Bijlage 1 Besluit vaststelling Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs: beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het 2021–2022
Deze bijlage behoort bij het Besluit vaststelling Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs. Het Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs (hierna: het beleidskader) regelt de activiteiten waarvoor en de voorwaarden waaronder de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de Minister) subsidie kan verstrekken voor de daarin beschreven activiteiten. De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS (hierna: de Kaderregeling) is van toepassing op dit beleidskader. In het Nederlandse onderwijssysteem blijkt herhaaldelijk dat leerlingen van verschillende achtergronden verschillende kansen hebben in het onderwijs. Dit vraagt om een concrete aanpak van kansenongelijkheid. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) ontwikkelt beleidsmaatregelen om kansenongelijkheid te verminderen. Met de Gelijke Kansen Alliantie (hierna: GKA) wordt ingezet op een lokale benadering. Met scholen, gemeenten en maatschappelijke organisaties wordt samengewerkt om interventies op te zetten. Deze interventies worden verwoord in een gezamenlijk plan van aanpak: de GKA agenda. Dit beleidskader is ter ondersteuning van de GKA en is gericht op het ondersteunen van gemeenten en scholen bij het tot stand brengen van een aanvullend- of bovenschools aanbod. Met een bovenschools aanbod wordt een samenwerking bedoeld tussen twee of meer scholen. De GKA heeft speciale aandacht voor po- en vo-scholen met een hoge populatie van leerlingen met een lage sociaal economische status. De GKA zal de netwerkaanpak met reeds aangesloten GKA-gemeenten intensiveren middels een addendum gekoppeld aan (en ter aanvulling op) bestaande GKA-agenda’s. Daarnaast wordt de GKA uitgebreid van 50 naar 100 gemeenten middels nieuwe GKA-agenda’s. Tot slot stelt de GKA op themaniveau gemeente-overstijgende agenda’s op, ofwel landelijke thema-agenda’s, ter bevordering van themager
- • het inzetten op randvoorwaarden zoals ouderbetrokkenheid met bijvoorbeeld de brugfunctionaris om de drie leefwerelden, school, thuis, en de wijk te verbinden;
- • het uitbreiden van onderwijs gericht op het vergroten van het sociaal kapitaal door verlenging van de schooldag. Denk hierbij aan het in contact te brengen van scholieren of leerlingen met relevante thema’s zoals sport, cultuur, taalstimulering, beroepsoriëntatie en gezonde voeding;
- • het inzetten op de groei van zelfvertrouwen bij leerlingen door middel van bijvoorbeeld nieuwe leerstrategieën;
- • het ontwikkelen van nieuwe onderwijsconcepten met aandacht voor bijvoorbeeld de doorlopende leerlijn (po – vo) of een omgeving waar de leefomgeving binnen en buiten de school meer met elkaar worden afgestemd;
- • het opzetten van netwerken, ontwikkelen van kennis en organiseren van landelijke kennisdelingsactiviteiten rondom specifieke thema’s, zoals bijvoorbeeld professionalisering van leerkrachten, ouderbetrokkenheid, loopbaanleren, soepele overgangen;
- • het inzetten van extra personeel zoals onderwijsassistenten om te investeren in het inhalen van achterstanden op basisvaardigheden;
- • het intensiveren (voortzetten, verbeteren en opschalen) van bestaande effectieve interventies uit de eerdere GKA-agenda’s.
- – De aanvraag bevat een GKA-addendum, GKA-agenda of landelijke thema-agenda van de Gelijke Kansen Alliantie.
- – GKA-agenda’s en landelijke thema-agenda’s dienen te zijn ondertekend door:
- • de verantwoordelijke wethouder van de deelnemende gemeente(n)
- • de Minister van OCW
- – De GKA-agenda, GKA-addendum of landelijke thema-agenda bevat een beschrijving van de geplande te subsidiëren interventie(s), uitgewerkt in een activiteitenplan en een begroting.
- – De GKA-agenda, GKA-addendum of landelijke thema-agenda beschrijft welke school is aangewezen als penvoerder. Het bevoegd gezag van deze school ondertekent ter bevestiging hiervan de GKA-agenda, GKA-addendum of landelijke thema-agenda.
- – Bij een samenwerking tussen meerdere scholen of schoolbesturen wordt in de GKA-agenda, GKA-addendum en of landelijke thema-agenda aangegeven hoe en onder welke scholen of schoolbesturen de middelen zijn verdeeld.
- – In de GKA-agenda, GKA-addendum of landelijke thema-agenda is het doel en het verwachte effect (producten of kwalitatieve en-kwantitatieve resultaten) van de interventie omschreven.
- – De GKA-agenda, GKA-addendum of landelijke thema-agenda bevat een nadere uitwerking van gemaakte afspraken met betrekking tot de monitoring van de effecten van de interventie.
- – De subsidie dient ingezet te worden ter ondersteuning van activiteiten waar vanuit het Nationaal Programma Onderwijs middelen voor beschikbaar zijn gesteld, ter bevordering van kansengelijkheid nu en in de toekomst.
- – De activiteiten met betrekking tot een GKA-agenda of GKA-addendum waarvoor in 2021 subsidie is aangevraagd, worden vóór 31 december 2023 afgerond. De activiteiten met betrekking tot een GKA-agenda of GKA-addendum waarvoor in 2022 subsidie is aangevraagd, worden vóór 31 december 2024 afgerond.
- – De activiteiten met betrekking tot een tweejarige landelijke GKA agenda waarvoor in 2021 subsidie is aangevraagd, worden vóór 31 december 2023 afgerond. De activiteiten met betrekking tot een tweejarige landelijke GKA agenda die in 2022 zijn ingediend, worden vóór 31 december 2024 afgerond.
- – De activiteiten met betrekking tot een driejarige landelijke GKA agenda waarvoor in 2021 subsidie is aangevraagd, worden vóór 31 december 2024 afgerond. De activiteiten met betrekking tot een driejarige landelijke GKA agenda waarvoor in 2022 subsidie is aangevraagd, worden vóór 31 december 2025 afgerond.
- – De subsidieontvanger is verplicht de voortgang en resultaten van de gesubsidieerde activiteiten te monitoren. Denk bij de voortgang aan de bereikte doelgroepen, het aantal scholieren of leerlingen betrokken bij de interventie en de tussentijdse resultaten. Met ‘doelgroepen’ wordt gedoeld op belanghebbenden die bij de interventie betrokken zijn, zoals docenten, ouders, schoolleiders, werkgevers, gemeenten, culturele instellingen en sportverenigingen.
- – De subsidieontvanger is verplicht om mee te werken aan kennisdelingsactiviteiten die worden georganiseerd door het programma Gelijke Kansen.
- – De subsidieontvanger is verplicht om mee te werken aan de beantwoording van vragen en het aanleveren van gegevens in het kader van de monitoring en evaluatie van het beleidskader door de Minister op diens verzoek.