Bijlage 5 Besluit verlengbaarheid vergunningen landelijke commerciële radio FM-band 2021

Besluit verlengbaarheid vergunningen landelijke commerciële radio FM-band 2021

Met de onderhavige vergunning worden de frequentiegebruiksrechten geregeld voor digitale radio-omroep. De in de vergunning opgenomen frequentie-indeling volgt uit internationale afspraken gemaakt tijdens de internationale conferentie in Genève in 2006 (GE06) en bilaterale afspraken tussen lidstaten, die als doel hebben om de inzetbaarheid en beschikbaarheid van de frequentieruimte voor digitale omroep in Nederland zo goed mogelijk passend te maken. Van alle geldende afspraken zijn overzichten met voorwaarden en beperkingen samengesteld, die u in de bijlagen aantreft. De frequentieruimte bestaat uit een enkel frequentieblok dat in drie vast omlijnde geografische gebieden in Nederland inzetbaar is (allotments HOL2201H, HOL2202H, HOL2203H). De frequentieruimte bedoeld in de vergunning bevindt zich in Band III binnen het frequentiebereik 219,584-221,120 MHz (frequentieblok 11C). Allotment 11C is een samenstel van de hierboven genoemde allotments met frequentieblok 11C. Aan het gebruik van frequentieruimte is een aantal voorschriften en beperkingen verbonden. Het frequentiegebruik is gebonden aan een spectrummasker. Een spectrummasker is ingesteld om doelmatig ethergebruik te bevorderen en te faciliteren dat aan de technologie verder geen bijzondere eisen worden gesteld. Door toepassing van een spectrummasker wordt eventuele storing op naastliggende frequentieblokken van andere vergunninghouders (zogenoemde nabuurkanaalinterferentie) beperkt. Onderzoeksresultaten tonen aan dat nabuurkanaalinterferentie hinderlijke storing veroorzaakt indien op de ontvangstlocatie het vermogensverschil tussen de ontvangstsignalen van de twee (T-DAB) netwerken tussen de eerste nabuurkanalen met meer dan 23 dB wordt overschreden. De vergunninghouder behoort zijn netwerken uit te rollen volgens het principe van good engineering practice. Daarmee kan reeds veel storing worden voorkomen. De houder van een vergunning voor digitale radio-omroep mag, binnen de grenzen van de vergunning, zelf bepa