Bijlage IVe Or: bij de artikelen 3.8, eerste lid, onder a, 3.9, eerste lid, aanhef en onder a en b, 3.11, onder a en b, 3.14, eerste lid, onder a, en vierde lid, 3.18, onder a en b en 12.71d, tweede lid, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid wegen)

Omgevingsregeling (Or)

Deze meet- en rekenmethode is bedoeld voor het bepalen van het geluid door wegen. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de volgende categorieën motorvoertuigen onderscheiden: Als gebruik wordt gemaakt van automatische telapparatuur met een andere dan de hierboven genoemde categorie-indeling, zijn deze tellingen toepasbaar als van deze automatische telapparatuur is aangetoond dat het berekende, op tienden van decibellen afgeronde equivalente geluidniveau niet meer dan 0,5 dB afwijkt bij voor de betreffende wegtype representatieve verkeerssamenstelling. Het equivalente geluidniveau in dB(A), het LAeq, wordt berekend volgens de formule: (2.1) waarbij Leq,i,j,n,m de bijdrage is aan het LAeq in één octaaf (index i), van één sector (index j), van één bronpunt (index n) en van één voertuigcategorie (index m). Leq,i,j,n,m wordt berekend volgens de formule: Leq,i,j,n,m = LE + ΔLOP + ΔLGU - ΔLL - ΔLB - CM - ΔLSW - ΔLR - 58,6 (2.2) met: LE: het geluidemissiegetal § 2.4 ΔLOP: de optrektoeslag1 § 2.5 ΔLGU: de geometrische uitbreidingsterm § 2.6 ΔLL: de luchtdemping § 2.7 ΔLB: de bodemdemping § 2.8 CM: de meteocorrectieterm van de te beschouwen periode (CM=Cd voor de dagperiode, CM=Cenvoor de avond- en nachtperiode): § 2.9 ΔLSW: de schermwerking12 § 2.10 ΔLR: de niveaureductie ten gevolge van reflecties13 § 2.11 1 Als dat van toepassing is. 2 Als dat van toepassing is. 3 Als dat van toepassing is. Er wordt gesommeerd over de octaafbanden met indices i = 1 tot en met i = 8 en middenfrequenties respectievelijk 63, 125, 250, 500, 1.000, 2.000, 4.000 en 8.000 Hz. De sectorindeling is zo dat de geometrie en de verkeerssituatie in een sector goed worden beschreven met de geometrie en de verkeerssituatie in het sectorvlak. Hierbij wordt uitgegaan van een vaste openingshoek. Deze openingshoek is 2°. De hoeken van de sectorvlakken worden bepaald door de even hoeken in een windroos (0°, 2°, 4°, etcetera). Bij bronnen met een afmeting kleiner dan