Bijlage XVb Or: behorende bij artikel 4.14aa van deze regeling (onderzoek naar maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)
Op grond van artikel 5.15b van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 4.14aa, eerste lid, van de Omgevingsregeling moeten door degene die de milieubelastende activiteit verricht verschillende gegevens en bescheiden te worden verstrekt en moet het aanleveren overeenkomstig deze bijlage geschieden. In deze bijlage worden de gegevens en bescheiden zoals opgenomen in artikel 5.15b van het Besluit activiteiten leefomgeving en de benodigde onderbouwing hiervan verder uitgewerkt. Er wordt daarbij specifiek ingegaan op de volgende onderdelen: Dit leidt tot een uitvoeringsplan met daarin een overzicht van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik die nog niet zijn getroffen, maar wel zullen worden getroffen en het moment waarop die maatregelen zullen worden getroffen. Het onderzoek, bedoeld in artikel 5.15b van het Besluit activiteiten leefomgeving moet zijn gericht op activiteit- en procesgebonden maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik en dus nadrukkelijk niet op maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik die zien op een gebouw of een deel van een gebouw (hierna: gebouwgebonden maatregelen) als bedoeld in artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Wanneer de maatregelen gekoppeld aan de activiteiten en processen effect hebben op gebouwgebonden maatregelen, moeten deze wel worden betrokken in het onderzoek. Op grond van artikel 4.14aa, tweede en derde lid, van de Omgevingsregeling kan aan verschillende van de in deze bijlage opgenomen onderdelen invulling worden gegeven door het toepassen van een energie- of milieubeheersysteem of een keurmerk. De eisen waaraan een energiebeheersysteem of milieubeheersysteem moet voldoen, zijn opgenomen in artikel 4.14aa, tweede lid, van de Omgevingsregeling. De keurmerken, bedoeld in artikel 4.14aa, derde lid, van de Omgevingsregeling zijn: Tabel 1 Keurmerk Naam Bijzonderheden 1. CO2 & Energie RI&E Creatieve Industrie niveau 3 2. CO2 & Energie RI&E Creatieve Industrie niveau 4 3. CO2-P
- • een beschrijving van de locatie en activiteit;
- • het energiegebruik van de milieubelastende activiteit;
- • een overzicht van de getroffen maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik;
- • een onderbouwing van het onderzoek naar de maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik bestaande uit:
- o een analyse van het energiegebruik, waaronder een energiebalans en een opgave van de onbenutte warmtestromen;
- o een analyse van de productieapparatuur en installaties, waaronder een scan van de technische isolatie, een analyse van de aandrijfsystemen en een analyse van de op de basislijst opgenomen maatregelen (paragraaf 6.5 van deze bijlage);
- o een inventarisatie van kosteneffectieve maatregelen; en
- o een beschrijving van de structurele energiezorg.
- • 2. Beschrijving locatie en activiteiten;
- • 5.1 (beschrijving van energie- en procesmonitoring);
- • 5.2 (weergave energiegebruik inclusief energiebalans);
- • 5.4 (analyse en conclusie energie- en warmtegebruik); en
- • 6.1 (beschrijving en analyse van het proces, productieapparatuur en -installaties).
- • het onderdeel van de milieubelastende activiteit waar de maatregel is getroffen;
- • een omschrijving van de getroffen maatregel en de toegepaste techniek;
- • het jaar waarin de maatregel is getroffen;
- • de benodigde kosteninvestering als gevolg van het treffen van de maatregel; en
- • de gerealiseerde jaarlijkse energiebesparing (in kWh elektriciteit, m3 aardgas, GJ warmte of in andere termen wanneer sprake is van andere energiedragers) en CO2-reductie (in tonnen vermeden CO2-emissie) ten opzichte van het referentiegebruik inclusief een onderbouwing hiervan.
- • Een bestaand proces is geoptimaliseerd (bijvoorbeeld het toepassen van bewegingssensoren): de referentie is het historisch gemiddelde energiegebruik van het proces per jaar (in GJ).
- • Een bestaande installatie of een bestaand apparaat is voor het einde van de levensduur vervangen: de referentie is het historisch gemiddelde energiegebruik van de vervangen installatie of het vervangen apparaat per jaar (in GJ).
- • Een bestaande installatie of een bestaand apparaat is aan het einde van de levensduur vervangen: de referentie is het gemiddelde energiegebruik per jaar (in GJ) van installaties of apparaten die op het moment van vervanging gangbaar waren op de markt of aan de minimale energieprestatie-eisen voldeden (bijvoorbeeld volgens richtlijn 2009/125/EG van het Europees parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (hierna: ecodesign-richtlijn22Richtlijn 2009/125/EG van het Europees parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (PbEU 2009, L 285).).
- • Nieuwbouw of uitbreiding van een bestaand proces: de referentie is het gemiddelde energiegebruik per jaar (in GJ) van installaties of apparaten die op het moment van nieuwbouw of uitbreiding van een bestaand proces gangbaar waren op de markt of aan de minimale energieprestatie-eisen voldeden (bijvoorbeeld volgens de ecodesign-richtlijn).
- • een beschrijving van de van toepassing zijnde energie- en procesmonitoring (ten behoeve van energie-efficiëntieverbetering);
- • een weergave van het energiegebruik inclusief energiebalans;
- • een opgave van onbenutte warmtestromen; en
- • een analyse en bijbehorende conclusie over het energie- en warmtegebruik.
- • de energiebalans geeft op schematische wijze een overzicht (in matrixvorm) van alle energiestromen (en de grootte ervan) die de milieubelastende activiteit in- en uitgaan en die zij zelf produceert of transformeert;
- • de verdeling van de belangrijkste energiestromen is voldoende representatief naar functie of cluster van functies en alle omzettingen in eventuele andere energiedragers is zichtbaar. Het energiegebruik wordt hierbij uitgesplitst naar alle unieke en onderscheidende processtappen;
- ○ links in het schema staan de ingaande energiestromen (inkoop, eventuele eigen productie) in het kalenderjaar, bedoeld in onderdeel 2 van deze bijlage, als totaalwaarden in kWh, m3, GJ of in andere termen wanneer sprake is van andere energiedragers;
- ○ rechts in het schema staan alle uitgaande stromen van energiedragers;
- ○ in het midden staat de verdeling van de energiestromen naar functies (proces en utiliteit) en de omzetting naar andere energiedragers (bijvoorbeeld warmte) uitgedrukt in de bijbehorende eenheden;
- • een restpost van ten hoogste 10% onder de noemer ‘overig energiegebruik’ is acceptabel. Met de term overig energiegebruik wordt aangegeven dat het energiegebruik niet aan een bepaalde functie is toe te schrijven;
- • energiestromen kleiner dan 5% hoeven niet in de energiebalans te worden weergegeven;
- • voor warmtestromen worden de temperatuur, jaarlijkse hoeveelheid, medium (bijvoorbeeld rookgassen, water of condenserende stoom) en aanwezigheid (bijvoorbeeld continue of seizoensgebonden stromen) benoemd;
- • wanneer van toepassing, worden in dit schema ook eigen energieproductie (dit kan hernieuwbare energie betreffen), eventuele doorlevering aan derden en emissies opgenomen.
- • een opgave van onbenutte warmtestromen met het temperatuurniveau die de warmte heeft als die vrijkomt (dus niet de temperatuur waarop de warmte wordt geloosd). Hierbij wordt uitgegaan van de gemiddelde temperatuur tijdens productie-uren (op het moment dat de warmte vrijkomt) met een opgave van de gebruikte onnauwkeurigheidsmarges;
- • de jaarlijks vrijkomende hoeveelheid warmte;
- • het warmtedragend medium (bijvoorbeeld rookgassen, water, of condenserende stoom);
- • een beschrijving van de plek binnen de milieubelastende activiteit waar de warmte vrijkomt; en
- • een beschrijving van de beschikbaarheid van de warmtestroom (continu, seizoensgebonden, fluctuerend), uitgaande van een representatief productiejaar.
- • een beschrijving en analyse van het proces, de productieapparatuur en -installaties, het transport binnen de begrenzing van de locatie waarop de milieubelastende activiteit wordt verricht en overige aan het proces gerelateerde faciliteiten;
- • een verduidelijking van de van toepassing zijnde best beschikbare techniek (BBT)-conclusies uit de BREF’s23BAT reference documents. Energie Efficiëntie en de verticale BREF’s;
- • een scan van de technische isolatie;
- • een analyse naar de elektrische aandrijfsystemen; en
- • een analyse naar de maatregelen uit de basislijst.
- • leeftijd en efficiëntie van apparatuur en installaties;
- • nullast-verliezen;
- • regeltechniek; en
- • aanwezige energie- en procesmonitoringsystemen.
- • warmte-installaties en het bijbehorende leidingwerk;
- • koude-installaties en het bijbehorende leidingwerk; en
- • opslagtanks en het bijbehorende leidingwerk.
- • een inventarisatie van installaties en leidingen die voor isolatie in aanmerking komen; en
- • een specificatie van besparingsmaatregelen.
- • bij warmte-isolatie op basis van het ten hoogste toegestane warmteverlies per vierkante meter oppervlakte, per meter leidingwerk en/of per appendage;
- • bij koude-isolatie op basis van de minimale besparing op het energiegebruik van koel- of vriesinstallaties per vierkante meter oppervlakte, per meter leidingwerk en/of per appendage.
- • ongeïsoleerde apparaten, opslagtanks, appendages en leidingwerk;
- • beschadigde of verwijderde isolatie en bekleding die moet worden hersteld;
- • isolatie die gebreken vertoont (bijvoorbeeld verminderde isolatiewaarde, ijsvorming, condensvorming);
- • oude isolatie die is gebaseerd op berekeningen die niet meer actueel zijn; en
- • nieuwe installaties en nieuw leidingwerk.
- • dat alle installaties en leidingwerk waarvoor isolatie relevant is, in kaart zijn gebracht (zie onderdeel 6.3, onder a, van deze bijlage);
- • welke eisen worden gesteld aan het ontwerp van isolatiesystemen;
- • welke eisen worden gesteld aan het in goede staat brengen en houden van isolatie. Onderdeel hiervan is de frequentie waarmee de isolatiesystemen worden geïnspecteerd;
- • dat de inspecties worden verricht door personen (medewerkers, adviseurs) die daartoe een opleiding hebben gekregen en waarvan is geborgd dat zij hun kennis onderhouden;
- • hoe wordt omgegaan met geconstateerde afwijkingen bij de aangebrachte isolatie;
- ○ hoe afwijkingen worden vastgelegd en binnen welke termijn afwijkingen worden beoordeeld op tekortkomingen, hoe maatregelen worden ingepland en hoe de geconstateerde tekortkomingen worden verholpen;
- ○ dat wordt gecontroleerd of de geconstateerde tekortkomingen zijn verholpen en of ze het gewenste effect hebben gehad;
- • dat maatregelen die zich op een zelfstandig moment binnen vijf jaar of minder terugverdienen, worden getroffen; en
- • hoe het beleid wordt geëvalueerd en hoe het beleid is gericht op continue verbetering van de isolatie.
- • een inventarisatie van de aandrijfsystemen; en
- • een specificatie van besparingsmaatregelen voor aandrijvingen en aandrijfsystemen.
- • nominaal vermogen van de elektromotor (in kW);
- • nominale spanning (Volt) (wissel- of gelijkstroom);
- • leeftijd/bouwjaar;
- • IE-klasse;
- • aantal bedrijfsuren per jaar;
- • aangedreven apparaat: pomp, ventilator, machine (menger, pers, maler, etc.), persluchtcompressor, procescompressor, koelcompressor;
- • type regeling: aan/uit (direct online), softstarter, toerentalregeling, anders;
- • aanwezigheid van klepregeling(en) (smoring) en type gebruik/regelstand: vaste instelling of variabel (%-smoring); en
- • type belasting:
- ○ constante belasting (met 0 – 100%); of
- ○ variabel: belastingvariatie in de tijd, bijvoorbeeld <50%, 75% of 100% gedurende bedrijfstijd.
- • periodiek de gegevens van de belangrijkste energiegebruikende elektrische aandrijfsystemen worden geactualiseerd (zie onderdeel 6.4, onder a, van deze bijlage);
- • periodiek de mogelijkheden om de efficiëntie en het energiegebruik van de aandrijfsystemen te verbeteren worden onderzocht en gerapporteerd, waarbij in ieder geval worden beschouwd (zie onderdeel 6.4, onder b, van deze bijlage):
- ○ vervanging van motor en/of applicatie na het einde van de economische levensduur voor hoog-efficiënte exemplaren;
- ○ een correcte regeling van de systemen zodat onnodig in gebruik zijnde motoren, pompen, ventilatoren, compressoren en machines worden uitgeschakeld en onnodige bypasses worden verwijderd;
- ○ vermogen, frequentie, debiet en regeling adequaat worden afgesteld op de vraag; en
- ○ aanpassingen aan systemen met meervoudige pompen, ventilatoren en compressoren door een betere regeling en/of systeemaanpassingen voor een optimaal energiegebruik;
- • er een onderhouds- en vervangingsstrategie is, waarin is opgenomen:
- ○ wat het vervangingsbeleid is op een natuurlijk moment (dat wil zeggen een gepland of ongepland investeringsmoment);
- ○ hoe het natuurlijk moment is gedefinieerd met betrekking tot het einde van de economische levensduur/afschrijving;
- ○ hoe het aspect systeemoptimalisatie wordt geborgd; en
- ○ dat maatregelen die zich op een zelfstandig moment binnen vijf jaar of minder terugverdienen, worden getroffen.
- • een beschrijving van het doelmatig beheer en een onderhoudsprogramma met betrekking tot:
- o condenspotten;
- o luchtkoelers;
- o persluchtsystemen; en
- o leidingsystemen en luchtkanalen (warmtewisselaars, regelkleppen, leidingen); en
- • een lijst met specifieke maatregelen zoals hieronder opgenomen.
- • Gebruik een economiser om warmte uit rookgassen van de stoomketel nuttig in te zetten.
- • Zuig warme lucht aan uit het bovendeel van het ketelhuis voor de brander van de stoomketel.
- • Gebruik een rookgascondensor om warmte uit rookgassen van de stoomketel nuttig in te zetten.
- • Pas een reverse osmose (RO)-installatie toe om de ketelwaterkwaliteit te verbeteren.
- • Pas mechanische dampcompressie toe om stoom te produceren uit lagedruk stoom.
- • Pas een warmtepomp toe voor de verwarming van een procesbad.
- • Dek warme procesbaden af om het warmteverlies te beperken.
- • Pas modulerende branders toe bij doorloop gloeiovens.
- • Pas vermogensregeling toe op de ventilatietoevoer van de moffeloven.
- • Gebruik een warmtepomp om restwarmte uit een koeltoren terug te winnen.
- • Pas een drycooler toe voor de koeling van procesapparatuur.
- • Gebruik restwarmte van de condensors van de koelinstallatie.
- • Pas een condensordrukregeling op buitenluchttemperatuur toe op de koelinstallatie.
- • Gebruik een twincoil warmtewisselaar om warmte in drooglucht te benutten.
- • Gebruik een kruisstroom warmtewisselaar om warmte in drooglucht te benutten.
- • Vervang bij de groeibelichting SON-T armaturen door LED-armaturen.
- • Breng in de kas een transparant horizontaal scherm aan als tweede scherm.
- • Pas actieve ontvochtiging toe, bijvoorbeeld door middel van een warmtepomp.
- • Vervang circulatieventilatoren van klasse IE2 of lager door gelijkstroom circulatieventilatoren.
- • Pas meerdere schakelgroepen toe bij de groeibelichting in de kas.
- • Pas een set van meerdere en specifieke sensoren toe in een kasafdeling voor een betere beheersing van het binnenklimaat.
- • Pas een frequentieregeling toe op elektrische aandrijfsystemen in de kas, zoals bij pompen, ventilatoren en transportbanden.
- • het onderdeel waar de maatregel wordt of zou moeten worden getroffen;
- • een onderbouwing van de geraamde kosten;
- • de verwachte energiebesparing (in kWh elektriciteit, m3 aardgas, GJ warmte of andere termen wanneer sprake is van andere energiedragers) en CO2-reductie (ton CO2) inclusief een onderbouwing;
- • de (geraamde) terugverdientijd, waarbij wordt aangegeven met welke energieprijzen is gerekend; en
- • eventuele belemmeringen voor het treffen van de kosteneffectieve maatregel (wanneer van toepassing).
- 1 Is een medewerker aangesteld om energiezorg te implementeren, een energieteam samen te stellen, te rapporteren aan de eindverantwoordelijke voor het verrichten van de milieubelastende activiteit en het bewustzijn van het energiebeleid te bevorderen?
- 2 Is de Beleidsverklaring, waarin wordt gestreefd naar continue verbetering, vastgesteld en geïmplementeerd door het hoogste leidinggevende (operationele) niveau?
- 3 Is vastgelegd (schriftelijk of elektronisch) voor welke gebouwen en/of processen energiezorg van toepassing is?
- 4 Zijn de energiegebruiken bekend en beschikbaar?
- 5 Heeft degene die de milieubelastende activiteit verricht op basis van de energiegebruiken de belangrijke energieaspecten bepaald en wordt dit actueel gehouden?
- 6 Is er een uitvoeringsplan om de energieprestatie te verbeteren en is dit in overeenstemming met het beleid?
- 7 Zijn taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden vastgesteld voor medewerkers betrokken bij energiezorg (bijvoorbeeld energieaspecten, energiegebruik, doelstellingen en corrigerende maatregelen)?
- 8 Is de noodzakelijke kennis en informatie op het gebied van efficiënt energiegebruik bekend en zijn de medewerkers die het energiegebruik kunnen beïnvloeden geïnstrueerd en/of opgeleid voor de taken onder 7?
- 9 Wordt intern regelmatig over de energieprestatie en energiezorg gesproken op uitvoerend en directieniveau en is afgesproken hoe en aan wie de energieprestaties worden bekendgemaakt?
- 10 Worden afdoende financiële middelen ter beschikking gesteld voor het beheersen en verbeteren van de energieprestatie (gebruik en efficiëntie)?
- 11 Is afgesproken dat het energiegebruik van de activiteiten wordt beheerst? Wordt dit gedaan door monitoringinformatie te gebruiken en bij de inkoop en het ontwerp van goederen en diensten te kijken naar de consequentie voor het energiegebruik, waarbij ontwerpresultaten worden geregistreerd?
- 12 Wordt bij afwijking van het energiegebruik de oorzaak onderzocht en worden maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen?
- 13 Wordt ten minste eenmaal per jaar een interne beoordeling van het energiezorgsysteem uitgevoerd en wordt over de werking gerapporteerd aan eindverantwoordelijke voor het verrichten van de milieubelastende activiteit als input voor een managementreview?
- 14 Wordt de werking van het energiezorgsysteem ten minste eenmaal per jaar door de eindverantwoordelijke voor het verrichten van de milieubelastende activiteit beoordeeld (Beleidsverklaring) en worden de resultaten hiervan gedocumenteerd?
- • het jaar waarin de maatregelen zullen worden getroffen;
- • een beschrijving van een mogelijke belemmering en de actie die wordt verricht om deze belemmering weg te nemen; en
- • een beschrijving van het natuurlijk moment, als een maatregel zich pas dan binnen vijf jaar terugverdient (wanneer van toepassing).