Art. 9.6 Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Toelaatbaarheid van amendementen

Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

1. Een amendement wordt geacht toelaatbaar te zijn, zolang de Kamer het niet ontoelaatbaar heeft verklaard.

2. De Voorzitter of een lid kan de Kamer voorstellen een amendement ontoelaatbaar te verklaren, indien:

a. de strekking van het amendement tegengesteld is aan het wetsvoorstel; of

b. er tussen de inhoud van het amendement en die van het wetsvoorstel geen rechtstreeks verband bestaat.