Bijlage 1 Regeling inburgering 2021: protocol medische deskundigenverklaring, als bedoeld in artikel 2.6, derde lid
Voorwoord 1. Algemeen 1.1 Protocol 1.2 Inleiding 1.3 Wettelijk kader ontheffing en gedeeltelijke ontheffing 1.4 Wettelijk kader aangepaste examenomstandigheden 1.5 Taken betrokkene, DUO en medisch deskundige 1.6 Aanvraagperiode en invulling begrip ‘blijvend’ 1.7 Bezwaar en beroep 1.8 Het inburgeringsexamen 2. Medisch protocol 2.1 Begrippen 2.2 Algemeen 2.3 Beperkingen 2.4 Anamnese en lichamelijk onderzoek 2.5 Weging en beoordeling 2.6 Aangepaste examenomstandigheden Bijlagen 1 Begrippen- en afkortingenlijst 2 Modeladvies medische deskundigenverklaring inburgeringsplicht 3 Machtiging voor het opvragen van medische informatie Op grond van de Wet inburgering 2021 zijn inburgeringsplichtigen verplicht om in te burgeren. In deze wet zijn wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de vorige Wet inburgering. Daartoe is ook het medisch protocol aangepast. De aanvraag voor ontheffing op medische gronden wordt door de inburgeringsplichtige ingediend bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) waarna een door een door de Minister van SZW aangewezen onafhankelijk arts een deskundigenverklaring afgeeft. De beslissing naar aanleiding van deze verklaring wordt genomen door de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO). Overal waar in dit protocol wordt gesproken over ‘hij’ of ‘zijn’, kan ook ‘zij’ of ‘haar’ worden gelezen. Belangrijke wijzigingen in de nieuwe wet hebben betrekking op de introductie van een gedeeltelijke medische ontheffing en op het toekennen van aanpaste examenomstandigheden, daartoe komen onder de nieuwe wet meer mogelijkheden. Ook worden de kosten voor de medische deskundigenverklaring terugbetaald indien aan de inburgeringsplichtige (gedeeltelijke) ontheffing op medische gronden wordt toegekend of wanneer er aangepaste examenomstandigheden worden geadviseerd. Het medisch onderzoek ten behoeve van aangepaste examenomstandigheden (zonder verzoek tot gehele of gedeeltelijke ontheffing) wordt kosteloos. Een aanvraag voor ontheffing op medische gronden of voor aa
- – begrippen- en afkortingenlijst;
- – het modelformulier dat door de medisch deskundige moet worden gebruikt bij zijn medische deskundigenverklaring in het kader van de inburgeringsplicht; en
- – een model machtiging voor het opvragen van medische informatie in het kader van de inburgeringsplicht.
- – Deelnemers aan de B1-route leggen het inburgeringsexamen op niveau B1 af. Daarnaast volgen zij MAP en PVT. Onder voorwaarden is het ook mogelijk op niveau B2 of A2 te voldoen aan de examens.
- – Deelnemers aan de Onderwijsroute volgen een taalschakeltraject en leggen de taalexamens af op B1 of B2 niveau en doen het examen KNM (kennis van de Nederlandse maatschappij). Het programma dat zij volgen bereidt hen voor op instroom in een vervolgopleiding. Ook volgen zij het PVT dat door de gemeente wordt aangeboden.
- – In de Z-route worden geen examens afgelegd. Deze route kent een aangepast programma gericht op de doelgroep met een lagere leerbaarheid waarin de focus ligt op zelfredzaamheid, activering, participatie en het leren van de taal op een lager niveau. Deelnemers in de Z-route volgen verplicht 800 uur taalles (inclusief kennis van de Nederlandse maatschappij) en voor asielstatushouders bevat het programma tevens een participatiedeel: 800 uren die worden besteed aan activiteiten gericht op zelfredzaamheid, activering en participatie (de uren voor PVT en MAP vallen hier ook onder). Gezinsmigranten die de Z-route volgen zijn niet verplicht de 800 participatie uren te voldoen, wel dienen zij aan PVT en MAP te voldoen.
- – psychische belemmering, of
- – lichamelijke belemmering, of
- – verstandelijke beperking.
- 1. bij de aanvraag voor ontheffing of gedeeltelijke ontheffing op medische gronden.
- 2. bij een aanvraag voor aangepaste examenomstandigheden voor een of meerdere onderdelen van het inburgeringsexamen.
- 1. Gedeeltelijke ontheffing voor bepaalde taalexamens en het examen KNM in de B1-route of Onderwijsroute. Er worden examens afgelegd voor Lezen, Luisteren, Schrijven,Spreken en KNM. Afhankelijk van de leerroute en wat in het PIP is opgenomen, worden taalonderdelen afgelegd op niveau B1, B2 of na afschalen op het lagere niveau A2. Indien iemand door zijn beperking of belemmering niet in staat is om bepaalde examenonderdelen af te leggen, kan er gedeeltelijke ontheffing worden verleend voor deze onderdelen. In de praktijk zal dit met name relevant zijn voor mensen met een visuele of auditieve beperking voor wie niet alle examenonderdelen ‘toegankelijk’ zijn. Zo zal iemand die doof is niet het reguliere luisterexamen kunnen afleggen en iemand die blind is kan niet deelnemen aan het reguliere lees- of schrijfexamen. Voor bepaalde onderdelen volgt dan ontheffing en andere onderdelen worden wel afgelegd. In geval van gedeeltelijke ontheffing voor de taalexamens dient er altijd aan minimaal één taalonderdeel wel te worden voldaan, er is dus altijd sprake van het leren van de taal. Soms is het ook mogelijk om aangepaste examens af te leggen, het is aan de arts om daarover te adviseren.
- 2. Gedeeltelijke ontheffing voor het participatiedeel in de Z-route. Voor de deelnemers aan de Z-route is er een mogelijkheid tot (gedeeltelijke) ontheffing voor het participatiedeel (de uren gericht op zelfredzaamheid, activering en participatie, niet zijnde de uren die vallen onder MAP of PVT). De onafhankelijk aangewezen arts kan hierover adviseren indien het door een beperking of belemmering niet mogelijk is te voldoen aan de gestelde 800 uur. In de Z-route blijft het leren van de taal een cruciaal onderdeel, ook voor mensen met een beperking. In geval van een beperking zijn mogelijk aanpassingen in het lesprogramma nodig, maar omdat er geen taalexamens worden afgenomen in de Z-route, wordt hiervoor geen gedeeltelijke ontheffing verleend. De onderdelen MAP en PVT blijven wel altijd verplichte onderdelen van het Z-route traject. De gemeente stelt hiervoor een programma samen, dit kan indien nodig aangepast worden aan eventuele beperkingen.
- 1. Onze Minister ontheft de inburgeringsplichtige geheel of gedeeltelijk van de inburgeringsplicht als diegene heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, of een verstandelijke beperking, blijvend niet in staat te zijn aan de inburgeringsplicht, of een gedeelte daarvan, te voldoen.
- 2. Onze Minister ontheft de inburgeringsplichtige voorts van de inburgeringsplicht als het de inburgeringsplichtige, gelet op bijzondere individuele omstandigheden die hem niet kunnen worden verweten, onmogelijk of uiterst moeilijk is om te voldoen aan de inburgeringsplicht.
- 3. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing of voor medisch advies voor de ontheffing, kunnen bij ministeriële regeling te bepalen bedragen worden vastgesteld die zijn verschuldigd.
- 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de toepassing van het eerste lid, waarbij in ieder geval regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de belemmering kan worden aangetoond en de omstandigheden waaronder daarvoor gemaakte kosten vergoed worden.
- 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede lid.
- 1. In het kader van de aanvraagprocedure tot gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke beperking als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet, verzoekt Onze Minister een door hem aangewezen arts, niet zijnde de behandelend arts van de inburgeringsplichtige, die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, een deskundigenverklaring af te geven met betrekking tot de inburgeringsplichtige die de aanvraag tot ontheffing heeft ingediend.
- 2. De gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht wordt verleend indien redelijkerwijs verwacht mag worden dat de aard en de ernst van de psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke beperking zodanig is dat niet binnen vijf jaar na de aanvraag van de ontheffing aan de inburgeringsplicht dan wel aan een of meerdere onderdelen daarvan kan worden voldaan.
- 3. Een gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht wordt uitsluitend verleend indien vanwege de belemmering of beperking niet kan worden voldaan aan:
- a. maximaal drie van de vier examenonderdelen van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste het niveau B1 of het examen KNM van het inburgeringsexamen;
- b. maximaal drie van de vier examenonderdelen van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste het niveau B1 of het examen KNM als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de wet van de onderwijsroute; of
- c. het participatiegedeelte van de zelfredzaamheidsroute, bedoeld in artikel 3.14, tweede lid, onderdeel b, met uitzondering van de activiteiten van het participatieverklaringstraject en de module Arbeidsmarkt en Participatie.
- 4. Indien Onze Minister op grond van de deskundigenverklaring, bedoeld in het eerste lid, van oordeel is dat de inburgeringsplichtige wel aan een of meerdere onderdelen van het inburgeringsexamen dan wel een of meerdere examenonderdelen van de onderwijsroute als bedoeld in het derde lid, kan voldoen onder examenomstandigheden die zijn aangepast aan de mogelijkheden van die inburgeringsplichtige, geldt dat:
- a. voor het examen mondelinge en schriftelijke vaardigheden op het niveau A2 en het examen kennis van de Nederlandse maatschappij in een beschikking wordt vermeld welke aangepaste examenomstandigheden het betreft; en
- b. voor het examen mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste het niveau B1, de deskundigenverklaring, bedoeld in het eerste lid, waarin ten aanzien van de inburgeringsplichtige een voorstel wordt gedaan met betrekking tot in aanmerking komende aangepaste examenomstandigheden voor het voornoemde examen, aan de inburgeringsplichtige wordt verstrekt.
- 5. Onze Minister geeft binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking.
- 6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de verlening van de ontheffing alsmede omtrent de deskundigenverklaring, bedoeld in het eerste lid.
- 7. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de omstandigheden waaronder de kosten van de deskundigenverklaring, bedoeld in het eerste lid, worden vergoed aan de inburgeringsplichtige.
- 1. De deskundigenverklaring, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het besluit, bevat in ieder geval een advies met betrekking tot het verlenen dan wel het weigeren van de gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht en, indien van toepassing, een voorstel met betrekking tot de in aanmerking komende aangepaste examenomstandigheden als bedoeld in artikel 3.6.
- 2. De arts, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het besluit, adviseert tot gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht indien de inburgeringsplichtige niet in staat is zich met lichte aanpassingen binnen vijf jaar voor te bereiden op de inburgeringsplicht dan wel op een of meerdere onderdelen daarvan, en dit ook niet mogelijk is door het treffen van aangepaste examenomstandigheden voor een of meerdere onderdelen van het inburgeringsexamen of een of meerdere van de examenonderdelen van de onderwijsroute als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel b, van het besluit.
- 3. De arts, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het besluit, stelt de deskundigenverklaring op conform het protocol dat is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.
- 1. Voor het onderzoek ten behoeve van het opstellen van een deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, is door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 225.
- 2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de inburgeringsplichtige terugbetaald indien in de deskundigenverklaring, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, wordt geadviseerd de gevraagde gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht te verlenen dan wel deze niet te verlenen, maar wel wordt geadviseerd de inburgeringsplichtige de examens onder aangepaste examenomstandigheden af te laten leggen.
- 1. Onze Minister kan de kandidaat met een psychische of lichamelijke belemmering, of een verstandelijke beperking op diens verzoek in de gelegenheid stellen om de examens, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, af te leggen op een wijze die is aangepast aan zijn mogelijkheden.
- 2. De inburgeringsplichtige kan kosteloos een deskundigenverklaring aanvragen van een door Onze Minister aangewezen onafhankelijke arts, die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, waarin deze arts zich uitlaat over de noodzaak tot het treffen van aangepaste examenomstandigheden bij het afleggen van een of meerdere onderdelen van het inburgeringsexamen en welke mogelijke aangepaste examenomstandigheden dit kunnen betreffen.
- 3. Bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, legt de kandidaat de deskundigenverklaring, bedoeld in het tweede lid, over, waaruit blijkt dat hij een of meerdere van de examens, bedoeld in het eerste lid, slechts kan afleggen op een wijze die is aangepast aan zijn mogelijkheden.
- 4. Indien Onze Minister bij de toepassing van artikel 2.7 heeft geoordeeld dat de inburgeringsplichtige een of meerdere van de examens, bedoeld in het eerste lid, slechts kan afleggen op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die inburgeringsplichtige, legt de kandidaat bij de aanmelding voor het voornoemde examen, de beschikking, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, van dat artikel over.
- 5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de toepassing van dit artikel.
- a. examen in aangepaste locatie;
- b. verlenging examentijd;
- c. onderbroken examenafname;
- d. aangepaste inroostering;
- e. examenhulp;
- f. grootbeeld;
- g. grootschrift;
- h. loepfunctie;
- i. typen in plaats van schrijven; en
- j. voorleesfunctie.
- – Het examenonderdeel Spreken wordt met de computer afgenomen. De kandidaat luistert naar de tekst via de koptelefoon en leest de opdrachten op het beeldscherm. De antwoorden spreekt hij in een microfoon in.
- – Het examenonderdeel Lezen wordt met de computer afgenomen. De kandidaat krijgt een boekje met de teksten. De vragen en antwoordmogelijkheden leest de kandidaat op zijn beeldscherm. Hij kiest het juiste antwoord door dit met de computermuis aan te klikken.
- – Het examenonderdeel Luisteren wordt met de computer afgenomen. De examenkandidaat hoort via een koptelefoon gesproken tekstfragmenten en krijgt daarover vragen. De vragen en mogelijke antwoorden worden getoond op het beeldscherm. Hij kiest het juiste antwoord door dit met de computermuis aan te klikken.
- – Het examenonderdeel Schrijven wordt met de computer afgenomen. Middels het aanvullen van zinnen, het maken van korte en middellange opdrachten wordt de schrijfvaardigheid getest. De opdrachten verschijnen op het beeldscherm en de kandidaat typt zijn tekst daarbij in.
- – Het examenonderdeel Spreken wordt met de computer afgenomen. De kandidaat kijkt en luistert via een koptelefoon naar een videofragment. Hij moet vragen beantwoorden en zinnen aanvullen, de antwoorden spreekt hij in een microfoon in. Bij de meerkeuze vragen kiest de kandidaat het juiste (gesproken) antwoord door dit met de computermuis aan te klikken.
- – Het examenonderdeel Lezen wordt met de computer afgenomen. Aan de hand van meerkeuzevragen wordt de leesvaardigheid getoetst. De examenkandidaat leest teksten op het beeldscherm en krijgt daarover vragen. Hij kiest het juiste antwoord door dit met de computermuis aan te klikken.
- – Het examenonderdeel Luisteren wordt met de computer afgenomen. Aan de hand van meerkeuzevragen wordt de luistervaardigheid getoetst. De examenkandidaat hoort via een koptelefoon gesproken tekstfragmenten en krijgt daarover vragen. De mogelijke antwoorden worden ook getoond op het beeldscherm. Hij kiest het juiste antwoord door dit met de computermuis aan te klikken.
- – Het examenonderdeel Schrijven wordt op papier afgenomen. Middels het invullen van formulieren en het maken van korte schrijfopdrachten wordt de schrijfvaardigheid getest. De examenkandidaat krijgt bij aanvang van het examenonderdeel een boekje met daarin de vragen/opdrachten. De antwoorden dient de kandidaat in hetzelfde boekje te schrijven.
- – Het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij wordt met een computer afgenomen. Dit wordt aan de hand van meerkeuzevragen getoetst. De examenkandidaat krijgt videofragmenten te zien en leest de vragen op het beeldscherm en hoort ze tevens via een hoofdtelefoon. Hij kiest het juiste antwoord door dit met de computermuis aan te klikken.
- – Stoornis: een vermindering of afwijking van een somatisch, psychische of anatomische structuur of functie.
- – Beperking: een vermindering of afwezigheid van een vaardigheid om bepaalde activiteiten te verrichten op eenzelfde wijze vergeleken met gezonde mensen.
- – Belemmering: een verlies, in kwalitatieve of kwantitatieve zin, van het vermogen van een persoon om activiteiten te verrichten of gedrag te vertonen, overeenkomstig zijn leeftijd, geslacht en de fysieke en sociaal-culturele omgeving.
- – Wat is volgens betrokkene de oorzaak van de belemmering?
- – Hoe redt betrokkene zich in het dagelijks leven?
- – Welke problemen/ belemmeringen ondervindt betrokkene door stoornis of beperking?
- – Sinds wanneer heeft betrokkene de stoornis of beperking?
- – Wat is de medische voorgeschiedenis?
- – Wat is het medicijngebruik?
- – Is de stoornis/ beperking van blijvende aard?
- – Wanneer en door welke arts is de oorzaak vastgesteld?
- – Is betrokkene onder behandeling voor de stoornis of beperking?
- – Welke hulpmiddelen zijn in gebruik (bril, loep, hoortoestel etc.)?
- – Welke opleiding heeft betrokkene gevolgd (wanneer, waar, diploma)?
- – Welke werkzaamheden zijn of worden verricht, voor /na de stoornis?
- – Visus: inschatting mate gezichtsverlies; Hierbij kan gebruik gemaakt worden van een voorbeeld van het beeldscherm dat betrokkene zal moeten kunnen aflezen. Is iemand in staat braille te gebruiken?
- – Gehoor: inschatting mate gehoorverlies; Maakt betrokkene gebruik van een hoortoestel? Beoordeling verstaanbaarheid gewone spraak tijdens spreekuur. Wordt/is gebarentaal geleerd?
- – Spraak: beschrijving waaruit spraakproblemen bestaan; Is het mogelijk om een gesprek te voeren waarin beide personen in staat zijn elkaar te begrijpen. Is er een spraakaudiogram gemaakt, is er sprake van articulatieproblemen, wordt er gestotterd (kan problemen opleveren met spraakcomputer)?
- – Motoriek voor computerbediening en schrijfvaardigheid: beschrijving problemen motoriek; Is het mogelijk om een muis en toetsenbord te bedienen, pen en papier te gebruiken? Zijn er problemen met betrekking tot aaneengesloten zitten? Zo ja, kan dit opgelost worden door een onderbreking halverwege? Zijn er andere motorische problemen in relatie tot het afleggen van het examen op de computer?
- – Tekst/beeldbegrip: beschrijving problemen tekst/beeldbegrip; Is het mogelijk om de tekst en beelden goed waar te nemen op een beeldscherm? Heeft betrokkene een dyslexieverklaring?
- – Verstandelijke beperking: beschrijving verstandelijke beperking; Woont betrokkene zelfstandig of voert hij een huishouden, is verblijf in een instelling geïndiceerd, heeft hij (speciaal)onderwijs gevolgd, waar heeft betrokkene hulp bij nodig, is betrokkene in staat tot het voeren van een adequaat gesprek, is een IQ test gedaan?
- – Psychiatrische stoornis: beschrijving stoornis; Woont betrokkene zelfstandig of voert hij een huishouden, is verblijf in een instelling geïndiceerd, is betrokkene in staat tot het voeren van een adequaat gesprek?
- a. Aangepaste locatie Het examen wordt in een andere locatie dan de standaard examenlocatie afgenomen (te denken valt aan vestiging Visio, ziekenhuis, ander ‘soort’ gebouw). Van belang is te onderkennen dat de specifieke technische mogelijkheden ter plaatse moeten voldoen aan de eisen van de digitale examens. Daarnaast is het mogelijk dat het examen in een andere examenzaal dan de standaardexamenzaal (examen in apart lokaal) wordt afgenomen. Deze voorziening is standaard aanwezig in de toetslocaties van de DUO.
- b. Verlenging examentijd De examenkandidaat mag, indien mogelijk, langer over het examen doen. Dit kan bij de examenonderdelen Kennis van de Nederlandse maatschappij, Lezen, Luisteren, Spreken en Schrijven.
- c. Onderbroken examenafname De kandidaat mag rustmomenten tijdens de examenonderdelen nemen. Dit kan bij de examenonderdelen Kennis van de Nederlandse maatschappij, Lezen, Luisteren, Spreken en Schrijven.
- d. Aangepaste inroostering De kandidaat wordt bijvoorbeeld aan het begin van de dag of juist aan het eind van de dag ingeroosterd, de kandidaat krijgt meer tijd tussen de examensessies door, de kandidaat wordt apart gehouden van andere kandidaten. Dit is bij alle examens mogelijk. De aangepaste inroostering kan tot gevolg hebben dat de kandidaat niet alle examens op een of twee dagen kan afleggen.
- e. Examenhulp Een medewerker van DUO dan wel een door DUO aangewezen begeleider die de kandidaat helpt bij het examen. Voorbeelden hiervan zijn hulp bij inloggen, muisklikken, koptelefoon opzetten als mede persoonlijke begeleiding. Dit is bij alle examens mogelijk.
- f. Grootbeeld De kandidaat kan het examen maken achter een groter beeldscherm dan standaard is voorzien. Dit geldt alleen voor de examenonderdelen Kennis van de Nederlandse maatschappij, Lezen, Luisteren en Spreken. Het standaard beeldscherm is 15 of 17 inch.
- g. Grootschrift Bij het examenonderdeel Schrijven kan de papieren versie worden vergroot.
- h. Loepfunctie Bij de examenonderdelen Kennis van de Nederlandse Maatschappij, Lezen, Luisteren en Spreken kan met behulp van een loep via een standaard Windows functionaliteit een gedeelte van een scherm worden uitvergroot. Bij deze aanpassing kan gebruik worden gemaakt van 2 monitoren.
- i. Typen in plaats van schrijven Bij het examenonderdeel Schrijven kan de kandidaat het examen afleggen met behulp van (een regulier) toetsenbord en monitor. Dit in plaats van de gebruikelijke wijze van afnemen middels pen op papier.
- j. Voorleesfunctie In dit geval krijgt de kandidaat de geschreven teksten op het beeldscherm voorgelezen middels een koptelefoon. Dit geldt alleen voor de examenonderdelen Kennis van de Nederlandse Maatschappij, Lezen en Luisteren.
- k. Braille versie Momenteel is het mogelijk de staatsexamens Nt2 af te leggen in een braille versie.
- l. Examen in spraakafzien (liplezen) Momenteel is het mogelijk om het onderdeel Luisteren voor de staatsexamens Nt2 af te leggen met behulp van spraakafzien (liplezen).
- − Betrokkene: Degene die inburgeringsplichtig is in het kader van de Wet inburgering 2021.
- − B1-route: Een van de drie leerroutes in het stelsel. Deelnemers leggen taalexamens en het examen KNM af en dienen te voldoen aan de onderdelen MAP en PVT
- − Inburgeringsexamen: Centrale examens die worden afgelegd om te voldoen aan de inburgeringsplicht via de B1-route. Er worden taalexamens afgenomen (Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken) op taalniveau A2, B1 of B2 van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen en er wordt een examen kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM) afgenomen.
- − CvTE: College voor toetsen en examens. CvTE is verantwoordelijk voor de Staatsexamens Nt2 op niveau B1 en B2.
- − DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs
- − KNM: Onderdeel van de inburgeringsplicht: Kennis van de Nederlandse Maatschappij
- − Lezen: Examenonderdeel lezen
- − Luisteren: Examenonderdeel luisteren
- − Onderwijsroute: Een van de drie leerroutes in het stelsel. Deelnemers volgen een taalschakeltraject gericht op het instomen in een vervolgopleiding. Deelnemers leggen het examen Nt2 op niveau B1 of B2 af en het examen KNM. Daarnaast volgen zij onderdelen in het kader van het taalschakeltraject waarvoor geen centrale examens worden afgenomen en dienen zij te voldoen aan het PVT.
- − PIP: Persoonlijk plan Inburgering en Participatie. Dit plan wordt na de brede intake door de gemeente opgesteld en bevat de leerroute die iemand gaat volgen. Ook worden wijzigingen in de leerroute en eventueel afschalen naar examens op niveau A2 in de B1-route in het PIP opgenomen.
- − Schrijven: Examenonderdeel schrijven
- − Spreken: Examenonderdeel spreken
- − Taalniveau: Het inburgeringsexamen wordt voor het onderdeel Nederlands als Tweede taal (Nt2) afgenomen op verschillende niveaus van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen afgenomen.
- − WI: Wet inburgering 2021
- − Z-route: Een van de drie leerroutes in het stelsel. In de Z-route ligt de focus op zelfredzaamheid, taal, activering en participatie. De Z-route is bedoeld voor inburgeringsplichtigen et een lagere leerbaarheid. Om te voldoen aan de inburgeringsplicht hoeven deelnemers aan de Z-route geen examens af te leggen, wel volgen zij 800 uur taalles (inclusief KNM) en 800 uur participatie (inclusief MAP en PVT).
- – Het dossieronderzoek heeft plaatsgevonden op DATUM
- – Onderzoek heeft plaatsgevonden op DATUM
- ○
- – De cliënt heeft relevante medische informatie aangeleverd tijdens het onderzoek.
- ○ NAAM, FUNCTIE EN DATUM
- ○ NAAM, FUNCTIE EN DATUM
- – Er is informatie verkregen van NAAM, FUNCTIE EN DATUM
- – Er heeft telefonisch overleg plaatsgevonden met NAAM, FUNCTIE EN DATUM
- – Kopie verblijfsdocument
- – WEL/NIET gesteld kan worden dat er “geen benutbare mogelijkheden” bestaan.
- – WEL/NIET gesteld kan worden dat deze beperkingen binnen 5 jaar niet voldoende te beïnvloeden zijn door behandeling of het treffen van aangepaste examenomstandigheden
- – Betrokkene langdurig verblijft in ziekenhuis / instelling (met uitzondering van een inrichting waar geestelijk gestoorde delinquenten van overheidswege verpleegd worden)
- – Betrokkene bedlegerig is.
- – Betrokkene voor het uitvoeren van activiteiten van het dagelijks leven dermate afhankelijk is dat hij lichamelijk niet zelfredzaam is
- – Betrokkene als gevolg van een ernstige psychische stoornis in zijn zelfverzorging, in zijn directe samenlevingsverband alsook in zijn sociale contacten, waaronder zijn werkrelaties, niet of dermate minimaal functioneert dat hij psychisch niet zelfredzaam is.
- – De betreffende aandoening is behandelbaar en (uit literatuur/richtlijn) deze behandeling leidt naar verwachting tot...(Verbetering? Termijn?)
- – Er zijn weliswaar blijvende belemmeringen vanwege een duurzame aandoening, maar met (oplossingen/ maatregelen benoemen) kunnen de belemmeringen afdoende worden gecompenseerd om het volgen van onderwijs en het afleggen van examens te realiseren.