Bijlage 3 Besluit verlengbaarheid vergunningen niet-landelijke commerciële radio FM-band, vergunning voor commerciële radio-omroep in de AM-band en niet-gekoppelde vergunningen voor digitale radio-omroep in laag 4 (2021)
Deze vergunning is geldig van <ingangsdatum> tot en met 31 augustus 2025.
- 1. In deze vergunning wordt verstaan onder:
- a. minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
- b. ITU: Internationale Telecommunicatie Unie;
- c. MIFR: Master International Frequency Register, zijnde het register waarin radiostations met hun frequentieruimte zijn opgenomen, bedoeld in artikel 4.3 van het Radioreglement van de ITU;
- d. notificatieverzoek: verzoek van de samenwerkende vergunninghouders aan de minister tot het doen van een notificatie van een in gebruik genomen dan wel te nemen (gedeelte van de) frequentieruimte op een bepaalde plaats, met als doel (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats na goedkeuring door het radiocommunicatiebureau van de ITU te registreren in het MIFR teneinde internationale bescherming van (dit gedeelte van) de frequentieruimte op die bepaalde plaats te bewerkstelligen;
- e. GE06: Final Acts of the Regional Radiocommunication Conference for planning of the digital terrestrial Broadcasting service in parts of Regions 1 and 3, in the frequency bands 174-230 MHz and 470-862 MHz; Genève 2006;
- f. samenwerkende vergunninghouders: vergunninghouders die houder zijn van een deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het in artikel 2, eerste lid, genoemde frequentiebereik;
- g. N: het aantal houders van een vergunning op een bepaald moment binnen het in artikel 2, eerste lid, genoemde frequentiebereik;
- h. samenwerkingsovereenkomst: overeenkomst als bedoeld in artikel 3.21 van de Telecommunicatiewet;
- i. allotment: het gebied dat gelegen is binnen de contouren zoals gevisualiseerd in bijlage I inclusief het daar genoemde frequentieblok;
- j. frequentieblok: frequentiekanaal met vastgestelde frequenties als onder- en bovengrens;
- k. ziekenhuis: instelling voor medisch-specialistische zorg als bedoeld in artikel 1.2, onder 1, van het Uitvoeringsbesluit WTZi;
- l. mobiele ontvangst: mobile reception, zoals bedoeld in paragraaf 1.3.13 van GE06;
- m. binnenontvangst: portable reception class B, zoals bedoeld in paragraaf 1.3.12 van GE06.
- 2. De definities in artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008 zijn van toepassing.
- 1. Het gebruiksrecht omvat, onverminderd het vijfde en zesde lid, het gebruik van 1/12e deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 191,584 MHz-193,120 MHz (allotment 7C-Z).
- 2. De vergunninghouder neemt de in het eerste lid bedoelde frequentieruimte in gebruik tussen 1 juni 2022 en 1 september 2022 en houdt deze in gebruik.
- 3. De vergunninghouder heeft binnen de in het tweede lid genoemde termijn niet langer dan vier aaneengesloten weken twee vergunde frequentieblokken tegelijkertijd in gebruik binnen allotment 7C-Z.
- 4. De vergunninghouder gebruikt de aan hem toegewezen frequentieruimte voor: a. het aanbieden van ten minste één programmakanaal bestaande uit radioprogramma’s, die worden uitgezonden in een kwaliteit die ten minste gelijk is aan 48 kb/s (stereo-uitzending), indien gebruik wordt gemaakt van AAC+, of, indien gebruik wordt gemaakt van een andere techniek, met een geluidskwaliteit die ten minste vergelijkbaar is met de kwaliteit die met stereo kan worden behaald door middel van de eerdergenoemde techniek., of
- b. het verhogen van de bitrate van het radioprogramma dat de vergunninghouder uitzendt op grond van een andere vergunning in hetzelfde frequentieblok en allotment conform diens vergunningvoorschriften met dien verstande dat ten hoogste 1/6e deel van de capaciteit van de frequentieruimte in het allotment waarop deze vergunning betrekking heeft wordt gebruikt voor het uitzenden van één programmakanaal.
- 5. Indien een andere vergunning voor het gebruik van een deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het in het eerste lid genoemde frequentiebereik niet is verleend dan wel is ingetrokken, is de vergunninghouder tot de dag van inwerkingtreding van het besluit waarmee die vergunning voor het eerst onderscheidenlijk opnieuw wordt verleend, gerechtigd 1/N-de deel van de capaciteit van die niet-verleende of ingetrokken vergunning te gebruiken.
- 6. De vergunninghouder is gerechtigd een deel van de capaciteit te laten gebruiken door een andere samenwerkende vergunninghouder, indien:
- a. beide vergunninghouders daarmee schriftelijk hebben ingestemd, en
- b. hij blijft voldoen aan de voorschriften en beperkingen in zijn vergunning.
- 7. De vergunninghouder die een schriftelijke instemming heeft gegeven als bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, zendt hiervan onmiddellijk een afschrift aan de minister.
- 1. De vergunninghouder gaat de samenwerkingsovereenkomst schriftelijk aan.
- 2. De vergunninghouder verstrekt een afschrift van de samenwerkingsovereenkomst en aanvullingen of wijzigingen daarvan onmiddellijk aan de minister.
- 3. De vergunninghouder sluit tezamen met de andere samenwerkende vergunninghouders een overeenkomst als bedoeld in artikel 10.15, tweede lid, onderdeel b, van de Telecommunicatiewet met een rechtspersoon die namens hen het elektronische communicatienetwerk zal aanleggen en in stand houden voor het gezamenlijk gebruik van de in artikel 2 genoemde frequentieruimte dan wel treedt toe tot een reeds bestaande overeenkomst, als voormeld.
- 4. In het belang van doelmatig gebruik van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik genoemd in artikel 2, eerste lid, wordt in de overeenkomst, bedoeld in het derde lid, bepaald dat het in gebreke blijven van een andere samenwerkende vergunninghouder jegens de rechtspersoon, bedoeld in het derde lid, niet tot gevolg heeft dat de aanleg van het elektronische communicatienetwerk als bedoeld in het derde lid en de uitzending van de radioprogramma’s, bedoeld in artikel 2, vierde lid, ten behoeve van de vergunninghouder wordt gestaakt, onderbroken of beperkt.
- 5. Indien na het tijdstip waarop de samenwerkingsovereenkomst in werking treedt een vergunning wordt verleend voor een deel van het gebruik van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik genoemd in artikel 2, eerste lid, zorgt de vergunninghouder ervoor dat die nieuwe vergunninghouder op non-discriminatoire voorwaarden partij kan worden bij de samenwerkingsovereenkomst.
- 6. De samenwerkingsovereenkomst dient binnen twaalf weken na verlening van de vergunning te worden afgesloten.
- 1. Het gebruik van de frequentieruimte vindt plaats met inachtneming van de technische beschrijving zoals deze in bijlagen I en II is opgenomen.
- 2. De vergunninghouder voldoet aan het spectrummasker 1 zoals opgenomen in bijlage I.
- 3. De vergunninghouder voldoet aan de protectieverhoudingen zoals opgenomen in bijlage I.
- 1. De vergunninghouder staakt of beperkt het gebruik van de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, voor zover dit leidt tot niet toegestane belemmeringen in het gebruik van in het MIFR door anderen geregistreerde frequentieruimte.
- 2. Bij het gebruik van de frequentieruimte heeft de vergunninghouder geen aanspraak op enigerlei vorm van bescherming van dat gebruik, indien verstoring van het gebruik plaatsvindt door het gebruik van in het MIFR geregistreerde frequentieruimte.
- 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, in het MIFR is geregistreerd door de samenwerkende vergunninghouders.
- 4. Teneinde registratie in het MIFR in gang te zetten, kunnen de samenwerkende vergunninghouders een notificatieverzoek daartoe indienen bij de minister.
- 5. Het notificatieverzoek geschiedt met gebruikmaking van het ‘Formulier kennisgeving ingebruikname en notificatie’, opgenomen op de USB-stick, onderdeel van bijlage II.
- 1. Vanaf 1 januari 2023 biedt de vergunninghouder de dienst, omschreven in artikel 2, aan met een geografische verzorging van 90% mobiele ontvangst en een demografische verzorging van 75% binnenontvangst.
- 2. De geografische verzorging zoals bedoeld in het eerste lid is voor mobiele ontvangst vastgesteld op een veldsterkte van 60 dBµV/m en de demografische verzorging voor binnenontvangst op een veldsterkte van 66 dBµV/m op 10 meter hoogte voor 50% van de tijd en plaats en bij een referentiefrequentie van 200 MHz. Indien een andere centrumfrequentie gebruikt wordt, wordt de voorgeschreven veldsterkte aangepast conform annex 3.5 van GE06.
- 3. Voor de ingebruiknameverplichting wordt onder geografische verzorging binnen een allotment verstaan de verzorging in het allotment inclusief binnenwater, exclusief buitenwater. Tot het buitenwater worden gerekend de Waddenzee, de Eems, de Dollard, de Noordzee, de Oosterschelde en de Westerschelde.
- 1. Indien op enige plaats binnenshuis door het gewenste signaal van de in het kader van deze vergunning gebruikte radioapparaten belemmeringen in de ontvangst van kabeltelevisie worden veroorzaakt draagt de natuurlijke persoon of rechtspersoon bedoeld in het vierde lid, dan wel indien deze verzaakt, de vergunninghouder, er op verzoek van degene die de belemmeringen ondervindt, zorg voor dat deze onmiddellijk op kosten van de samenwerkende vergunninghouders worden verholpen, voor zover ter plaatse:
- a. de hoogfrequentdichtheid van de gebruikte aansluitkabels en de daaraan bevestigde connectoren een waarde hebben van ten minste 70 dB, en
- b. het stoorsignaal als gevolg van het krachtens deze vergunning gebruiken van frequentieruimte hoger is dan 23 dBμV.
- 2. De in het eerste lid, onder b, genoemde waarde dient evenredig verhoogd te worden met de waarde van het signaalniveau op het abonnee-overnamepunt boven de vereiste minimumwaarde van 60 dBμV.
- 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid, is de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in het vierde lid, danwel de vergunninghouder niet gehouden televisie-ontvangapparaten en aanverwante apparatuur te vervangen die:
- a. niet geschikt zijn om een stoorspanning van 23 dBμV vermeerderd met de signaalspanning op het kabeltelevisienet bij het abonnee-overnamepunt te ontvangen, of
- b. een hoogfrequentdichtheid van minder dan 70 dB hebben.
- 4. De samenwerkende vergunninghouders wijzen één natuurlijke persoon of rechtspersoon aan die de belemmeringen en de kosten, bedoeld in het eerste lid, wegneemt respectievelijk vergoedt.
- 5. De vergunninghouder is verplicht 1/Ne deel van de kosten, bedoeld in het eerste lid, te vergoeden.
- 1. De vergunninghouder veroorzaakt:
- a. geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radioapparaten in andere radioapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen, en
- b. in het frequentiegebied van 100 kHz tot en met 2,5 GHz in ziekenhuizen, alsmede op de percelen waar deze ziekenhuizen staan, geen piekwaarde van de elektrische veldsterkte die gelijk is aan of hoger is dan 5,4 volt per meter.
- 2. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien een vergunninghouder op of in een ziekenhuis of het perceel waarop dat ziekenhuis staat een radioapparaat heeft geplaatst met schriftelijke instemming van dat ziekenhuis.
- 3. Artikel 7, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
- 1. De vergunninghouder stelt de minister van elke wijziging in het gebruik van de frequentieruimte uiterlijk vier weken voorafgaand aan de wijziging schriftelijk in kennis.
- 2. De vergunninghouder overlegt de technische gegevens in elektronische vorm conform het format zoals opgenomen op de USB-stick, onderdeel van bijlage II.
- 1. Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.
- 2. De verplichting, bedoeld in artikelen 3, tweede lid, en 9, geldt niet voor zover een gemachtigde namens een andere vergunninghouder de verplichte kennisgeving of mededeling doet.