Bijlage 2 Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2021: kosten van de concessiehouder die in aanmerking komen voor de beschikbaarheidsvergoeding

Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2021

Daadwerkelijke kostenniveau van de concessiehouder in verband met de uitvoering van het openbaar vervoer in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019, geïndexeerd op het prijspeil van het jaar 2021; Of indien de concessie in werking is getreden na 1 januari 2019, de kosten van de meest actuele begroting van de concessie die niet is beïnvloed door COVID-19 of het bestaan van de beschikbaarheidsvergoeding. Bij de verantwoording behoort ook het daadwerkelijke kostenniveau van de concessiehouder in verband met de uitvoering van het openbaar vervoer in de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 opgegeven te worden. Dit om de beschikbaarheidsvergoeding te kunnen corrigeren bij enig rendement. • Personeelskosten; • Operationele kosten; • Afschrijvingskosten; en • Financieringskosten. Exclusief kosten en opbrengsten van activiteiten als overeengekomen in de vervoersconcessie waarbij sprake is van 100% bekostiging door de ontvanger. Specifieke kosten van de concessiehouder in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 ter voorkoming van verdere verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt Kosten voor voorzieningen die zijn goedgekeurd op basis van de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020, waarvan de omvang naar rato (van de afwijkende periode) overeenkomt met dezelfde kostensoorten voor de bepaling van de beschikbaarheidsvergoeding 2020, en de realisering doorloopt tot en met 31 december 2021. Kosten van structurele aard voor in ieder geval: • Mondkapjes, handschoenen en andere beschermingsmaatregelen chauffeurs / bestuurders / machinisten / conducteurs / monteurs; • Ontsmetting / schoonmaak werkplek chauffeurs / bestuurders / machinisten / conducteurs / monteurs; • COVID-19 testen personeel; • Extra schoonmaak voertuigen/treinen/kleding/kantoor • Extra inzet BOA’s/handhavers, voor zover nodig voor het uitvoeren van de in het OV-protocol opgenomen taken en voor bestrijding van zw