Art. 3.8 Regeling Cultuureducatie, Voorwaarden en beperkingen

Regeling Cultuureducatie

Naast de in artikel 1.4 genoemde voorwaarden en beperkingen geldt ook voor hoofdstuk 3 dat:

a. de subsidieaanvraag alleen is bestemd voor een nieuw samenwerkingsverband tussen een of meerdere opleidingen van een mbo-instelling en een lokale culturele instelling, bestaande samenwerkingen komen niet in aanmerking voor subsidie;

b. voor aanvragers die gevestigd zijn in het Europees deel van Nederland de subsidie maximaal 80% bedraagt van de totale kosten van het project; voor aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk is dat 90%;

c. de overige financiering van de projectkosten gedekt kan worden door gekapitaliseerde uren van de culturele minstelling dan wel de mbo- instelling; en

d. de post onvoorzien op de begroting maximaal 5% bedraagt van de totale kosten van het project