Art. 2.15 Regeling Cultuureducatie, Voorwaarden en beperkingen

Regeling Cultuureducatie

Naast de in artikel 1.4 genoemde voorwaarden en beperkingen geldt voor fase 2:

a. per aanvrager worden maximaal twee aanvragen gehonoreerd;

b. voor een aanvrager die gevestigd is in het Europees deel van Nederland bedraagt de subsidie maximaal 80% van de totale kosten van het project; voor een aanvrager die gevestigd is in het Caribisch deel van het Koninkrijk geldt een percentage van maximaal 90%;

c. de onderwijsinstelling draagt bij aan de benodigde financiële middelen voor het project, waarbij deze bijdrage niet alleen uit gekapitaliseerde uren mag bestaan;

d. maximaal 5% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan onvoorziene kosten;

e. voor een aanvrager die gevestigd is in het Europees deel van Nederland geldt dat maximaal 5% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan vervoer van leerlingen; voor aanvragers die gevestigd zijn het Caribisch deel van het Koninkrijk geldt een percentage van maximaal 15%;

f. maximaal 10% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan materiaalkosten; en

g. maximaal 25% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan buitenschoolse cultuureducatieve activiteiten.