Art. 5.67 Or, (technische eisen aan de glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur)

Omgevingsregeling (Or)

1. De glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur, bedoeld in artikel 4.245, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving:

a. beschikt over een invoerpunt dat voldoet aan NEN 2768 voor glasvezelbekabeling voor de aansluiting op een openbaar elektronischecommunicatienetwerk;

b. beschikt over een mantelbuis voor de invoer voor glasvezelbekabeling met een buitendiameter van ten minste 50 mm tussen het invoerpunt en het toegangspunt;

c. beschikt over een wandcontactdoos met een elektrische spanning van 230 volt dat is gelegen in de toegankelijke niet-gemeenschappelijke ruimte, bedoeld in artikel 4.245, vijfde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

d. biedt bescherming tegen mechanische belasting en klimatologische blootstelling; en

e. is toegankelijk voor onderhoud en het aanbrengen van extra binnenhuisglasvezelbekabeling.

2. De glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur van een woongebouw beschikt ook over:

a. een aaneengesloten ruimte met een binnendiameter van ten minste 40 mm tussen het toegangspunt en een ruimte met een netwerkaansluitpunt; en

b. een netwerkaansluitpunt dat:

1°. connectoren heeft die voldoen aan NEN-EN 50173-1;

2°. voldoende bescherming biedt tegen stof, laserstraling en fysieke belasting; en

3°. een robuust ontwerp heeft dat voorkomt dat kabels of connectoren knikken of beschadigen.