: beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs 2025–2026
Het Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs 2025–2026 (hierna: het beleidskader) heeft uitsluitend betrekking op subsidieverstrekking in de kalenderjaren 2025 en 2026, in het kader van de doorontwikkeling van bestaande lokale GKA-agenda’s en landelijke thema-agenda’s of het starten van nieuwe lokale GKA-agenda’s en landelijke thema-agenda’s. Op subsidies die voor 2025 zijn verstrekt, blijft het beleidskader, opgenomen als bijlage 1 bij dit besluit ongewijzigd van toepassing. In het Nederlandse onderwijssysteem blijkt herhaaldelijk dat leerlingen met verschillende achtergronden verschillende kansen hebben in het onderwijs. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) ontwikkelt beleidsmaatregelen om kansengelijkheid te bevorderen, omdat het onderwijs een belangrijke rol heeft in het vergroten van gelijke kansen. Echter kan het onderwijs dit niet alleen: het vergroten van gelijke kansen is een brede maatschappelijke opdracht. Daarom heeft OCW het initiatief genomen tot het opzetten van de Gelijke Kansen Alliantie (hierna: GKA), waarin scholen, gemeenten en maatschappelijk partners zich samen met OCW verenigen om kansengelijkheid te bevorderen. De inzet van de GKA is veelal lokaal en passend bij de lokale context en uitdagingen. Kansenongelijkheid speelt namelijk overal, maar niet in gelijke mate of op dezelfde manier. Geografische of demografische verschillen doen ertoe. Daarom is het belangrijk dat gemeenten, scholen en maatschappelijke organisaties een gedeeld beeld hebben van wat er (lokaal) speelt en van de interventies die bij kunnen dragen aan het vergroten van kansengelijkheid. Om dit te realiseren werken coalities van gemeenten, scholen en lokale partijen een gezamenlijk plan van aanpak uit: de GKA-agenda. Met de GKA-agenda committeren de coalitiepartners zich voor meerdere jaren aan de interventies die zij gezamenlijk gaan uitvoeren om kansengelijkheid te vergroten. Hierin
- • de desbetreffende vestiging ten minste samen met de gemeente waar de vestiging is gevestigd een coalitie vormt, die is bekrachtigd in een doorontwikkelde GKA-agenda (zie paragraaf 6);
- • in de GKA-agenda de te subsidiëren interventies zijn opgenomen, waarbij het gaat om een doorontwikkeling van een eerdere lokale GKA-agenda, waarvoor in 2021 of 2022 op grond van het beleidskader, opgenomen in bijlage 1 subsidie is verstrekt;
- • de desbetreffende vestiging ten minste samen met de gemeente waar de vestiging is gevestigd een coalitie vormt, die is bekrachtigd in een nieuwe GKA-agenda (zie paragraaf 6);
- • in de agenda de te subsidiëren interventies zijn opgenomen.
- • de landelijke thema-agenda gevormd wordt door een landelijke coalitie, bestaande uit ten minste tien vestigingen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, verspreid over minimaal drie provincies, die zich verenigen rondom een gedeeld vraagstuk van kansengelijkheid in het onderwijs door het uitvoeren van een gezamenlijke interventie en zich committeren aan kennisopbouw en -uitwisseling;
- • Voor de doorontwikkeling van landelijke thema-agenda’s is het subsidiebedrag maximaal € 650.000 per subsidieaanvraag, ongeacht het aantal deelnemende scholen.
- • Voor nieuwe landelijke thema-agenda’s is het subsidiebedrag maximaal € 2.000.000 per subsidieaanvraag, ongeacht het aantal deelnemende scholen.
- • het versterken van de leefwerelden van een kind of jongere in de driehoek school, thuis en omgeving;
- • het starten of versterken van lokale structuren en netwerken ten behoeve van de (door)ontwikkeling van een lokale visie, strategie en aanpak op kansengelijkheid.
- – ook subsidie of een andere financiële bijdrage van een ander bestuursorgaan ontvangt of heeft aangevraagd. De aanvrager doet daarvan mededeling in de subsidieaanvraag.
- – reeds uit anderen hoofde subsidie ontvangt. Er kan bijvoorbeeld geen subsidie verstrekt worden voor het inzetten van extra personeel zoals onderwijsassistenten om te investeren in het inhalen van achterstanden op basisvaardigheden, waarvoor de minister reeds subsidie heeft verstrekt op grond van de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2023 of een andere ministeriële regeling.
- 1. Lokale agenda’s
- a) Voor de doorontwikkeling van reeds bestaande lokale GKA-agenda’s is het subsidiebedrag maximaal € 100.000,– per subsidieaanvraag. Het is mogelijk dat meerdere gemeenten met een bestaande lokale GKA-agenda deelnemen aan één coalitie. In dit geval is het maximale subsidiebedrag waarvoor aangevraagd kan worden € 100.000,–, vermenigvuldigd met het aantal deelnemende gemeenten. Per gemeente moet minimaal één vestiging in die gemeente deelnemen in de coalitie.
- b) Voor de nieuwe lokale GKA-agenda’s is het subsidiebedrag maximaal € 100.000,– per subsidieaanvraag. Het is mogelijk dat meerdere gemeenten – die eerder nog géén GKA-agenda hadden – deelnemen als één coalitie. In dit geval is het maximale subsidiebedrag waarvoor aangevraagd kan worden € 100.000,–, vermenigvuldigd met het aantal deelnemende gemeenten. Indien een nieuwe gemeente zich wil aansluiten bij een bestaande GKA-agenda, is dat mogelijk, maar wordt deze aanvraag behandeld als zijnde een nieuwe lokale GKA-agenda. Per gemeente moet minimaal één vestiging in die gemeente deelnemen aan de coalitie.
- 2. Landelijke thema-agenda’s
- a) Voor de doorontwikkeling van landelijke thema-agenda’s is het subsidiebedrag maximaal € 650.000 per subsidieaanvraag, ongeacht het aantal deelnemende vestigingen.
- b) Voor nieuwe landelijke thema-agenda’s is het subsidiebedrag maximaal € 2.000.000 per subsidieaanvraag, ongeacht het aantal deelnemende vestigingen.
- 1. Aanvraagformulier lokale GKA-agenda’s In het kader van de doorontwikkeling of start van de lokale GKA-agenda verstrekt de minister een aanvraagformulier via de website van DUS-I. Het aanvraagformulier dient volledig aangeleverd te worden bij het indienen van de subsidieaanvraag. Het aanvraagformulier voor de doorontwikkeling of start van de lokale GKA-agenda bevat:
- • een beknopte beschrijving van de startsituatie en de uitdagingen in de gemeentelijke context op het thema kansengelijkheid;
- • een beschrijving van de beoogde inzet en interventies, de doelgroep waar deze interventies op gericht worden, het beoogde effect op korte termijn en de beoogde impact op lange termijn;
- • een begroting, waarbij wordt aangegeven of en voor welk bedrag er sprake is van cofinanciering. In het geval van cofinanciering dienen de co-financier, het bijbehorende bedrag en de specifieke activiteiten die gefinancierd worden, expliciet vermeld te worden. Bij een lokale coalitie bestaande uit meerdere vestigingen en /of gemeenten wordt aangegeven hoe en onder welke vestigingen of schoolbesturen de middelen worden verdeeld;
- • een beschrijving van de wijze waarop de effecten van de te subsidiëren interventies worden gemonitord en geëvalueerd gedurende de looptijd van de subsidie en geborgd achteraf;
- • een handtekening van de verantwoordelijke wethouder en een handtekening van het bevoegd gezag dat optreedt als de penvoerder van de aanvraag,
- • een samenwerkingsovereenkomst, die is opgesteld en ondertekend door degene die daartoe bevoegd is, met gebruikmaking van het model dat daartoe bekend is bekendgemaakt op de website:www.dus-i.nl. De samenwerkingsovereenkomst bevat een ondertekende verklaring van alle partijen die deelnemen aan de coalitie dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat zij de gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording van de besteding van de subsidie op verzoek aan de penvoerder zullen verstrekken.
- 2. Aanvraagformulier landelijke thema-agenda’s In het kader van de doorontwikkeling of start van een nieuwe landelijke thema-agenda verstrekt de minister een aanvraagformulier via de website van DUS-I. Het aanvraagformulier dient volledig aangeleverd te worden bij het indienen van de subsidieaanvraag. Dit aanvraagformulier bevat:
- • een beschrijving van welke school het bevoegd gezag is aangewezen als penvoerder. Het bevoegd gezag ondertekent ter bevestiging hiervan de doorontwikkelde of nieuwe landelijke thema-agenda;
- • een beschrijving van de uitdaging of het thema waar de beoogde landelijke thema-agenda zich op richt;
- • een begroting. Bij een landelijke coalitie tussen meerdere vestigingen wordt aangegeven hoe de middelen worden verdeeld; ook wordt aangegeven of en voor welk bedrag er sprake is van cofinanciering. In het geval van cofinanciering dienen de co-financier, het bijbehorende bedrag en de specifieke activiteiten die gefinancierd worden, expliciet vermeld te worden.
- • een beschrijving van welke interventie door de deelnemende scholen gezamenlijk wordt opgestart, geïntensiveerd of doorontwikkeld, het beoogde effect op korte termijn en de beoogde impact op lange termijn;
- • het beoogde effect op korte termijn en de beoogde impact op lange termijn;
- • een beschrijving van de wijze waarop kennisopbouw en -deling als gevolg van de interventie vorm krijgt;
- • een beschrijving van de wijze waarop de impact van de te subsidiëren interventies worden onderzocht gedurende de looptijd van de subsidie;
- • een handtekening van het bevoegd gezag dat optreedt als de penvoerder van de aanvraag;
- • een samenwerkingsovereenkomst, die is opgesteld en ondertekend door degene die daartoe bevoegd is, met gebruikmaking van het model dat daartoe bekend is bekendgemaakt op de website:www.dus-i.nl. De samenwerkingsovereenkomst bevat een ondertekende verklaring van alle partijen die deelnemen aan de coalitie dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat zij de gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording van de besteding van de subsidie op verzoek aan de penvoerder zullen verstrekken.
- • De activiteiten met betrekking tot een lokale GKA-agenda waarvoor in 2025 subsidie is aangevraagd, worden vóór 31 juli 2027 afgerond.
- • De activiteiten met betrekking tot een landelijke thema-agenda waarvoor in 2025 subsidie is aangevraagd, worden vóór 31 december 2027 afgerond.
- • De subsidieontvanger is verplicht de voortgang en resultaten van de gesubsidieerde activiteiten te monitoren. Denk bij de voortgang aan de bereikte belanghebbenden (zoals onderwijspersoneel, ouders, gemeenten of verenigingen), het aantal scholieren of leerlingen betrokken bij de interventie en de tussentijdse resultaten. DUS-I verstrekt hiervoor een jaar na de start van de activiteitenperiode een aantal te beantwoorden vragen. Minimaal twee keer per jaar vindt overleg plaats met de regiocoördinator van de Gelijke Kansen Alliantie.
- • De subsidieontvanger en de medeondertekenaars zijn verplicht om mee te werken en deel te nemen aan kennisdelingsactiviteiten die worden georganiseerd door de Gelijke Kansen Alliantie, in het kader van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt.
- • In het kader van kennisdeling levert de subsidieontvanger een actieve bijdrage aan kennisdeling tussen gemeenten onderling, bijvoorbeeld door het delen van best practices.
- • De subsidieontvanger is verplicht om mee te werken aan de beantwoording van vragen en het aanleveren van gegevens in het kader van de monitoring en evaluatie van het beleidskader door de minister op diens verzoek.
- 1. Subsidie op grond van dit beleidskader wordt verleend binnen 13 weken na sluiting van de in artikel 6, bedoelde aanvraagperiode.
- 2. De minister verstrekt bij verlening een voorschot van 100%. Het voorschot wordt in twee gelijke delen uitbetaald in augustus 2025 en augustus 2026.
- 3. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving
- 4. De penvoerder toont aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. De subsidieontvanger dient dit activiteitenverslag, als bedoeld in artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, uiterlijk dertien weken na het einde van de activiteitenperiode in bij DUS-I. In het geval van de lokale GKA-agenda’s is de uiterste datum 30 oktober 2027, in het geval van de landelijke GKA-agenda’s is de uiterste datum 2 april 2028. Een format daartoe wordt door DUS-I beschikbaar gesteld.
- 5. Indien de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor aan de penvoerder bekostiging wordt verstrekt.
- 6. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, is voldaan, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan op de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
- 7. De subsidie wordt uiterlijk 22 weken na indiening van het activiteitenverslag, bedoeld in het vierde lid, én de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode vastgesteld.