Bijlage 2 Regeling inburgering 2021: eindtermen kennis van de Nederlandse maatschappij als bedoeld in artikel 3.2

Regeling inburgering 2021

In deze bijlage zijn de herziene eindtermen opgenomen voor het onderdeel Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) van het inburgeringsexamen Nederland. Deze eindtermen zijn een herziening van de eindtermen die vanaf 2015 golden voor het inburgeringsexamen. Het Ministerie van SZW heeft Cito in september 2021 verzocht om deze herziening. Aanleiding daartoe was enerzijds gewijzigde wet- en regelgeving en anderzijds actuele maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het toegenomen belang van digitale communicatie en informatie. Om ervoor te zorgen dat de vernieuwde eindtermen een zo breed mogelijk draagvlak zouden krijgen, heeft Cito een groot aantal organisaties en individuele personen benaderd met het verzoek actief mee te werken aan de herziening. Meewerken kon op twee manieren: deelnemen aan de adviescommissie (die voorstellen deed voor aanpassingen in de bestaande eindtermen) of deelnemen aan de klankbordgroep (die de voorstellen van de adviescommissie beoordeelde en waar nodig tegenvoorstellen deed). De adviescommissie bestond uit negen leden. Ze werd voorgezeten door prof. dr. Han Entzinger, emeritus-hoogleraar Migratie- en Integratiestudies. De klankbordgroep bestond uit zeventien leden. Het daadwerkelijke schrijfwerk was in de handen van SLO, het landelijk expertisecentrum voor het curriculum. Cito had de rol van organisator en procesbegeleider en was niet inhoudelijk betrokken bij de herziening. Bij de herziening van de eindtermen is ervan uitgegaan dat KNM twee hoofddoelstellingen heeft: (1) het ontwikkelen van kennis en vaardigheden die de inburgeraars ondersteunen bij het vinden van hun weg in de Nederlandse samenleving; (2) het vertrouwd maken van de inburgeraars met gangbare omgangsvormen, normen en waarden binnen de Nederlandse samenleving, met een toespitsing op rechtsstaat en democratie. Bij dit laatste is gestreefd naar een evenwichtige balans in de beschrijving van rechten en plichten. Meer dan voorheen gaan de nieuwe eindtermen ervan uit dat de inbu