Art. 2.3 Regeling inburgering 2021, Aanvraag vrijstelling van de inburgeringsplicht
1. De inburgeringsplichtige dient een aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, d en e, van de wet, in bij de Minister.
2. De Minister geeft binnen 8 weken een beschikking.
3. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van de wet, is door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 90.