Bijlage 2 Regeling verantwoording bbaz 2020 compartimenten 1 en 2: formulier huisspecifieke verantwoording O&I en TRF 2020 beschikbaarheidbijdrage academische zorg
Regeling verantwoording bbaz 2020 compartimenten 1 en 2
Datum 08-06-2021 Formulier financiele verantwoording O&I en TRF 2020 60 Bijlage 1 (t.b.v. controle accountant): toelichting financiële verantwoording O&I 62 1. Inleiding 62 2. Algemene uitgangspunten/toelichting gevolgde werkwijze/aansluiting jaarrekening 63 3. Beslisboom 64 3.1. Schematische weergave beslisboom 64 3.2. Berekening sleutels 65 4. Kostencategorieen 66 5. Tabel kosten per kostencategorie 67 Bijlage 2 (t.b.v. controle accountant) Toelichting financiele verantwoording O&I per categorie 68 1. Categorie 1 Innovatie gekoppeld aan innovatiekalender VWS 68 1.1 Strategische innovatieprogramma's en initiatieven 68 1.1.a Zorginnovatie programma’s / ontwikkeling speerpunten 68 1.1.b Stimuleringsmaatregelen ten behoeve van onderzoek 68 1.1.c Aantrekken toptalent 69 1.1.d Klinische fellowships 69 1.2 Eigen bijdrage aan innovatief onderzoek 69 1.2.a Bruidschatten bedoeld voor innovatief onderzoek 69 1.2.b Matching overige geldstroomonderzoeksprojecten 70 1.3 niet gedekte kosten projecten Citrienfonds 70 2. Categorie 2 Investeringen ten behoeve van innovatieve apparatuur en fysici 70 2.1. Investeringen in high end apparatuur 70 2.2. Ontwikkeling van (innovatieve) nieuwe apparatuur 71 3. Categorie 3 (Nog) niet vergoede zorg 71 3.1. Niet vergoede zorg 71 3.2. Off label dure geneesmiddelen 71 4. Categorie 4. Klinische research en randvoorwaardelijke voorzieningen 72 4.1.a Klinisch onderzoek in de 1e geldstroom 72 4.1.b Kosten van trialbureau's 72 4.2. Randvoorwaardelijke voorzieningen 72 4.2.a METC 72 4.2.b DEC 73 4.2.c BROK 73 4.2.d. Onderzoeks labs/core facilities 73 4.2.e Statistische epidemiologie/ medische (bio)statistiek 73 4.3. Proefdierfaciliteit 74 5. Categorie 5 Beschikbaarheid kennis en voorzieningen bij rampen, infecties en epidemieën 74 6. Categorie 6 Kennisdeling en consultatie 74 6.1. Technologie transfer offices, valorisatie 74 6.2. Consultatie in de regio 75 6.3 Kennisdeling/organiseren congressen 75 7. Categorie 7 Ontwikkeling kwaliteitsbeleid, richtli
- • Om daarmee rekening te houden kunnen de 'netto kosten' (in het geval wanneer de verantwoording is opgenomen in het kostprijzenmodel met behulp van een kerntakenmatrix) toegerekend te worden aan patiëntenzorg, onderzoek, onderwijs of O&I
- • Bij het bepalen van het aandeel O&I wordt de in paragraaf 3.1 opgenomen beslisboom gevolgd
- • In de detailinstructie wordt per onderwerp het percentage O&I benoemd wat is bepaald op basis van de beslisboom.
- 1. Kosten van niet vergoede zorg
- 2. Kosten van ebolabehandeling
- 3. Kosten van consultatie en bijdrage aan richtlijnontwikkeling door medisch specialisten
- 4. Kosten van kwaliteitsbeleid/ontwikkeling (inter)nationale richtlijnen
- 5. Kosten van researchbeleid/ontwikkelen (inter)nationale richtlijnen
- i. Innovatie gekoppeld aan innovatiekalender VWS
- ii. Investeringen ten behoeve van innovatieve apparatuur en fysici
- iii. (Nog) niet vergoede zorg
- iv. Klinische research en randvoorwaardelijke voorzieningen
- v. Beschikbaarheid kennis en voorzieningen bij rampen, infecties en epidemieën
- vi. Kennisdeling en consultatie
- vii. Ontwikkeling kwaliteitsbeleid, richtlijnen en normeringen
- viii. Databank-functie en big data-ontwikkeling
- ix. Overkoepelende kosten
- – Strategische innovatieprogramma's en initiatieven (waaronder ook begrepen de ontwikkeling van speerpunten, stimuleringsmaatregelen t.b.v. onderzoek en de werving, ontwikkeling en behoud van toptalent).
- – Eigen bijdrage aan innovatief onderzoek, bijvoorbeeld door infrastructuur en personeel (innovatie-lab) of geld (matching) beschikbaar te stellen voor cohortstudies en ander onderzoeksprojecten die niet volledig extern gefinancierd worden.
- – Overig: niet gedekte kosten projecten Citrienfonds
- – Investeringen in high end apparatuur, equipment en IT, waarvan de specificaties uitsteken boven dat wat in algemene ziekenhuizen doorgaans nodig is. Niet alleen de hogere afschrijvingskosten van deze apparatuur, maar ook de extra kosten van beheer, onderhoud en andere ondersteuning door experts dient meegenomen te worden. Te denken valt onder meer aan imaging-apparatuur, robotica (Da Vinci), Cycloton, laboratoria. Indien dergelijke apparatuur aan de regio ter beschikking wordt gesteld zonder passende vergoeding, is dit ook relevant.
- – De ontwikkeling van (innovatieve) nieuwe apparatuur en equipment voor medische en onderzoeks-toepassingen.
- – Niet vergoede zorg (forfaitaire post)
- – Off-label dure geneesmiddelen
- – (Klinisch) onderzoek in de 1e geldstroom, zoals trials en trialbureau’s
- – Randvoorwaardelijke voorzieningen, zowel van materiële als personele aard, die innovaties en klinisch onderzoek ten goede komen. Te denken valt onder meer aan METC, DEC, Epidemiologie, Statistische en Methodologische ondersteuning, Simulatie-lab, BROK
- – Kosten proefdierfaciliteit: Ontwikkeling, geen research en opleiding/deel direct verbonden aan patiëntenzorg, niet zijnde research en opleiding
- – Kosten met betrekking tot de beschikbaarheid van faciliteiten en kennis bij rampen, infecties en epidemieën (infrastructuur, aanhouden voorraden, training). Niet kosten die verantwoord kunnen worden onder OTO.
- – Geconcretiseerd via forfaitaire post Ebelobabehandeling
- – TTO (Technoly transfer office, Valorisatie)
- – Consultatie in de regio: Door medisch specialisten (forfaitaire post) Door niet-medisch specialisten
- – Kosten van kwaliteitsbeleid, richtlijnontwikkeling en normeringen voor landelijke en internationale doeleinden (niet eigen UMC) (forfaitaire post)
- – Kosten van kwaliteitscommissies die niet bij perifere huizen zijn ingesteld
- – Kosten van apparatuur, bemensing, archiveren, beheersing, onderhoud, beveiliging etc.. Verband met de kliniek is daarbij randvoorwaarde en ontsluiting patiënten-data richting research is afbakening.
- – Parelsnoer / Biobank
- – Cohortstudies
- – Kosten ICT-onderzoeksinfrastructuur
- – Datamanagers
- – Per kostencategorie toelichting van 2 voorbeelden
- – Per voorbeeld het %aandeel in de kostenverantwoording voor de betreffende categorie aangeven
- – Welke medisch specialismen zijn betrokken bij de diagnose en behandeling van deze DRG’s, en wat maakt deze specialismen bij de instelling uniek in Nederland (onderscheid t.o.v. algemene ziekenhuizen)
- – Welke expertisecentra binnen de instelling zijn hierbij betrokken en hoe onderscheiden deze zich in Nederland (of op internationaal niveau)?
- – Hoe passen de meerkosten die zijn gemaakt voor de specifieke DRG’s binnen de algehele strategie van de instelling op het gebied van de academische zorg?
- – Bij voorkeur geen informatie die reeds is opgenomen in bijv. het jaarverslag van de instelling. Er kan wel (specifiek) naar verwezen worden.