Art. 1 Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting, Begripsbepalingen

Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting

In deze regeling wordt verstaan onder:

– college: college van burgemeester en wethouders;

– deelgebied: één of meerdere zones op postcode-4-niveau in een kwetsbaar gebied van de gemeente waarbinnen fysieke maatregelen gepland zijn, waarbij een zone slechts in één deelgebied wordt opgenomen;

– deelplan: zelfstandig onderdeel binnen een programma met fysieke maatregelen binnen een deelgebied, inclusief plan van aanpak voor de herstructurering van dat deelgebied;

– financieel tekort: negatief saldo van kosten en opbrengsten van fysieke maatregelen in een deelplan, gedurende de looptijd van het programma;

– fysieke maatregel: op geld waardeerbare concrete maatregel die gericht is op het aanbrengen van een wijziging in een fysiek object en handelingen die daarmee samenhangen;

– herstructurering: bouwactiviteiten die bestaan uit ten minste één van de volgende onderdelen:

a. renovatie:activiteiten waarbij de energieprestatie van het gebouw met ten minste 3 energielabelstappen verbetert, of waarbij de energieprestatie tot ten minste label B wordt verbeterd, en die ook kunnen zijn gericht op:

1°. het aanpakken van achterstallig onderhoud; of

2°. het aanpakken van schimmelproblematiek;

b. transformatie: renovatie waarbij de gebruiksfunctie van een gebouw of van een onderdeel van een gebouw wijzigt in een woonfunctie; of

c. Sloop-nieuwbouw: slopen van een gebouw en vervolgens binnen hetzelfde deelgebied bouwen van een nieuw gebouw met een woonfunctie of een gebouw met onderdelen met een woonfunctie;

– inponding: het aankopen of verwerven van een woning door een persoon of rechtspersoon ten behoeve van de herstructurering van deze woning, waaronder uitsluitend:

a. verwerving;

b. advies;

c. participatie; en

d. compensatie van de minimumbijdrage in de verhuiskosten, bedoeld in artikel 220 lid 6 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

– kwetsbaar gebied: wijk of buurt binnen een gemeente die binnen die gemeente op grond van landelijke data ondergemiddeld scoort op de indicator woonkenmerken en ten minste één van de volgende indicatoren:

1°. Veiligheid;

2°. Werk en inkomen, of;

3°. Opleiding en jeugdhulp;

– minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

– programma: programma bestaande uit één of meerdere deelplannen gericht op het doel, bedoeld in artikel 2, eerste lid;

– woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.