Bijlage VIb Or: bij artikel 4.12h van deze regeling (rustgewassen)
Omgevingsregeling (Or)
- – Afrikaantjes (tagetes)
- – Beemdlangbloem
- – Blauwmaanzaad
- – Bloemmengsel (randen)
- – Boekweit
- – Bruine bonen
- – Korte (groente)teelten, vroeg geoogste gewassen of in voorkomend geval een combinatie van beide, gevolgd door een voor 1 september en na de oogst van de vorige teelt ingezaaid onbemest vanggewas (gewas overeenkomstig tabel 6 van bijlage A bij de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet) waarbij het vanggewas niet voor 1 februari wordt vernietigd
- – Dahlia
- – Droge erwten
- – Engels raaigras
- – Festulolium
- – Gerst, winter-
- – Gerst, zomer-
- – Granen, overige
- – Gras-klaver
- – Grasland, blijvend
- – Grasland, natuurlijk
- – Grasland, tijdelijk
- – Graszaad
- – Graszoden
- – Haver
- – Italiaans raaigras
- – Karwijzaad
- – Klaver, rode
- – Klaver, witte
- – Kolen
- – Koolzaad
- – Koolzaad, winter- (inclusief boterzaad)
- – Koolzaad, zomer- (inclusief boterzaad)
- – Kruiden, zaadgewassen
- – Lelie (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Lijnzaad, niet van vezelvlas (olievlas)
- – Lupinen, niet bittere
- – Luzerne
- – Miscanthus (olifantsgras)
- – Narcis (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Peterselie, productie-
- – Pioen (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Quinoa
- – Raapzaad
- – Raketblad (Solanum sisymbriifolium)
- – Rietzwenkgras, anders dan voor industriegras
- – Rietzwenkgras, industriegras
- – Rode kool
- – Witte kool
- – Rogge, met uitzondering van snijrogge
- – Roodzwenkgras
- – Rustgewasmengsel, waarbij het mengsel voor ten minste twee derde bestaat uit een of meer rustgewassen uit deze bijlage
- – Snijrogge
- – Soedangras/sorghum
- – Soja
- – Spelt
- – Spruitkool
- – Tarwe, winter-
- – Tarwe, zomer-
- – Teelten voor zaaizaad en vermeerdering
- – Timothee
- – Triticale
- – Tuinbonen
- – Veldbeemdgras
- – Veldbonen
- – Vezelhennep
- – Vezelvlas
- – Vogelakkers
- – Westerwolds raaigras
- – Zonnekroon
- – De volgende vaste planten en boomgewassen die uiterlijk in het kalenderjaar 2025 zijn geplant als hoofdteelt:
- – Bos- en haagplanten (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Buxus (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Ericaceae (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Laanbomen en parkbomen, onderstammen (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Rozenstruiken inclusief zaailingen en onderstammen (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Sierconiferen (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Sierheesters en klimplanten (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Snijgroen (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Trek- en besheesters (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Vaste planten (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Vruchtbomen, moerbomen (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Vruchtbomen, onderstammen (eerste jaar van meerjarige teelt)
- – Vruchtbomen, overig (eerste jaar van meerjarige teelt)