Art. 5.2 Besluit diergezondheid, Ondergrens heffingsplicht
De aan te wijzen diersoorten en het voor die diersoorten te bepalen aantal, bedoeld in:
a. artikel 9.15, derde lid, van de wet, zijn:
1. 249 kippen;
2. 249 kalkoenen;
3. 249 eenden;
4. 25 schapen;
5. 25 geiten;
6. 5 runderen;
7. 5 varkens.
b. artikel 9.16, derde lid, van de wet, zijn:
1. 25 schapen;
2. 25 geiten.